Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
verpleegkundig-specialist.jpg
17/mei/2019

In de afgelopen jaren zijn er nieuwe beroepen ontstaan in de zorg. Eén daarvan is de verpleegkundig specialist. Je komt hem ook steeds meer tegen in de GGZ en daar roept hij niet zelden verwarring op bij collega’s en cliënten. Want wie is het nou precies en wat kan en mag hij?

Opleiding

De verpleegkundig specialist is een HBO-geschoolde verpleegkundige, die daarna een masteropleiding heeft afgerond. Hij is speciaal opgeleid om zowel verpleegkundige als medische behandeling uit te voeren. Een van de afstudeerrichtingen is de GGZ; iemand met dit diploma is VS GGZ, oftewel verpleegkundig specialist GZ. Volgens de eigen beroepsvereniging, de V&VN, is het deskundigheidsgebied van de VS GGZ als volgt te beschrijven: “het zelfstandig verrichten van verpleegkundige en medische diagnostiek en daaruit voortvloeiende behandeling, begeleiding en ondersteuning van zorgvragers met psychische klachten en/of psychiatrische stoornissen. De behandeling door de VS GGZ richt zich primair op de gevolgen van de psychiatrische stoornis c.q. de beperkingen, in het (inter-)persoonlijk functioneren binnen complexe zorgsituaties.” De VS GGZ mag zelfstandig handelen en als regiebehandelaar optreden omdat hij BIG-geregistreerd is. Hier zitten echter wel beperkingen aan. De VS GGZ is immers geen psycholoog of psychiater.

Wat zegt het kwaliteitsstatuut?

Het bevoegdheidsgebied van de VS GGZ staat nader beschreven in het Model GGZ Kwaliteitsstatuut. Het Kwaliteitstatuut is sinds 2017 van kracht en geldt als de wettelijke professionele standaard. Dat betekent dat alle praktijken en instellingen zich eraan moeten houden. In het model staat aangegeven wat zorgaanbieders in de GGZ geregeld moeten hebben op het gebied van kwaliteit en verantwoording om geestelijke gezondheidszorg in het kader van de Zorgverzekeringswet te kunnen verlenen. Met het Kwaliteitsstatuut geeft een zorgaanbieder aan dat hij dat de juiste hulp levert, op de juiste plaats en door de juiste zorgprofessional. De zorgaanbieder bevordert daarmee gepaste zorg. Het Kwaliteitsstatuut is in samenwerking tussen verschillende beroeps- en belangenverenigingen tot stand gekomen, waaronder overigens de V&VN.

Een van de zaken die is geregeld in het Kwaliteitsstatuut, is het regiebehandelaarschap. Het Kwaliteitsstatuut geeft met betrekking tot de VS GGZ aan:

  • In de generalistische basis GGZ kan een VS GGZ als regiebehandelaar worden ingezet in een instelling, maar niet in een vrijgevestigde praktijk.
  • In de gespecialiseerde GGZ kan een VS GGZ als regiebehandelaar optreden wanneer de behandeling niet (meer) gericht is op biologische en psychologische factoren, maar meer op de gevolgen van de psychiatrische stoornis of op de beperkingen die de stoornis geeft in het functioneren. Het gaat om cliënten met een langer bestaande stoornis, of patiënten met een hoogcomplexe rehabilitatievraag. Tot slot mag de VS GGZ in deze setting regiebehandelaar zijn bij laagcomplexe, protocollair behandelbare medische zorg die niet past binnen de generalistische basis GGZ.

Concreet betekent dat dat de insteek is dat VS GGZ wordt ingezet bij chronische problematiek. Bijvoorbeeld iemand die zich heeft aangemeld met depressieve klachten, maar waarbij onderliggend sprake blijkt te zijn van autisme. De diagnose is bekend, iemand is uit de actieve behandelfase maar heeft nog steeds zorg nodig, omdat de stoornis blijvende gevolgen heeft voor zijn leven. Hier zou de inzet van een verpleegkundige die goed bekend is met psychiatrische problematiek uitstekend op zijn plek zijn.  De verpleegkundige kan in deze fase tevens optreden als regiebehandelaar en, in overleg met de cliënt, een andere collega inzetten in het zorgtraject, zoals een systeemtherapeut (gezinstherapeut).

