Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
verzekeringen.png
23/dec/2020

In 2021 blijven de regels voor vergoeding van psychologische zorg hetzelfde als de afgelopen jaren. Een paar verzekeraars springen eruit als het gaat om de voorwaarden. Nog aan het twijfelen of je bij je huidige verzekeraar blijft, of overstapt? Dan is het de moeite waard om je er eens in te verdiepen.

Let op: onderstaande geldt voor volwassenen. Jeugdzorg (18-) valt onder de jeugdwet en wordt nooit vergoed door de zorgverzekeraar.

Basisverzekering

Psychologische zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering, maar alleen als er sprake is van een DSM-classificatie. Bijvoorbeeld een depressie, angststoornis, autisme, ADHD, persoonlijkheidheidsstoornis enzovoort. Enkele “lichtere” classificaties zijn uitgesloten, zoals een aanpassingsstoornis, slaapstoornis en (soms) een specifieke fobie. En dan zijn er nog psychische klachten waarvan de behandeling niet vergoed wordt, zoals werk- of relatieproblemen en levensfaseproblematiek.

Als jouw huisarts ook denkt dat er sprake is van klachten die een DSM-classificatie kunnen zijn, kan hij je doorverwijzen. Dit is nodig voor vergoeding. Een verwijsbrief is 9 maanden geldig. Je kunt worden doorverwezen naar:

  • De generalistische basis GGZ (vroeger de eerstelijnspsycholoog). Vaak is dit een psycholoog die in een eigen praktijk of in een gezondheidscentrum werkt. Je kunt er terecht met matige tot ernstige, niet-complexe (DSM-)klachten. Complex betekent dat er veel tegelijk speelt. Een traject in de GB-GGZ duurt meestal enkele weken tot maanden.
  • De gespecialiseerde GGZ (vroeger de tweede lijn). Dit zijn meestal grotere GGZ-instellingen, maar soms vind je specialistische zorg ook in kleinere praktijken. Je kunt hier terecht met ernstige, complexe klachten. De behandeling duurt vaak wat langer en kan multidisciplinair van opzet zijn.

Let op dat als je je eigen risico nog niet hebt betaald, de zorgverzekeraar dit bij je in rekening zal brengen.

Lichtere klachten

Lichtere klachten en toch hulp? Dan kun je:

  • Kiezen voor een aanvullende verzekering die ook psychologische zorg biedt bij lichtere diagnoses. Bijvoorbeeld van ONVZ, PNO-zorg, VvAA of Zorg en Zekerheid. HIER vind je een overzicht. ONVZ en VvAA bieden bovendien vrije  artskeuze. Dat betekent dat je er niet op of hoeft te letten of de psycholoog van jouw keuze een contract heeft of niet.
  • Kiezen voor een aanvullende verzekering die psychosociale therapie vergoedt. Psychosociale therapie wordt geboden door therapeuten die soms psycholoog zijn, maar ook HBO-geschoold kunnen zijn. Meestal moeten ze zijn aangesloten bij een beroepsvereniging zoals de NVPA of NFG; je vindt de precieze voorwaarden in de polis. Zie ook DIT overzicht. De vergoeding is niet eindeloos, maar als je behoefte hebt aan een aantal gesprekken om je weer op weg te helpen, kan het een goede oplossing zijn.
  • Een aantal gesprekken vragen bij de praktijkondersteuner GGZ. Dat valt onder huisartsenzorg en wordt dus altijd vergoed. Soms is de praktijkondersteuner een psycholoog, maar het kan ook een HBO-opgeleide begeleider of behandelaar zijn. Vraag er eens naar bij je huisarts. Een POH-GGZ kent trouwens ook de GGZ-zorg in jouw omgeving goed en kan je gericht doorverwijzen.
  • In het geval van overspannenheid bij je manager of bedrijfsarts informeren of de werkgever een traject kan bekostigen. Sommige doen dit.
  • Nagaan of er in jouw specifieke situatie extra mogelijkheden zijn voor hulp. Veel universiteiten en hogescholen hebben bijvoorbeeld een studentenpsycholoog. Heb je een medisch probleem waardoor je psychische klachten ontwikkelt? Dan kun je soms in het ziekenhuis terecht bij een medisch psycholoog. En bij bepaalde chronische problemen is het mogelijk om psychologische hulp vanuit de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) te krijgen.

