Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
autisme6.jpg
13/jun/2021

In deze serie vertel ik je alles wat je nog niet weet over autisme. Ik had het eerder over de verschillende behandelingen die gangbaar zijn bij deze diagnose. Vandaag wil ik een methode uitlichten die vaak wordt gebruikt in de begeleiding van kinderen met autisme: Geef me de 5.

Wat is het?

Geef me de 5 is een praktische methode om met kinderen (of volwassenen) met autisme om te gaan. Hij is ontwikkeld door Colette de Bruin, trainer en ambulant begeleider die veel met autisme werkt, en moeder van vijf autistische pleegkinderen. Geef me de 5 is toegankelijk geschreven, met wat achtergrondkennis over autisme, veel voorbeelden en praktische tips. Het is dus niet alleen voor begeleiders; ook ouders kunnen er goed mee uit de voeten.

De kern van de methode is dat deze kinderen een grote behoefte hebben aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. En dat veel van het (probleem)gedrag dat ze laten zien, een teken is dat die duidelijkheid er niet is. Omdat ze zelf heel beperkt in staat zijn om situaties te overzien en te begrijpen, zullen ze op andere manieren duidelijkheid zoeken. Soms door er rechtstreeks naar te vragen, maar met regelmaat ook door gedrag, bijvoorbeeld de hakken in het zand zetten.

Puzzel

De begeleiding en opvoeding van kinderen komt er, volgens De Bruin, op neer om keer op keer dezelfde puzzel met ze te leggen:

wat is de bedoeling? Onduidelijk ontstaat als kinderen niet weten wat je van ze verwacht. Een kind zonder autisme kan dit vaak zelf bedenken, maar een kind met autisme heeft hier meer moeite mee.
hoe moet het kind dat doen? Kinderen met autisme vinden het lastig om samenhang te zien. Ook als het voor jou heel logisch lijkt hoe je iets moet aanpakken, is het niet vanzelfsprekend dat zij dat ook vinden.
waar wil je dat hij het uitvoert? En aan welke voorwaarden moet een plek voldoen?
wanneer begint het en tot hoe lang duurt het? Kinderen met autisme verlenen veel zekerheid aan tijd, want die geeft samenhang in de dag.
wie is erbij betrokken? Kinderen met autisme willen graag weten wat ze van een ander kunnen verwachten, ook als die uit hun gezichtsveld verdwijnt, en bij wie ze terecht kunnen voor hulp.

Klinkt simpel, is nog niet zo eenvoudig. Gelukkig geeft het boek heel veel concrete handvatten, zodat vragen die je erover hebt meteen beantwoord worden en je de meeste knelpunten ziet aankomen.

Werkt dat?

Geef me de 5 is een boek dat al een jaar of vijftien in mijn kast staat, en dat ik er eens in de zoveel tijd weer eens bij pak. Het levert me altijd nieuwe inzichten op. Of eigenlijk herinnert me het er steeds opnieuw aan dat we vaak wel denken dat we duidelijk communiceren, maar dat je toch al heel snel dingen begint weg te laten waarvan je denkt dat de ander ze wel weet. En voor deze kinderen is echt next level duidelijkheid nodig. Iedere dag, de hele dag. En ik zie inderdaad dat ze daar goed op reageren. Het past ook bij de wetenschappelijke kennis die we hebben over de problematiek.

Valkuil

Een mogelijk nadeel zit erin dat je een kind (of volwassene) trucjes aan het aanleren bent. Dan verwacht je eigenlijk van hem dat hij zich continu aanpast aan de wereld. Dit vind ik een ingewikkelde, en Colette de Bruin zelf trouwens ook. Haar eindconclusie is dat als je kinderen de Geef me de 5 structuur aanleert en de handvatten consequent toepast, ze juist zelfstandiger kunnen worden. En dat de meeste volwassenen met autisme die zij heeft gesproken, heel blij zijn met de ‘kunstjes’ die ze zich hebben aangeleerd, omdat ze zich daarmee staande houden in de maatschappij. Begrijpelijk, maar voor mij is het nog niet helemaal opgelost merk ik. Ik ken ook mensen met autisme die als volwassene hebben gekozen voor omstandigheden (baan, woonomgeving, relatie) waarin ze zich het fijnst voelen en niet zo op hun tenen hoeven te lopen. Ergens voelt dat menswaardiger en logischer: doen we dat niet allemaal? Maar ik ben er nog niet helemaal uit. Misschien hangt het ook af van de ernst van de stoornis, dat weet ik niet.