Een ander voorbeeld dat goed past binnen de kaders van het Kwaliteitsstatuut is dat van iemand met een bipolaire stoornis die opgenomen is geweest, en begeleid moet worden met de terugkeer naar huis.

Wat zegt het beroepsprofiel?

De V&VN heeft een beroepsprofiel gepubliceerd waarin de taken en bevoegdheden van de VS GGZ veel ruimer omschreven staan. De beroepsomschrijving zou zo die van een ervaren psycholoog kunnen zijn die de nodige vervolgopleidingen heeft gevolgd: “Tevens maakt de VS GGZ gebruik van psychodynamische, (cognitief-) gedragstherapeutische, groepsdynamische, milieutherapeutische en systemische interventies om cognities, stemmingen, gedragingen en houdingen van de zorgvrager en diens systeem te beïnvloeden.” Hier zitten complexe interventies bij waar psychologen jaren postmasteronderwijs voor volgen, gecombineerd met praktijkervaring, leertherapie en supervisie. Ook stelt het beroepsprofiel dat de VS GGZ “het volledige proces van diagnostiek, indicatiestelling, behandeling, verwijzing, overdracht en ontslag uit kan voeren, aansturen, of delegeren en daarin zelfstandig (finale) beslissingen te nemen”. Hier is de beperking weggevallen die eerder in de tekst nog wel stond, namelijk dat de VS GGZ deze bevoegdheden alleen heeft met betrekking tot medische problematiek, weliswaar samengaand met psychische of psychiatrische problematiek, maar niet de psychische problematiek zelf. Tot slot mag de VS GGZ medicatie voorschrijven op recept.

Kortom: het beroepsprofiel schetst een bredere inzetbaarheid dan je terugvindt in het Kwaliteitsstatuut. Ook in de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is op dit moment terug te zien dat de VS GGZ meer verantwoordelijkheden op zich neemt – soms volledige diagnostische en behandeltrajecten die je eerder bij een psycholoog of psychiater zou verwachten, niet bij een verpleegkundige, ook al heeft die zich verder gespecialiseerd.

Bevoegdheid en bekwaamheid

Het zou kunnen dat de VS GGZ sneller toestemming krijgt van organisaties om zijn werkzaamheden uit te breiden, omdat er op dit moment te weinig regiebehandelaren zijn in de GGZ. Als de VS GGZ handelt binnen de grenzen van zijn bekwaamheid, hoeft dat geen slechte ontwikkeling te zijn. Er kunnen dan immers meer cliënten geholpen worden. Drie zaken blijven daarbij echter van groot belang: dat de kaders uit het Kwaliteitsstatuut worden gehandhaafd, dat de VS GGZ en de organisatie integer zijn in de inzet van de VS GGZ, en dat naar de cliënt toe transparant gecommuniceerd wordt uit welke beroepsgroep zijn behandelaar komt. Het mooiste zou zijn als de psycholoog en de verpleegkundige (met specialisme) elkaar aanvullen zoals in de voorbeelden hierboven. Zo is het immers ook bedoeld.


medicatie2-1024x683.jpg
15/sep/2018

Psychologen schrijven geen medicijnen voor. Dat komt doordat het geen artsen zijn, maar gedragswetenschappers, die met mensen praten over hoe ze in elkaar zitten en wat voor effect dat heeft op wat ze doen. Denk je binnen je psychologische behandeling toch aan medicamenteuze ondersteuning? Een (huis)arts of psychiater kan mogelijk helpen.

Wanneer medicatie?