Succes!


coronadip.jpg
16/dec/2020

Met deze nieuwe lockdown slaat de uitzichtloosheid toe. Wat duurt het lang, iedereen begint een beetje op te raken, wat kunnen we nog doen om het draaglijk te houden? Deze blog helpt je op weg.

Algemene adviezen

Goed voor jezelf zorgen is belangrijker dan ooit. Deze website staat vol met tips. Je vindt een overzicht HIER. Bottom line: eet en drink goed. Kleed je aan, draag iets anders dan je pyjama. Hou een dag- en nachtritme vast. Zorg dat je beweging krijgt: ga naar buiten voor een wandeling of een rondje hardlopen, of dans in je woonkamer. Maak contact, zeg iets aardigs tegen iemand. Het mag ook online. Knuffel iemand als je dat kan. Kijk of je kleine doelen kunt stellen per dag. Beantwoord een e-mail, ruim de vaatwasser in, werk aan het boek/schilderij/schaakspel waar je mee bezig was. Maak in ieder geval een plan voor de dag, voorkom dat je passief wordt. Rust wel uit als het je teveel wordt en doe voldoende dingen die je ontspannen. Wacht even en verdraag het. Als dat allemaal niet werkt, praat er dan met een therapeut over. Er zijn ook veel telefonische en online hulpdiensten waar je contact mee kunt opnemen, met heel capabele vrijwilligers die je graag te woord staan.

Radicale acceptatie

Bovenstaande adviezen zijn altijd goed, ook in een normale situatie. Alleen zitten we niet in een normale situatie. We leven onder vreemde, beangstigende en voor veel mensen ook eenzame omstandigheden, waarvan het einde nog niet in zicht is. Het is niet zo gek dat dit intense negatieve emoties op kan roepen.

Ik wil graag een techniek uitlichten die uit de Dialectische Gedragstherapie (DGT) komt, ontwikkeld door Marsha Linehan. DGT leert mensen allerlei manieren om met intense emoties om te gaan, ook wel crisisvaardigheden genoemd. Een ervan is radicale acceptatie, en ik denk dat we juist deze op dit moment goed kunnen gebruiken.

Radicale acceptatie betekent dat je de realiteit volledig accepteert zoals hij is en je verbittering erover loslaat. Vechten tegen de realiteit leidt alleen maar tot meer pijn. Zelfs als je hem in de toekomst wil veranderen, zul je hem eerst moeten accepteren. Dat is geen gemakkelijke vaardigheid – DGT is niet voor niets een volledige therapie. Maar misschien kunnen onderstaande oefeningen je op weg helpen. De pandemie is eigenlijk de ultieme oefensituatie, want we hebben het er voorlopig mee te doen. Als we hem niet accepteren, maken we het onszelf oneindig veel moeilijker dan het is. Ben je al bekend met mindfulness of meditatie? Dan zal onderstaande je niet vreemd voorkomen. Toch heeft DGT net andere accenten, dus het is een leuke aanvulling.

Succes met de oefeningen. Kijk ook eens op DEZE website voor meer uitleg en DGT-tools.

Oefening 1: accepteren wat er gebeurt

Het is aan te raden om onderstaande stappen uit te schrijven. Kies een rustig moment uit waarop je niet gestoord wordt.

Stap 1: denk aan de gebeurtenis die je moeilijk kunt accepteren. Beschrijf de situatie en leg uit wat het voor jou moeilijk maakt. In dit geval: is het het vele thuiszitten? Heb je je studie moeten onderbreken en heb je daar moeite mee? Ben je bang voor besmetting? Vind je de mondkapjes ingewikkeld? Mis je je naasten?

Stap 2: beschrijf wat er is gebeurd. Schrijf alleen de feiten op, niet jouw oordeel daarover. Hoe is deze situatie voor jou ontstaan? Wat is je overkomen en in welke volgorde? Hoewel we allemaal met dezelfde pandemie te maken hebben, kan het toch zijn dat elementen hiervan voor mensen verschillend zijn.