Mijn voorlopige oplossing is om Geef me de 5 te combineren met de inzichten van Martine Delfos, die ik eerder besprak. Die heeft het stoornisdenken minder centraal staan en gaat meer de diepte in met de belevingswereld en het unieke “profiel” van de persoon met autisme. Ook vind ik het vaak leuk om Collaborative Problem Solving  van Greene toe te passen in de ouderbegeleiding. Dan ben je meer in dialoog in plaats van dat je het kind de hele tijd instrueert.

Kortom: geen enkele methode is perfect. Maar Geef me de 5 is zeker een topper. Voor iedereen die te maken heeft met kinderen (of volwassenen) met autisme, zullen heel wat puzzelstukken op hun plek vallen.

Bronnen:

Bruin, Colette de (2006). Geef me de 5. Een praktisch houvast bij de opvoeding en begeleiding van kinderen met autisme. Graviant, Doetinchem.

Website: https://www.geefmede5.nl/

YouTube kanaal: https://www.youtube.com/channel/UCxHQabX417tKX93t7IXSS0Q

Delfos, M. (2018). Een vreemde wereld, tiende druk. Uitgeverij SWP, Amsterdam.

Greene, R.W. (2014). Het explosieve kind, Ross W. Greene, Uitgeverij Nieuwezijds.

Greene, R.W. (2016). Raising Human Beings. Scribner, New York.


brain.jpg
13/apr/2021

In deze serie leg ik je alles uit wat je nog niet wist over autisme. En vandaag slaan we twee vliegen in één klap, want dit onderwerp heeft ook betrekking op ADHD. Het gaat over de vraag: kun je autisme en ADHD zien op een hersenscan?

Heel vreemd bedacht is deze vraag niet. Autisme en ADHD worden immers allebei gezien als neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Dat betekent wel degelijk dat ervan wordt uitgegaan dat het brein van mensen met deze stoornissen, anders werkt dan dat van de gemiddelde mens.

Mensen met autisme lijken bijvoorbeeld  prikkels anders te verwerken. Tijdens hun levensloop zijn er vergrotingen en verkleiningen van bepaalde hersengebieden, en afwijkingen in de verbindingen tussen hersengebieden, die je bij de meeste mensen niet ziet (Staal, 2016). Ook tussen mensen met autisme onderling zijn de verschillen echter groot. En er zijn zoveel factoren die invloed hebben op de ontwikkeling van de hersenen, dat je ze nooit allemaal in kaart zou kunnen brengen. Bijvoorbeeld wat iemand heeft meegemaakt, hoe de interactie is met zijn omgeving (werk, school, gezin), en wat hij voelt, denkt en ervaart. Daarom kun je nooit zeggen hoe “het” autistische brein eruitziet. En kun je het dus niet zien op een scanner. Autisme kan alleen worden aangetoond aan de hand van gedragskenmerken, vast te stellen via vragenlijsten, interviews en observaties.

Ditzelfde geldt voor ADHD. Onderzoek wijst erop dat de ontwikkeling van neurologische verbindingen verstoord is bij mensen met deze stoornis (Thapar et al., 2013). En we weten natuurlijk dankzij onderzoek welke hersengebieden te maken hebben met aandacht. Bij mensen die daar moeite mee hebben, functioneren die gebieden vast anders. Maar ook daar is het samenspel met al die andere factoren (omgeving, persoonlijkheid, ervaringen) heel groot. Er is echt geen bewijs voor beweringen van artsen zoals de Amerikaanse dokter Daniel Amen, die zegt dat je ADHD en zelfs subtypes daarvan kunt vaststellen met een scanner. De plaatjes zijn prachtig, maar ze betekenen niks.

In dit filmpje legt Dienke Bos, van het UMC Utrecht en de Dutch Neurofederation, het heel goed uit. Mijn take-away van de boodschap die ze brengt met haar werk: “We zijn allemaal anders. En als je een diagnose ADHD of autisme hebt: er is niks stuk.”


Bronnen:

Staal, W. (2016). Autismespectrumstoornissen. In: Leerboek ontwikkelingsstoornissen in de levensloop. Een integrale medische en psychologische benadering, 221-243.

Thapar, A., Cooper, M., Eyre, O., & Langley, K. (2013). Practitioner review: what have we learnt about the causes of ADHD?. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54(1), 3-16.


acupuncture.jpg
19/feb/2021

 

Koos van Kooten is van huis uit arts, en werkt sinds meer dan twintig jaar als acupuncturist. Hij richt zich daarbij op lichamelijke klachten, psychische klachten, innerlijke ontwikkeling en de begeleiding van mensen in een helingsproces.