Medicatie die iets doen met de psyche noem je psychofarmaca. Daaronder vallen bijvoorbeeld antidepressiva, kalmeringsmiddelen, methylfenidaat (zoals Ritalin) en antipsychotica. De keuze om psychofarmaca te gaan gebruiken is heel persoonlijk. Over het algemeen hebben psychofarmaca als doel om mensen kalmer, minder wiebelig en meer gefocust te maken. Soms kun je dat doel ook zonder medicijnen bereiken, bijvoorbeeld door therapie of door leefstijlveranderingen. Soms zijn de problemen echter dusdanig ernstig dat het niet lukt om een therapie te doorlopen of veranderingen door te voeren. Je hebt dan een beginnetje of basis nodig om überhaupt met jezelf aan de slag te kunnen. Dit is vaak het moment waarop aan medicijnen wordt gedacht. Het onderwerp kan zowel door de psycholoog als door de cliënt worden aangeroerd. De uiteindelijke beslissing kun je alleen zelf maken, samen met de arts die je begeleidt.

Nadelen van medicatie

Medicijnen hebben een aantal nadelen. Hoe zwaar die voor je wegen, hangt af van je persoonlijke situatie en van het medicijn dat je wil gaan gebruiken. Enkele nadelen zijn:

  • ze lossen het probleem niet op; meestal halen ze alleen de scherpe kantjes eraf. Ze pakken de oorzaak niet aan.
  • van sommige medicijnen kun je afhankelijk worden (verslaafd raken)
  • medicijnen hebben bijwerkingen
  • sommige mensen geven aan zich minder zichzelf te voelen door hun medicatie

Veel mensen vinden het daarom niet prettig om (langdurig) medicijnen te gebruiken, en beginnen er liever niet aan. Soms kan het echter niet anders. Waar die grens ligt, is voor iedereen anders. Je hoeft je er in ieder geval zeker niet voor te schamen als je medicijnen gaat gebruiken.

Wie kan ze wel voorschrijven?

Als je therapie volgt in een grote instelling, werken daar ook altijd psychiaters. Een psychiater is een arts die is gespecialiseerd in psychiatrische problematiek. Je psycholoog kan zorgen dat je daar een afspraak mee krijgt. Ook vrijgevestigde psychologen in groepspraktijken of zelfs solopraktijken hebben echter vaak psychiaters in hun netwerk waar ze mee samenwerken.

Sommige medicijnen kunnen ook worden voorgeschreven door de huisarts. Het hangt van je huisarts af of hij dat verantwoord vindt. Het is een goed idee om met je psycholoog te overleggen voordat je deze vraag bij je huisarts neerlegt.

Overige tips

Denk je aan medicatie, of stelt je behandelaar het voor?

  • Zorg dat je weet wat je slikt. Stel vragen aan je arts. En lees altijd eerst de bijsluiter. Alle bijsluiters staan op Apotheek.nl. Meer informatie over alle verschillende soorten medicijnen vind je op het Farmacotherapeutisch Kompas.
  • Twijfel je? Vraag naar alternatieven.
  • Bestel geen medicatie zelf via internet.
  • Maak een plan voor hoe lang je de medicijnen ongeveer gaat gebruiken en wat redenen zouden zijn om te stoppen.
  • Vraag na wat je kunt verwachten van het afbouwen.
  • Vraag na of deze medicatie samen gaat met eventuele andere medicijnen die je slikt
  • Heb je medische problemen? Zorg dat de arts daarvan op de hoogte is
  • Zorg dat je onder controle blijft bij je arts, zodat de soort en dosis van je medicatie blijft passen bij je situatie.

diagnose-1024x652.jpg
28/jul/2018

In de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) werkt men vaak met DSM-classificaties. Deze classificaties worden ook wel diagnoses genoemd. Een classificatie kan bijvoorbeeld ADHD zijn, maar ook een depressieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis. Binnen de GGZ wordt de diagnose altijd gesteld door een behandelaar met een BIG-registratie, dus een psychiater, GZ-psycholoog, klinisch psycholoog of psychotherapeut.

Wat is een diagnose?