Stap 3: ga na welke gevoelens er in je leven. Ga rustig zitten, haal een paar keer kalm adem en observeer wat er gebeurt als je aan de situatie denkt. Let op je lichaam: krijg je er hoofdpijn van, wordt je hartslag sneller? Of is het alleen een emotionele reactie? Welke precies? Probeer het verschil te voelen tussen bijvoorbeeld frustratie, angst, verdriet of teleurstelling. Blijf er even bij, laat het er zijn. Je hoeft het niet te veranderen. Omarm het, als het ware. Gebruik ook hier je ademhaling om bij het gevoel te blijven.

Stap 4: maak een plan. Denk na over hoe je de situatie voor jezelf kunt veranderen. Wat kun je wel doen? In de eerste lockdown zag je iedereen meteen creatief te werk gaan. Huizen en tuinen werden aangepakt en er sprongen allerlei online initiatieven uit de grond. Bedenk wat jou zou kunnen helpen. Is er een hobby die je altijd al wilde oppakken? Hoe kun je veilig met mensen afspreken, en wie wil je het liefst zien? Zijn er online cursussen waardoor je je kunt ontwikkelen? Je hebt vast al veel uit de kast getrokken het afgelopen jaar, maar sta er nog eens bij stil en maak een plan, al is het maar voor de komende paar weken.

Let op: je hoeft het niet eens te zijn met de situatie. Het gaat erom dat je steeds het huidige moment accepteert zoals het komt, omdat het nu eenmaal zo is. Dat is alles.

Oefening 2: jezelf toespreken

Soms hebben we een hoop emoties en moeten we onszelf even bij de hand nemen. Dat kun je doen door jezelf in gedachten toe te spreken. In DGT heten dat “coping statements”. Coping is zoiets als ergens mee omgaan. Het brein is krachtig en je kunt jezelf met je denken een heel eind op weg helpen. Schrijf een aantal gedachten op die waar zijn en die jou helpen, zodat je ze kunt gebruiken wanneer je het even moeilijk hebt. Hang ze op post-its door je huis, zet ze in je telefoon of plak ze op je koelkast. Bijvoorbeeld:

  • Ik heb enkel controle over het hier en nu.
  • Knokken tegen mijn gevoelens maakt ze alleen maar sterker.
  • Dit moment is zoals het is, ook als ik het even niet leuk vind.
  • Mijn emoties zitten hoog, maar ik red het wel.

En een van mijn persoonlijke favorieten, recht uit de koker van Linehan zelf:

  • Hetgeen wat ik het liefste wil, heb ik nu even niet, maar dat is geen wereldramp.

Mocht je Linehan eens willen horen over hoe zij het heeft geleerd, dan is deze (Engelse) video misschien iets voor je. Altijd inspirerend om de meesters aan het woord te horen!

 


misverstand-psychotherapie.jpg
13/dec/2020

Eind vorig jaar las ik een opiniestuk van Flip Jan van Oenen (arts en systeemtherapeut) in de Volkskrant, getiteld Beter dan nu wordt de psychotherapie niet. Hij zette daarin uiteen dat de verwachtingen van therapie en van de GGZ te hoog gespannen zijn en dat sommige problemen nu eenmaal niet door een therapeut op te lossen zijn. Zo’n bewering lees je niet vaak – meestal gaat het er juist over dat er méér therapie moet worden ingezet. Mijn interesse was gewekt! Van Oenen promoveerde op de effectiviteit van psychotherapie en schreef een goed leesbaar boek over het onderwerp, getiteld Het misverstand psychotherapie. Ik mocht het recenseren.

Het misverstand psychotherapie gaat over de mythe dat als iemand met problemen maar in therapie gaat, alles kan worden opgelost. Deze verwachtingen kloppen echter niet met wat we weten uit onderzoek: therapie werkt, maar niet bij iedereen. Ongeveer een derde van de mensen heeft er geen baat bij.