Hoe kun je psychische klachten met acupunctuur behandelen?

Eigenlijk kijk ik daar niet op die manier tegenaan. Er zijn wel acupuncturisten die het zo brengen: iemand is depressief of heeft een angststoornis waar hij vanaf wil, en acupunctuur kan daarbij helpen. De behandelaar is dan degene die dat voor iemand doet.

Ik neem zelf wat meer afstand van wat normaal is en ziek. Soms gaat alles super met iemand, maar mensen kunnen in hun leven tegen dingen aanlopen. Bijvoorbeeld life events zoals een moeizame relatie, een baan, een verlies van een dierbaar persoon of een verhuizing. Daar voelen ze iets bij, bijvoorbeeld verdriet of angst of woede, en daar komen ze tegen in verzet. In de acupunctuur noem je dat het stagneren van de Qi, of de energie. Iemand loopt vast en komt daar of zelf weer uit, of hij ontwikkelt onhandige manieren om met zijn verzet om te gaan. Bijvoorbeeld door dwang te ontwikkelen, aan zichzelf te gaan twijfelen of spanning op te slaan in zijn lichaam. Dat kan een doodlopende straat worden, waardoor die persoon er niet meer zelf uit komt. Dit is meestal het moment waarop iemand hulp zoekt en waarop er vaak een diagnose wordt gesteld.

Acupunctuur is erop gericht dat de energie weer gaat stromen en de stagnatie verdwijnt. De persoon kan weer meer gaan voelen, vaak wordt dan ook duidelijk wat er aan veranderingen nodig is. Soms is dat genoeg en doet hij of zij het van daar uit weer zonder hulp. Soms is er nog een tijd ondersteuning nodig.

In principe kun je iets met de meeste klachten, zolang er een basis is en een bereidheid om meer te gaan voelen. Als die er niet is, of dat brengt te veel risico met zich mee, moeten er soms eerst andere dingen gebeuren. Maar ik begeleid ook mensen die in de psychiatrie een redelijk zware diagnose zouden krijgen.

Wat gebeurt er tijdens een acupunctuurbehandeling?

Tijdens een behandeling prik je punten in het lichaam. De punten liggen op energiebanen, de meridianen, die van kruin tot voet lopen. Je kunt deze zien als zones. Spanning uit zich in een slechtere doorstroming in een deel van het meridiaansysteem. Een voorbeeld is het fronsen van het voorhoofd als uiting van piekeren. Een prik is een uitnodiging aan het systeem om de energieblokkade op te heffen. Mensen reageren er meestal snel op, ze voelen dat het iets doet. Het prikken doet geen pijn, het zijn heel dunne naaldjes, ongeveer anderhalve haarbreedte. Mensen voelen het vaak niet eens. De reactie die op gang komt voelen ze wel. De plek kan bijvoorbeeld gaan tintelen of dof voelen, de buik begint te rommelen, iemand geeft een diepe zucht of er komen gevoelens los. Ik blijf bij de cliënt en probeer mensen te helpen aandacht te hebben voor wat ze ervaren.

Werk je weleens samen met een psycholoog?

Mijn vrouw is psychotherapeute, wij hebben samen een praktijk. Soms zien we een cliënt allebei, of na elkaar. De gesprekken en de acupunctuur zijn dan ondersteunend aan elkaar.

Wat ik zie in de psychologie is dat er ook in toenemende mate aandacht is voor methoden zoals mindfulness, die heel erg gaan over het hebben van aandacht voor wat je voelt. En het opmerken dat je bepaalde gedachten hebt, zonder er helemaal in mee te gaan. Die kijk lijkt op wat ik doe.

Waar moeten mensen op letten als ze een acupuncturist kiezen?

Het is altijd goed om even te kijken of iemand lid is van een beroepsvereniging. Ik ben zelf lid van de NVA, de Nederlandse Vereniging voor Acupuncturisten, maar er zijn er meer. Zo’n lidmaatschap betekent dat iemand een opleiding heeft gevolgd, zich aan bepaalde regels houdt en is aangesloten bij een klachtenregeling. Maar ook dat de behandeling meestal gedeeltelijk vergoed wordt vanuit de aanvullende verzekering.