In een eerder artikel besprak ik de ins & outs van de DSM-classificatie. Kort samengevat is het goed om in de gaten te houden dat er een onderscheid is tussen de beschrijvende diagnose (een stukje tekst over wat er precies met iemand aan de hand is en waarom) en de DSM-classificatie (de codering waaronder het beeld van de cliënt wordt ingedeeld). Beide horen in het behandelplan te staan. De beschrijvende diagnose is het belangrijkst voor de behandeling, omdat die aanknopingspunten biedt om aan te werken. De classificatie geeft – gek genoeg – in feite maar weinig informatie over wat er aan de hand is en wat er gedaan moet worden. Psychologen en psychiaters stellen hem vast om in grote lijnen met elkaar te kunnen communiceren over verschillende soorten problematiek en om wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen, bijvoorbeeld naar behandelmethoden. Toch werd hij in de afgelopen decennia ook om een andere reden steeds belangrijker: de DSM-classificatie is vaak een voorwaarde om de behandeling vergoed te krijgen door de zorgverzekeraar of gemeente. Onterecht overigens, want de makers van de DSM zeggen zelf dat de classificaties daar niet voor bedoeld zijn.

Wie stelt de diagnose?

In de DSM staat (p73): “het voornaamste doel van de DSM-5 is om clinici die zijn getraind in het gebruik ervan behulpzaam te zijn bij het classificeren van de psychische stoornissen van hun patiënten”. En verderop (p86): “Het gebruik van de DSM-5 door iemand die geen clinicus of arts is en niet voldoende is opgeleid om de aanwezigheid van een psychische stoornis vast te stellen, wordt afgeraden”.

Wie zijn dan die voldoende opgeleide of getrainde clinici? In Nederland verstaan we daaronder in principe GGZ-professionals met een BIG-registratie (BIG = beroepen in de individuele gezondheidszorg). Dat kunnen zowel psychologen als psychiaters zijn; hier lees je meer over het verschil. Psychologen moeten dan wel een vervolgopleiding hebben gevolgd na hun masterdiploma, zoals de GZ-psycholoog, de klinisch psycholoog en de psychotherapeut; hier lees je meer over hun opleiding en positie.

Een basispsycholoog of orthopedagoog kan de leiding hebben over het diagnostiektraject, maar altijd alleen onder supervisie van een GGZ-professional met een BIG-registratie, die ook het verslag mede moet ondertekenen.

De reden voor het beperken van diagnostische bevoegdheid tot BIG-geregistreerde professionals, is kwaliteitswaarborging

Hoe specialistischer de setting, hoe vaker er een psychiater betrokken is bij de diagnostiek. In een eerstelijnspraktijk is dit in principe niet nodig, maar in een kliniek formuleren de psycholoog en de psychiater altijd samen het diagnostisch beeld. In samenspraak met de cliënt natuurlijk.

Wie stellen de diagnose niet?

De volgende mensen vallen in principe niet onder voldoende getrainde clinici:

  • orthopedagogen (alleen onder supervisie)
  • basispsychologen of de psycholoog NIP (alleen onder supervisie)
  • gezondheidswetenschappers (alleen onder supervisie)
  • systeemtherapeuten (tenzij BIG-geregistreerd)
  • psychologen die de hbo-opleiding “toegepaste psychologie” hebben gevolgd
  • artsen en zorgprofessionals van andere disciplines. Zij hebben wel een BIG-registratie, maar niet op het gebied van de psychologie en psychiatrie
  • huisartsen en de POH-GGZ (praktijkondersteuner)
  • therapeuten zoals de psychomotorisch therapeut, vaktherapeut, speltherapeut, psychosociaal therapeut enzovoort.
  • behandelaren vanuit de complementaire zorg, zoals de homeopaat, accupuncturist, natuurgeneeskundige, masseur enzovoort.
  • opvoedondersteuners
  • coaches
  • leerkrachten
  • (ambulant) begeleiders
  • arbo-artsen
  • medewerkers van een organisatie zoals de gemeente, het UWV of Veilig Thuis

Het kan heel goed zijn dat deze mensen, door hun relatie met de cliënt en hun professionele kennis en ervaring, wel uitstekend zicht hebben op de problematiek waar iemand mee worstelt. Soms kunnen ze ook een vermoeden hebben van een diagnose. Voor het stellen of uitsluiten daarvan dienen ze echter altijd door te verwijzen naar iemand met een relevante BIG-registratie.