De moeilijke boodschap van ‘verdragen’

Waarom blijft dit beeld dan toch in stand? Van Oenen beschrijft een mix van drie componenten:

  1. doorgeschoten marktideologie. Sinds de invoering van marktwerking in de zorg, moeten instellingen met elkaar concurreren voor hun voorbestaan. Ze worden dan bijna gedwongen om allerlei mooie uitkomsten te beloven; zorg is zo ongeveer een “product” geworden.
  2. wetenschappelijke blikvernauwing. Natuurlijk wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar welke therapieën werken. De gouden standaard is daarbij de randomized controlled trial, waarin een behandelprotocol wordt uitgevoerd met een niet al te complexe groep cliënten en de uitkomst wordt gemeten met een klachtenvragenlijst. In de vertaalslag naar de praktijk loop je dan tegen een aantal problemen aan. Een protocol is bijna nooit tot op de letter uitvoerbaar. De meeste mensen zijn wel En een klachtenvragenlijst is maar een heel beperkte uitkomstmaat.
  3. menselijke tekortkomingen. Bijvoorbeeld de wens van therapeuten, wetenschappers, verzekeraars en de politiek om zekerheid te bieden in plaats van onmacht toe te geven. En aan de andere kant ook de verminderde tolerantie voor negatieve gevoelens – waarvan je ook zou kunnen zeggen dat die er nou eenmaal bij horen in het leven.

Alle drie deze gedachten zijn niet nieuw. Wat ik verfrissend vond aan het boek is dat Van Oenen niet alleen in heldere bewoordingen uitlegt wat er niet aan werkt, maar ook hoe het wel kan werken. Hij stelt een andere kijk voor op het vak. Bijvoorbeeld dat psychotherapie misschien niet altijd werkt om van klachten af te komen, maar wel om ze beter te verdragen. Hij legt overigens ook zeldzaam goed uit wat dat verdragen nou eigenlijk inhoudt, hoe complex het is en wat het vraagt van cliënt en therapeut. De therapeut kan daarbij iets wat veel anderen niet kunnen: niet in de wanhoop of afweer schieten, maar vanuit compassie blijven verdragen.

Vervolgens zet hij uiteen welke zinvolle rol het behandelprotocol wel zou kunnen spelen: een manier of ritueel om de therapeut te helpen om het lijden van cliënten te verdragen. Ik lees veel over deze onderwerpen, maar op deze manier heb ik het nog nooit bekeken. Als mensen al kritisch zijn op behandelprotocollen, verwerpen ze ze meestal helemaal. In dit boek krijgen ze een andere, legitieme waarde.

Paradigmaverschuiving

De laatste hoofdstukken bevatten aanbevelingen voor een nieuwe rol van psychotherapie in de samenleving en consequenties voor de psychotherapeut en de wetenschap. De ambities liggen hoog: Van Oenen stelt een ware paradigmaverschuiving voor. Niet de GGZ als oplosser van alles wat in de samenleving moeilijk te verdragen is (suïcide, kindermishandeling, anorexia), maar een gezamenlijke erkenning dat we onmachtig zijn om veel problemen en lijden op te lossen, en dat therapie kan helpen bij het onder ogen zien van die realiteit. Van Oenen besluit: ‘De grote uitdaging voor de psychotherapie is om zich te ontworstelen aan het dwingende maakbaarheidsideaal dat zij zelf mede gecreëerd heeft.’

Met alles wat er al over de GGZ geschreven wordt, is het niet zo eenvoudig om iets vernieuwends te zeggen. Flip Jan van Oenen slaagt er wel in en brengt een inspirerende boodschap die naar mijn idee recht doet aan de realiteit, en dat in een goed leesbaar verhaal.

Wat ik echter mis in zijn boek is de aandacht voor organisaties. Van Oenen benoemt bijvoorbeeld wel dat organisaties ervoor moeten zorgen dat therapeuten genoeg tijd hebben om deze (moeilijkere) boodschap uit te dragen en niet te vervallen in protocolreflexen, maar dat is maar één alinea. Organisaties en hun culturen zijn echter heel belangrijk voor hoe een therapeut zich kan ontwikkelen. Dit had naar mijn idee wel een apart hoofdstuk gerechtvaardigd.

Alvast een kijkje in het gedachtegoed van Flip Jan van Oenen? In dit artikel van afgelopen mei is hij in gesprek met een vakgenoot die hem wat al te pessimistisch vindt, psychotherapeut Kirsten Hauber. Maar lees vooral het boek!


assertiviteit.jpg
07/dec/2020

Je hebt ze vast wel eens voorbij zien komen: inspirerende quotes over voor jezelf opkomen. Deze bijvoorbeeld:

Of deze:

Of deze:

Deze adviezen klinken mooi, en heerlijk simpel bovendien. Maar wie ze weleens in de praktijk heeft gebracht, heeft vast gemerkt dat ze niet werken. Hoe komt dat? Wat is dan wel een goede manier om je grenzen aan te geven? En zijn er ook uitzonderingen?