Daarnaast is het belangrijk dat er een klik is. Het beste is om een paar websites te bekijken en te kijken hoe die aanvoelen, en of de werkwijze bij je past. Daarvoor moet je ook bij jezelf nagaan wat je eigenlijk nodig hebt. Dit is eigenlijk al de eerste stap op weg naar genezen: je staat stil bij jezelf.

Wanneer is de behandeling klaar?

Als het weer beter gaat met iemand, als de Qi weer stroomt en de stagnatie is opgeheven. Voor de één is dat al na een paar keer, de ander is een paar maanden in behandeling. Sommige mensen zie ik ook eens in de zoveel tijd weer terug, dan gaat het niet eens meer zozeer over de oorspronkelijke klacht maar kijken we samen waar die persoon nu staat en wat hij nodig heeft.

Mensen weten zelf wanneer het voldoende is. Doordat ze anders in het leven staan, veranderen ook vaak de omstandigheden waar ze tegenaan liepen. Ze kunnen weer verder. Dan is het goed.

 

Koos van Kooten werkt in praktijk De Kraanvogel in Utrecht en Arnhem. Website https://www.de-kraanvogel.nl/acupunctuur. Daarnaast onderhoudt hij de website https://www.acupunctuur-en-heling.nl/


autisme3.jpg
11/jan/2021

Deze maand vertel ik je alles wat je nog niet wist over autisme. Het vorige artikel beschreef wat autisme eigenlijk is. Kort gezegd: een zeldzame stoornis in het sociaal begrip, de communicatie en de verbeelding. De ontwikkeling verloopt daardoor anders, of ongelijker, dan bij de meeste mensen. Mensen met autisme zijn vaak (prikkel)gevoelig, hebben moeite met veranderingen en houden van routine en dingen die hetzelfde zijn. Ze kunnen meestal heel goed dingen uitdenken en zijn vaak zorgvuldig en eerlijk.

Autisme valt in de DSM-5 onder de neurobiologische ontwikkelingstoornissen. Dat wil zeggen dat ervan wordt uitgegaan dat er een oorzaak is in het brein. Hoe het brein van iemand met autisme precies werkt, weten we echter niet. Daarvoor is de stoornis te veelvormig en is het hersenonderzoek nog niet ontwikkeld genoeg.

Kun je autisme genezen?

Deze kijk op autisme betekent dat je de stoornis niet kunt genezen, in die zin dat iemand er helemaal van af komt. Wel kun je iemand weer helpen om in ontwikkeling te komen, en zo min mogelijk last te hebben van zijn autisme. Een behandeling moet altijd op maat gemaakt worden. Wat werkt bij de ene persoon met autisme en zijn gezin, werkt niet bij de ander.

Behandelonderdelen

Het Nederlands Jeugdinstituut ontwerpt in Nederland de behandelrichtlijnen voor kinderen en jongeren. Voor volwassenen zijn er GGZ-richtlijnen ontwikkeld. Voor autisme zijn beide richtlijnen samengevoegd. Heel logisch eigenlijk, aangezien het een levenslang probleem betreft.

In de richtlijnen staan de volgende behandelonderdelen. Ze zijn niet altijd allemaal nodig. Het idee is dat je samen met behandelaar kiest wat nodig is in jouw situatie, of in die van je kind. Voor jongere kinderen zal het accent anders liggen dan voor oudere kinderen of volwassenen. Hoe jonger de persoon, hoe meer de behandeling gericht zal zijn op de omgeving (gezin, school, enzovoort) en hoe minder inzicht en verandering van het kind wordt verwacht.

1. Alle ins & outs weten

De eerste stap is psycho-educatie, oftewel uitleg over wat autisme inhoudt. Sommige instellingen bieden dit aan in groepen, maar je kunt vaak ook één op één met een behandelaar werken. Belangrijk is dat je goede informatie krijgt over wat het jouw autisme of dat van jouw kind inhoudt en wat het betekent voor het functioneren. Het is verstandig om veel door te vragen en zelf ook zoveel mogelijk op te zoeken over het onderwerp. Met meer kennis sta je sterker. Dit onderdeel is ontzettend belangrijk: het vormt de basis voor alle overige interventies. Jullie denken tijdens de psychoeducatie ook vast na over het je toekomstperspectief, of dat van je kind. .