Heb je zelf prettig contact met een hulpverlener en wil je graag dat zijn of haar kijk op jouw problematiek wordt meegenomen in het diagnostisch traject? Vraag dan of er gegevens uitgewisseld kunnen worden.


psychologen-1024x683.jpg
07/jan/2018

Het lijkt zo simpel: je meldt jezelf aan bij een psycholoog of bij een GGZ-instelling en je krijgt iemand tegenover je. Die zal dan toch wel dezelfde opleiding en registraties hebben als zijn collega’s? Helaas is dat niet zo. De verschillende beroepsregistraties in de GGZ zijn door de tijd heen ingevoerd en daardoor kan het verwarrend zijn om te weten wie nu precies wat doet. Dit artikel helpt je verder. Hou er rekening mee dat een registratie weinig zegt over iemands precieze expertise en ervaring en ook niet over zijn leeftijd. Alle psychologen volgen voortdurend bij- en nascholing en ze kiezen zelf waar ze zich in willen specialiseren. Dat doen ze mede op basis van hun interesse. De registraties zijn bedoeld als een kwaliteitswaarborg.

De basis: de universitaire opleiding

Alle psychologen hebben een universitaire opleiding gevolgd (bachelor en master). De bachelor bepaalt of iemand toegelaten kan worden tot een bepaalde master, en de master bepaalt de afstudeerrichting.

In Nederland zijn er veel verschillende afstudeerrichtingen. De belangrijkste zijn:

  • Klinische psychologie: voorkomen en behandelen van psychische ontregeling bij volwassenen. Soms ook gezondheidszorgpsychologie genoemd.
  • Kinder- en jeugdpsychologie: voorkomen en behandelen van psychische ontregeling bij kinderen. Soms ook ontwikkelingspsychologie genoemd.
  • Klinische neuropsychologie: relatie tussen hersenen en gedrag.
  • Arbeids- en organisatiepsychologie: kijk op menselijk gedrag binnen organisaties.
  • Sociale psychologie: menselijke interactie en de invloed van de (sociale) omgeving op het menselijk denken en handelen.

Deze vijf richtingen worden op de meeste universiteiten aangeboden. Daarnaast zijn er enkele specifieke masters die alleen op sommige plekken te volgen zijn.

In de regel heeft een psycholoog die in de GGZ werkt, een van de eerste drie masterprogamma’s gevolgd, dus klinische psychologie, kinder- en jeugdpsychologie of klinische neuropsychologie. Hij is dan basispsycholoog. Als de basispsycholoog in de GGZ werkt, is dat altijd onder supervisie. Wil hij zelfstandig cliënten kunnen diagnosticeren en behandelen, dan dient hij een of meerdere vervolgopleidingen te doorlopen.

Het vervolg: de specialisatieopleiding

Er zijn drie soorten vervolgopleidingen:

  • De tweejarige GZ-opleiding. GZ staat voor gezondheidszorg. Een gezondheidszorgpsycholoog is een generalistische professional die inzetbaar is in alle sectoren van de gezondheidszorg.
  • De vierjarige opleiding tot psychotherapeut. De psychotherapeut is een professional die zich richt op behandeling van patiënten met complexe problematiek, veelal meervoudige problematiek, persoonlijkheidsproblematiek of een combinatie van beide.
  • De vierjarige opleiding tot klinisch psycholoog. Iemand wordt alleen toegelaten tot deze opleiding als hij de GZ-opleiding al heeft doorlopen. Klinisch psychologen zijn dé specialisten in de (geestelijke) gezondheidszorg. De klinisch psycholoog is gespecialiseerd in het diagnosticeren en behandelen van mensen met complexe psychische en/of psychosomatische problematiek en is in staat tot het zelfstandig opzetten, uitvoeren en evalueren van toegepast wetenschappelijk onderzoek en legt daarbij de verbinding tussen de klinische praktijk en de wetenschap.
  • De vierjarige opleiding tot klinisch neuropsycholoog. Ook tot deze opleiding wordt iemand alleen toegelaten als hij de GZ-opleiding al heeft doorlopen. Een klinisch neuropsycholoog heeft uitgebreide kennis van de relaties tussen hersenen en gedrag en is vaardig in het toepassen van deze kennis in de praktijk van de patiëntenzorg met betrekking tot diagnostiek en behandeling.

De positie van de klinisch (neuro)psycholoog ten opzichte van de gezondheidszorgpsycholoog is vergelijkbaar met die van de medisch specialist ten opzichte van de basisarts.

Uitzonderingen

Een aparte plaats wordt ingenomen door mensen die een master pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen hebben doorlopen. Hoewel zij geen basispsycholoog zijn geweest, kunnen ze wel toegelaten worden tot de GZ-opleiding, waarna ze zich gezondheidszorgpsycholoog mogen noemen.

Verder is een aantal jaar geleden de HBO-opleiding toegepaste psychologie in het leven geroepen. Mensen die deze opleiding hebben gevolgd, zijn in het bezit van een bachelordiploma. Ze mogen niet zelfstandig diagnosticeren of behandelen binnen de GGZ, maar vervullen begeleidende functies in scholen, coaching- of begeleidingsbureaus, verpleeg- of ziekenhuizen, commerciële organisaties, pedagogische instellingen of gemeentes.

Een psychiater is geen psycholoog maar een arts. Hij is de medisch specialist die zich richt op diagnostiek, indicatiestelling, behandeling, functieherstel en preventie van psychiatrische  aandoeningen. De opleiding duurt 4,5 jaar na de reguliere geneeskundestudie, waarvan 2,5 jaar algemeen deel en 2 jaar één van de aandachtsgebieden (kinder- en jeugdpsychiatrie, volwassenenpsychiatrie of ouderenpsychiatrie). Hier lees je meer over het verschil tussen de psycholoog en de psychiater.

Alle beroepen zijn samengevat in onderstaand schema. Alle genoemde professionals kunnen zowel vrijgevestigd zijn (zelfstandig, bijvoorbeeld in een solopraktijk of in een groepspraktijk) of in instellingen werken.

Twijfel je over de registratie van jouw behandelaar, vraag hem of haar er dan naar.

Bronnen:

Wet BIG (beroepen in de individuele gezondheidszorg)

Landelijk opleidingsinstituut Rino Groep


zorgverzekering-afsluiten.jpg
21/dec/2017

Verwacht je het komende jaar gebruik te maken van psychologische zorg? Kijk dan eens goed naar je zorgverzekering. Er zijn twee belangrijke zaken waar je op kunt letten die je mogelijk veel geld besparen. De eerste is of de problematiek waar je hulp voor zoekt, vanuit de basisverzekering wordt vergoed. En de tweede is welke registraties en contracten de psycholoog van je keuze heeft.

Verzekerde GGZ-zorg

Psychologische zorg wordt in Nederland voor volwassenen vergoed vanuit de basisverzekering. Sinds 2014 komt niet meer iedere problematiek in aanmerking voor vergoeding. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bepaalt hierover: “Een vermoeden van een tot het verzekerde pakket behorende DSM stoornis is een noodzakelijke voorwaarde voor toegang tot de verzekerde generalistische basis-ggz. Voor behandeling in de verzekerde generalistische basis-ggz dient een stoornis aanwezig te zijn.” Dat betekent dat er sprake moet zijn van een stoornis als bedoeld in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), zoals een depressie, ADHD, een angststoornis of een persoonlijkheidsstoornis. Ditzelfde geldt overigens voor de specialistische GGZ. Lichtere problematiek wordt niet meer vergoed door de zorgverzekeraar. Soms kun je je hier wel aanvullend voor verzekeren. Ook zijn er vaak voorzieningen via de huisarts of vanuit een andere regeling zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Jeugdwet. Vraag het eens na bij je huisarts of wijkteam.