De roots van het begrip assertiviteit

Voor een ander artikel dat ik moest schrijven, dook ik onlangs in de onderzoeksliteratuur over assertiviteit. Nu is die literatuur allemaal vrij oud: de hoogtijdagen van het assertiviteitsonderzoek lagen in de jaren ’70 en ’80 – de tijd van emancipatie, protesten en zelfexpressie. Sindsdien is er eigenlijk maar weinig onderzoek bij gekomen; blijkbaar was men er in wetenschappelijke kringen daarna een beetje over uitgepraat. Het onderzoek van toen is de basis geweest voor de assertiviteitstrainingen en zelfhulpboeken die je nu nog steeds ziet. Belangrijk om in gedachten te houden is dat gedragstherapie in die tijd heel populair was. Daarom zie je dat assertiviteitstraining (nog steeds!) vaak gaat over het aanleren van vaardigheden, en minder over naar binnen kijken. Je kunt assertiviteitstrainingen dus zien als een product van die tijd.

Maar wat zegt al dat onderzoek nou?

Allemaal mooi en aardig, maar waar kun je nou beginnen als je wat assertiever uit de hoek wil leren komen? Het eerste dat je moet weten is dat assertiviteit als doel heeft voor jezelf opkomen en de relatie goed houden. En het tweede is dat assertiviteit twee aspecten heeft: wat je doet enerzijds, en wat je erbij denkt en voelt anderzijds. Laten we daarmee beginnen

Wat je doet

Assertiviteit heeft een zichtbare kant. In vaktaal heet dat overt. Een assertieve reactie houdt in:

  1. Je geeft een expression of rights: je komt voor jezelf op. Bijvoorbeeld:
    1. iets weigeren: ‘Nee, dankjewel, ik wil op dit moment niet meedoen.’
    2. iemand verzoeken om zijn gedrag te veranderen: ‘Ik heb het idee dat ik veel meer doe in huis dan jij. Ik zou graag willen dat je wat meer taken oppakt.’
    3. een afwijkende mening geven: ‘Dat ben ik niet met je eens. Ik vind dat ik de afspraak goed ben nagekomen.’

En je doet dat door iets te zeggen over jezelf (ik-boodschap), in plaats van de ander te beschuldigen (jij-boodschap). Een assertieve reactie is voldoende direct, specifiek en respectvol. Je houdt dus de focus op wat je wil zeggen, bent duidelijk over wat je precies bedoelt en bent beleefd. Dat betekent ook dat je goed op je taalgebruik let en ervoor zorgt dat je niet aanvallend bent. Aanval leidt tot verdediging en daar ben je niet naar op zoek: je wil een gesprek. Je kunt dus ook rustig vragen hoe de ander er tegenaan kijkt.

  1. Je kleedt je boodschap goed in en doet moeite om de relatie goed te houden. In de literatuur noem je dat “elaborations”. Bijvoorbeeld:
    1. laten merken dat je begrijpt wat het effect is op de ander.
    2. iets positiefs zeggen tegen of over de ander.
    3. je verontschuldigen voor het ongemak (niet voor het opkomen voor jezelf).
    4. een oplossing zoeken.

Let ook op je toon, volume, oogcontact, gezichtsuitdrukking en lichaamstaal. En probeer een goed moment te zoeken en een geschikte omgeving.

Zo’n eerste assertieve reactie hoeft nog niet heel uitgebreid te zijn. Je hoeft jezelf niet te verdedigen of uitgebreid uit te leggen waar om je iets (niet) wil. Kijk wat je minimaal nodig hebt om je boodschap over te brengen en probeer dat als eerste. Je kunt altijd nog meer in detail treden.