 

2. Vertalen naar wat dit betekent voor je leven

In de behandelrichtlijn heet dit “versterken van zelfmanagement en relatie met de omgeving”. Dat betekent dat jij en je gezin leren het autisme te begrijpen, te accepteren en een plek te geven in jullie leven. Dit is een ingewikkeld proces dat vaak ook schommelt door de tijd heen. Autisme kan zich immers op verschillende leeftijden uiteenlopend laten zien, of andere problemen geven. Waar het bij dit onderdeel om gaat is dat jullie zelf de regie nemen over jullie leven samen. Dat doe je bijvoorbeeld door te leren anders met problemen om te gaan, handvatten te ontwikkelen voor in het dagelijks leven, en de omgeving aan te passen zodat deze gestructureerd en voorspelbaar is. Problemen met plannen en organiseren (de zogeheten executieve functies) verdienen vaak extra aandacht.

 

3. Werken aan de dingen waarin ontwikkeling mogelijk is

Dat kan met gerichte interventies, bijvoorbeeld psychologisch, therapeutisch, stressreducerend en medicamenteus. In deze therapieën is vaak aandacht voor het herkennen van de eigen grenzen en emoties. Oudere kinderen, hun ouders en volwassenen met autisme kunnen leren omgaan met onduidelijkheden, prikkels en stress, en ze kunnen beter leren communiceren. Er zijn heel veel verschillende therapieën. Sommige maken gebruik van taal en nadenken, maar andere zijn non-verbaal. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van spel voor kinderen, of kunstzinnige of bewegingsgerichte methodieken voor volwassenen. Het is ook mogelijk gezinstherapie of relatietherapie te volgen. Medicijnen worden weleens ingezet om bijkomende problemen te verminderen zoals hyperactiviteit, aandachtstekort, angst-, dwang- of stemmingsstoornissen. Er bestaat vooralsnog geen medicatie die de kernsymptomen van autisme vermindert. Medicatie dient altijd deel uit te maken van een psychologische behandeling en moet nooit “los” worden ingezet.

4. Een plan maken voor gebieden waarop geen ontwikkeling mogelijk is

Hiervoor is vaak specifieke expertise en ondersteuning nodig. Wanneer duidelijk is dat er voor langere tijd hulp nodig is, kan overwogen worden om op zoek te gaan naar een aangepaste, beschermde leefomgeving wat betreft wonen, onderwijs en/of werken met meer of minder intensieve persoonlijke begeleiding. Vaak is in deze situaties sprake van een combinatie van behandelen en begeleiden. Ook als er sprake is van comorbiditeit (meerdere stoornissen tegelijk) is er vaak specifieke expertise nodig.

 

5. Aan het roer staan van je eigen leven

Sommige mensen met autisme, maar zeker niet allemaal, hebben levensloopbegeleiding nodig en steun bij participatie en herstel. Bij autisme kunnen vragen ontstaan in verschillende levensfasen waarvoor behandeling en/of begeleiding nodig is. Deze interventies zijn gericht op herstel: een situatie waarin de patiënt geen patiënt blijft, maar het heft weer in eigen hand neemt, samen met zijn gezin. Participatie gaat over wat daarvoor nodig is. Kortom: wat is nodig om mee te doen in de maatschappij op een manier die bij iemand past? En wat heeft iemand nodig om weer zelf aan het roer van zijn eigen leven te komen staan?

 

Waar kun je de behandeling volgen?

Waar je behandeling volgt, hangt af van je eigen voorkeur en van de aard en ernst van het autisme. Soms kan dit in een generalistische basis GGZ (kleine psychologenpraktijken), maar soms is er meer specialistische hulp nodig. Weet je niet waar je moet beginnen? Leg de vraag eens voor aan de praktijkondersteuner (POH-GGZ) bij de huisarts. Die is helemaal thuis in welke praktijken en instellingen er bij jou in de buurt zitten en kan samen met jou verhelderen welke hulp het beste bij jou en je gezin past. Soms kan dit ook iemand van het wijkteam zijn.


autisme.jpg
04/jan/2021

Deze maand vertel ik je alles wat je nog niet wist over autismespectrumstoornissen. We beginnen bij het begin: wat is autisme, en wat is het niet?

Wat is autisme?

De term autisme wordt in het dagelijks leven vaak gebruikt voor kinderen of volwassenen die over weinig sociale vaardigheden beschikken, en die dingen graag op een bepaalde manier willen hebben. Dat klopt ongeveer. Mensen met autisme kunnen zich moeilijk inleven in anderen en slaan daardoor vaak de plank mis in sociaal contact. Daarnaast houden ze van regelmaat: ze hebben moeite met verandering, kunnen star of rigide zijn, en in nieuwe of onoverzichtelijke situaties zijn ze snel overprikkeld.