Welke zorg wordt niet vergoed vanuit de basisverzekering?

Als je met een probleem zit waarvoor je hulp zoekt, ervaar je het meestal niet als een “licht probleem”. In die zin is die term een beetje eigenaardig. Er wordt in deze context eigenlijk niet meer mee bedoeld dan “geen stoornis”. Dat is een nogal grofmazige scheiding waar je een hele hoop van kunt vinden. Om niet voor financiële verrassingen te komen staan, moet je echter toch rekening houden met het feit dat behandeling voor de volgende problemen in principe niet vergoed wordt:

  • Levensfase problemen, stress, burn-out en overspannenheid
  • Seksuologische zorg (er gelden bepaalde uitzonderingen die wel via de GGZ worden vergoed)
  • Behandeling van de volgende stoornissen: aanpassingsstoornis, slaapstoornis en een coördinatie ontwikkelingsstoornis
  • Dyslexie of dyscalculie (behalve ernstige vormen).
  • Schoolpsychologie
  • Preventieve zorg
  • Pedagogische hulp en hulp bij de opvoeding
  • Psychosociale hulp (bepaalde sociaal-maatschappelijke interventies)
  • Zelfhulp
  • Misbruik van geneesmiddelen
  • Studieproblemen
  • Religieuze problemen

Om voor vergoeding van deze zorg in aanmerking te komen zou je een aanvullende verzekering kunnen afsluiten. Zorgwijzer.nl heeft per zorgverzekeraar precies op een rijtje gezet wat er vanuit de aanvullende verzekering mogelijk is voor:

Kun je zelf een psycholoog kiezen?

In principe mag je zelf kiezen bij welke psycholoog je onder behandeling wil zijn. In Nederland hebben we immers vrije artskeuze. Hou er wel rekening mee dat bij veel zorgpolissen de zorg alleen vergoed wordt als de zorgverlener een contract heeft met de zorgverzekeraar. Sommige zorgverleners willen dat niet, en andere hebben er niet de juiste registratie voor. Ga na of jouw behandelaar BIG-geregistreerd is (als GZ-psycholoog, klinisch psycholoog of psychotherapeut) en of hij gecontracteerd of contractvrij werkt. Dit staat altijd op de website van de zorgaanbieder. Bij grote GGZ-instellingen kun je er bijna altijd van uit gaan dat het gaat om gecontracteerde, BIG-geregistreerde zorgverleners. Heeft de psycholoog die je op het oog hebt geen contract, dan moet je bij sommige polissen een deel van de zorg zelf betalen. Dit is meestal zo bij naturapolissen. Het kan daarom de moeite waard zijn een restitutie- of combinatiepolis af te sluiten. Zeker bij een restitutiepolis mag je altijd vrij kiezen en krijg je alles vergoed. Deze flyer van P3NL legt het verschil goed uit. Wil je gebruik maken van psychosociale therapie of van psychotherapie die niet onder de GGZ-zorg valt, let dan goed op of je psycholoog is aangesloten bij de juiste beroepsverenigingen.

En verder

Kijk uit met budgetpolissen. Die aantrekkelijke lage premie komt ergens vandaan. Meestal heb je minder keuzevrijheid uit zorgaanbieders en soms is er ook een beperking in de problematiek die vergoed wordt. Je kunt ze wel afsluiten, maar zorg dan dat je de polis goed hebt gelezen.

En hou er tot slot rekening mee dat psychologische zorg van je eigen risico af gaat, als je dat nog niet hebt gebruikt.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.