Wat je erbij denkt en voelt

Ten tweede is er een onzichtbare kant van assertiviteit (covert). Dat is wat iemand allemaal doet voor- en nadat hij voor zichzelf opkomt, maar wat je niet aan de buitenkant kunt zien. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. kennis, bijvoorbeeld je herinneringen over het onderwerp.
  2. zelfspraak, oftewel de manier waarop je jezelf toespreekt. Dit heeft een effect op hoe je je voelt en vaak ook op wat je vervolgens doet. Vergelijk bijvoorbeeld: ‘Hij zal wel verschrikkelijk boos worden omdat ik weiger het te doen.’ Of: ‘Het kan zijn dat hij boos wordt, maar ik heb nog steeds het recht om te weigeren.’
  3. verwachtingen die je hebt over het resultaat van een assertieve reactie.
  4. levensovertuigingen die je bewust of onbewust hebt. Bijvoorbeeld dat iedereen je altijd leuk moet vinden, of juist dat je nou eenmaal niet perfect kunt zijn.
  5. sociale waarneming, waarmee je de situatie overziet en begrijpt.
  6. sociale vaardigheden, zoals het herkennen en definiëren van problemen, nadenken over verschillende manieren om te reageren, keuzes maken, beslissingen uitvoeren en daarop terugkijken.
  7. zelfregulering, bijvoorbeeld omgaan met angst of spanning.

De reden waarom dat er allemaal ook bij komt kijken, is dat assertiviteit gaat over rekening houden met jezelf en met de ander.

Iemand die alleen maar “nee” zegt of de ander meteen vraagt zijn gedrag aan te passen, is dus niet zozeer assertief maar eerder agressief.

De uitzondering

Een goede assertieve reactie werkt bijna altijd. Je hebt immers goed stilgestaan bij de situatie, je eigen gevoelens daarover en ieders belangen. Vervolgens heb je aandacht besteed aan hoe je je boodschap brengt, een goed moment uitgekozen voor een gesprek, begrip getoond voor de ander en gezocht naar een compromis.

De enige situatie waarin het niet of nauwelijks werkt, is als je te maken hebt met mensen die niet geïnteresseerd zijn in jouw grenzen. Bijvoorbeeld omdat hun eigen problematiek daarbij in de weg zit. Dan kun je vriendelijk, begripvol en beleefd je grenzen aangeven totdat je een ons weegt, maar de ander zal niet luisteren en je compromis zal niet goed genoeg zijn.

In dat geval kun je je assertieve reactie opschalen en steviger maken, maar mag je ook voor jezelf kiezen. En het er eventueel bij laten zitten en je eigen weg gaan.

Bron:

Rakos, R.F. (1991). Assertive behavior. Theory, Research and Training. Routledge, Londen & New York.


steen.jpg
02/dec/2020

Is psychologie een wetenschap? Eens in de zoveel tijd stelt iemand mij deze vraag. Het antwoord is simpel en ingewikkeld tegelijk. Psychologie is zeker een wetenschap, namelijk een sociale wetenschap. Maar wat bedoelen we er precies mee als we dat zeggen? En wat zijn de beperkingen ervan? In dit artikel leg ik je de ins & outs uit. In de laatste alinea bespreek ik wat dit betekent voor als je in zorg bent.

Een klein stukje achtergrond

Deze vraag raakt aan wetenschapsfilosofie. Dat is een veel te breed (maar wel razend interessant!) vakgebied, waar ik hier niet uitgebreid op in zal gaan. Maar heel kort kun je het volgende zeggen: in de wetenschap heb je de zogenaamde “harde” of “exacte” wetenschappen, zoals natuurkunde, sterrenkunde en gedeeltelijk ook geneeskunde. Zij gaan uit van een objectieve werkelijkheid die je kunt meten en waar je mee kunt rekenen. Door de zwaartekracht valt een steen naar beneden, we leven in een zonnestelsel met zeven andere planeten, en de belangrijkste ader in het menselijk lichaam is de aorta. Dit is even vereenvoudigd, want ook in die wetenschappen zijn onderzoekers het vaak genoeg oneens.

Natuurlijk kun je niet alles op die manier meten. Mensen, samenlevingen, religie, kunst en taal zijn complex en bovendien voor een groot deel subjectief. Het is maar de vraag of er op deze gebieden een meetbare werkelijkheid is. Heeft het dan geen zin om wetenschap te bedrijven? Natuurlijk wel. Sociale wetenschap helpt bijvoorbeeld om patronen te ontdekken in de wereld waarin we leven, en ondersteunt discussies over dingen die we belangrijk vinden. Bijvoorbeeld rechtvaardigheid, welbevinden en menswaardigheid.