Autisme is een zeldzame stoornis: het komt slechts voor bij 1% van de bevolking. Het is een stoornis die op een spectrum bestaat, van licht naar zwaar. Daarom wordt ook wel van een autismespectrumstoornis gesproken, of ASS. In de DSM-5 wordt autisme onder de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen geschaard. Neurobiologisch betekent dat het zijn oorsprong vindt in de hersenen. En ontwikkelingsstoornis wil zeggen dat we ervan uit gaan dat de ontwikkeling van iemand met autisme atypisch verloopt. Dus: anders dan die van de meeste anderen. Maar hoe dan?

Autisme als vertraagde ontwikkeling

De beste definitie die ik ooit ben tegengekomen, is die van Delfos (2018), een Nederlandse autismespecialist. Zij legt uit dat de ontwikkeling bij mensen met autisme op het niveau van de hersenen op het ene gebied sneller verloopt dan gemiddeld, en op het andere gebied langzamer. Mensen lopen meestal aan tegen de gebieden waarop ze langzamer zijn, omdat ze daardoor minder goed kunnen meekomen. Deze gebieden zijn:

  1. de sociale omgang met anderen. Mensen met autisme kunnen zichzelf en de eigen gevoelens niet goed begrijpen en verwoorden, en begrijpen daardoor ook de ander niet. Gedrag van andere mensen is onvoorspelbaar en kan daarom beangstigend zijn. Ze overzien situaties niet, kunnen zich verliezen in details en hebben dus moeite met flexibel schakelen. Het helpt niet mee dat mensen met autisme vaak (ongeveer 40%) overgevoelige zintuigen hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld niet tegen fel licht of harde geluiden.
  2. Ongeveer de heft van de kinderen met autisme heeft een trage taalontwikkeling. Oogcontact kost ze vaak moeite en er is weinig sprake van wederkerigheid, of over-en-weer contact. Mensen met autisme kunnen soms eindeloos doorpraten over iets wat ze zelf interessant vinden, zonder te merken dat de ander afhaakt. Hun taalgebruik kan eigenaardig zijn – bijvoorbeeld heel formeel, zakelijk of overbeleefd. Mensen met autisme moeten vaak goed nadenken over de communicatie met anderen en het kost veel energie.
  3. Kinderen met autisme laten meestal weinig fantasiespel zien. Door dit weinig te doen, ontwikkelen ze bepaalde vaardigheden niet. Juist in spel oefen je immers met rollen, met doen alsof, met je verplaatsen in anderen. Mensen met autisme hebben eerder een voorkeur voor voorwerpen, en vaak voor techniek. Ze hebben veel herhalingen in hun gedrag en deze nemen vaak obsessieve vormen aan, zeker wanneer er stress bestaat. Rituelen brengen orde in hun wereld aan en ze verdragen het daarom vaak niet als die orde verstoord wordt.

Mensen met autisme blinken echter ook uit in dingen. Ze zijn bijvoorbeeld meesterlijk in het uitdenken en begrijpen van iets, en ze zijn ontzettend eerlijk en zorgvuldig.

Deze definitie is nog heel breed. Dat komt doordat de ene persoon met autisme simpelweg de andere niet is, maar ook doordat er nog geen volledig verklaringsmodel is voor autisme. We weten dus een heleboel dingen nog niet.

Wat is autisme in ieder geval niet?

Autisme wil dus in ieder geval niet zeggen dat iemand zich niet meer kan ontwikkelen. Het betekent alleen dat de ontwikkeling trager verloopt dan je zou verwachten op basis van iemands leeftijd. Sluit je aan bij iemands ontwikkelingsniveau, dan kan ook iemand autisme vaak weer in ontwikkeling komen. Dit vraagt de juiste expertise, een aandachtige en steeds goed afgestemde begeleiding, en bovenal vertrouwen in de persoon. Dat betekent niet dat je autisme kunt genezen – zoals we autisme nu begrijpen is het een kenmerk van de persoon, en is er geen medicijn of behandeling die het wegneemt. Maar het betekent wel dat de benadering heel veel uitmaakt voor de groei die iemand met autisme kan doormaken en, belangrijker nog, hoe hij zich voelt.

Meer lezen

De websites van het Nederlands Jeugd Instituut, Thuisarts en oudervereniging Balans Digitaal hebben goede, leesbare informatie over autisme.

Bron:

Delfos, M. (2018). Een vreemde wereld, tiende druk. Uitgeverij SWP, Amsterdam.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.