Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00

‘Waarom durft niemand te zeggen: shit happens?’ Het Misverstand Psychotherapie – Flip Jan van Oenen

13 december 2020 by Linda Mulders
misverstand-psychotherapie.jpg

Eind vorig jaar las ik een opiniestuk van Flip Jan van Oenen (arts en systeemtherapeut) in de Volkskrant, getiteld Beter dan nu wordt de psychotherapie niet. Hij zette daarin uiteen dat de verwachtingen van therapie en van de GGZ te hoog gespannen zijn en dat sommige problemen nu eenmaal niet door een therapeut op te lossen zijn. Zo’n bewering lees je niet vaak – meestal gaat het er juist over dat er méér therapie moet worden ingezet. Mijn interesse was gewekt! Van Oenen promoveerde op de effectiviteit van psychotherapie en schreef een goed leesbaar boek over het onderwerp, getiteld Het misverstand psychotherapie. Ik mocht het recenseren.

Het misverstand psychotherapie gaat over de mythe dat als iemand met problemen maar in therapie gaat, alles kan worden opgelost. Deze verwachtingen kloppen echter niet met wat we weten uit onderzoek: therapie werkt, maar niet bij iedereen. Ongeveer een derde van de mensen heeft er geen baat bij.

De moeilijke boodschap van ‘verdragen’

Waarom blijft dit beeld dan toch in stand? Van Oenen beschrijft een mix van drie componenten:

  1. doorgeschoten marktideologie. Sinds de invoering van marktwerking in de zorg, moeten instellingen met elkaar concurreren voor hun voorbestaan. Ze worden dan bijna gedwongen om allerlei mooie uitkomsten te beloven; zorg is zo ongeveer een “product” geworden.
  2. wetenschappelijke blikvernauwing. Natuurlijk wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar welke therapieën werken. De gouden standaard is daarbij de randomized controlled trial, waarin een behandelprotocol wordt uitgevoerd met een niet al te complexe groep cliënten en de uitkomst wordt gemeten met een klachtenvragenlijst. In de vertaalslag naar de praktijk loop je dan tegen een aantal problemen aan. Een protocol is bijna nooit tot op de letter uitvoerbaar. De meeste mensen zijn wel En een klachtenvragenlijst is maar een heel beperkte uitkomstmaat.
  3. menselijke tekortkomingen. Bijvoorbeeld de wens van therapeuten, wetenschappers, verzekeraars en de politiek om zekerheid te bieden in plaats van onmacht toe te geven. En aan de andere kant ook de verminderde tolerantie voor negatieve gevoelens – waarvan je ook zou kunnen zeggen dat die er nou eenmaal bij horen in het leven.

Alle drie deze gedachten zijn niet nieuw. Wat ik verfrissend vond aan het boek is dat Van Oenen niet alleen in heldere bewoordingen uitlegt wat er niet aan werkt, maar ook hoe het wel kan werken. Hij stelt een andere kijk voor op het vak. Bijvoorbeeld dat psychotherapie misschien niet altijd werkt om van klachten af te komen, maar wel om ze beter te verdragen. Hij legt overigens ook zeldzaam goed uit wat dat verdragen nou eigenlijk inhoudt, hoe complex het is en wat het vraagt van cliënt en therapeut. De therapeut kan daarbij iets wat veel anderen niet kunnen: niet in de wanhoop of afweer schieten, maar vanuit compassie blijven verdragen.

Vervolgens zet hij uiteen welke zinvolle rol het behandelprotocol wel zou kunnen spelen: een manier of ritueel om de therapeut te helpen om het lijden van cliënten te verdragen. Ik lees veel over deze onderwerpen, maar op deze manier heb ik het nog nooit bekeken. Als mensen al kritisch zijn op behandelprotocollen, verwerpen ze ze meestal helemaal. In dit boek krijgen ze een andere, legitieme waarde.

Paradigmaverschuiving

De laatste hoofdstukken bevatten aanbevelingen voor een nieuwe rol van psychotherapie in de samenleving en consequenties voor de psychotherapeut en de wetenschap. De ambities liggen hoog: Van Oenen stelt een ware paradigmaverschuiving voor. Niet de GGZ als oplosser van alles wat in de samenleving moeilijk te verdragen is (suïcide, kindermishandeling, anorexia), maar een gezamenlijke erkenning dat we onmachtig zijn om veel problemen en lijden op te lossen, en dat therapie kan helpen bij het onder ogen zien van die realiteit. Van Oenen besluit: ‘De grote uitdaging voor de psychotherapie is om zich te ontworstelen aan het dwingende maakbaarheidsideaal dat zij zelf mede gecreëerd heeft.’

Met alles wat er al over de GGZ geschreven wordt, is het niet zo eenvoudig om iets vernieuwends te zeggen. Flip Jan van Oenen slaagt er wel in en brengt een inspirerende boodschap die naar mijn idee recht doet aan de realiteit, en dat in een goed leesbaar verhaal.

Wat ik echter mis in zijn boek is de aandacht voor organisaties. Van Oenen benoemt bijvoorbeeld wel dat organisaties ervoor moeten zorgen dat therapeuten genoeg tijd hebben om deze (moeilijkere) boodschap uit te dragen en niet te vervallen in protocolreflexen, maar dat is maar één alinea. Organisaties en hun culturen zijn echter heel belangrijk voor hoe een therapeut zich kan ontwikkelen. Dit had naar mijn idee wel een apart hoofdstuk gerechtvaardigd.

Alvast een kijkje in het gedachtegoed van Flip Jan van Oenen? In dit artikel van afgelopen mei is hij in gesprek met een vakgenoot die hem wat al te pessimistisch vindt, psychotherapeut Kirsten Hauber. Maar lees vooral het boek!

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.