Mensen die een exacte wetenschap hebben gestudeerd, hebben daarna als titel “Master of Science”. Sociale wetenschappers en geesteswetenschappers heten “Master of Arts”. Daaraan kun je grofweg zien wat de benadering is van een discipline.

Psychologen zijn Master of Science. Dat komt doordat psychologie zich bezighoudt met het meten, begrijpen, classificeren en zo nodig behandelen van menselijke ervaringen, en daarbij methoden gebruikt die je ook in de exacte wetenschappen ziet. Maar eigenlijk zitten we een beetje tussen arts en science in. Minder afgebakend en exacte dan een “harde” wetenschap, maar wel meer dan de meeste andere sociale wetenschappen.

De replicatiecrisis

De discussie over de wetenschappelijkheid van psychologie is de afgelopen jaren hoog opgelopen. Dat begon in 2015 met een artikel van de Open Science Collaboration genaamd Estimating the Reproducibility of Psychological Science. Reproducibility is reproduceerbaarheid, of herhaalbaarheid. In de harde wetenschappen is dit een belangrijke factor. Het betekent dat als er een nieuwe wetenschappelijke bevinding is, een tweede (en derde, en vierde) wetenschapper dezelfde resultaten moet kunnen behalen. Als de theorie van de zwaartekracht klopt, verwacht je bijvoorbeeld dat alle stenen naar beneden vallen en niet alleen die van één wetenschapper. Wil iemand dit experiment herhalen, maar zijn steen valt naar boven, dan is de zwaartekracht blijkbaar niet zo’n goede theorie – behalve als je op de maan staat, maar dat kun je dan ook goed uitleggen. Kortom: hoe meer mensen jouw onderzoek kunnen herhalen, en daarbij dezelfde resultaten behalen, hoe betrouwbaarder je theorie.

De Open Science Collaboration heeft 100 psychologische onderzoeken herhaald, en kon maar een derde van de uitkomsten reproduceren. Meer mensen doken erin en vonden vergelijkbare uitkomsten. Er zijn allerlei theorieën over waarom dat zo is. De Wikipedia-pagina over dit onderwerp geeft een vrij goed overzicht. Ook andere wetenschappen kwamen er overigens bekaaid vanaf.

Wat betekent dat?

De psychologie is een menswetenschap en daarin valt een steen niet altijd naar beneden. Oftewel: wat waar is voor de een, is misschien niet waar voor de ander. En alle factoren in beeld krijgen die verklaren waarom dat zo is, is waarschijnlijk ondoenlijk. Dat betekent niet dat je het niet moet proberen, want begrip van de psyche kan mensen enorm helpen, maar wel dat enige bescheidenheid op zijn plek is.

Iemand die dit fantastisch uit kan leggen, is Trudy Dehue. Ze doet dat bijvoorbeeld in haar boek Betere Mensen uit 2018. Ze beschrijft daarin dat je je altijd moet realiseren dat aan alle wetenschap keuzes vooraf gaan. Menselijke keuzes, die misschien heel zorgvuldig zijn gemaakt, maar toch gevolgen hebben voor wat we vervolgens voor “waar” aannemen. Dit geldt overigens voor alle wetenschappen. Weet je nog dat we Pluto vroeger meerekenden als de negende planeet in ons zonnestelsel, totdat iemand aan de definities begon te rommelen? Nu is het een dwergplaneet die bij de ring van Neptunus hoort. Terwijl Pluto zelf in de tussentijd echt niet is veranderd.

Op het moment dat je hulp zoekt, betekent het dat je kritisch mag zijn. Vraag door over wat je behandelaar bedoelt met bepaalde termen. Bespreek het als iets niet herkenbaar is voor jou. Sta er samen bij stil of een voorgestelde behandeling ook in jouw specifieke situatie zal werken. Je behandelaar is de expert over zijn vakgebied. Hij gebruikt de kennis van zijn opleiding, maar ook zijn ervaringen als clinicus. Hij zegt iets echt niet zomaar. Jij bent echter de expert over jezelf. Jullie komen er vast uit; psychologen zijn prima in staat om dit soort gesprekken te voeren.

Lukt het niet? Dan leg je uit je echt goed hebt geluisterd naar wat je psycholoog zegt, maar dat jij nou net een van die mensen bent waarbij de steen naar boven valt. En vraag je of jullie samen kunnen uitpuzzelen waarom dat toch zo is


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.