Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
verzekeringen.png
23/dec/2020

In 2021 blijven de regels voor vergoeding van psychologische zorg hetzelfde als de afgelopen jaren. Een paar verzekeraars springen eruit als het gaat om de voorwaarden. Nog aan het twijfelen of je bij je huidige verzekeraar blijft, of overstapt? Dan is het de moeite waard om je er eens in te verdiepen.

Let op: onderstaande geldt voor volwassenen. Jeugdzorg (18-) valt onder de jeugdwet en wordt nooit vergoed door de zorgverzekeraar.

Basisverzekering

Psychologische zorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering, maar alleen als er sprake is van een DSM-classificatie. Bijvoorbeeld een depressie, angststoornis, autisme, ADHD, persoonlijkheidheidsstoornis enzovoort. Enkele “lichtere” classificaties zijn uitgesloten, zoals een aanpassingsstoornis, slaapstoornis en (soms) een specifieke fobie. En dan zijn er nog psychische klachten waarvan de behandeling niet vergoed wordt, zoals werk- of relatieproblemen en levensfaseproblematiek.

Als jouw huisarts ook denkt dat er sprake is van klachten die een DSM-classificatie kunnen zijn, kan hij je doorverwijzen. Dit is nodig voor vergoeding. Een verwijsbrief is 9 maanden geldig. Je kunt worden doorverwezen naar:

  • De generalistische basis GGZ (vroeger de eerstelijnspsycholoog). Vaak is dit een psycholoog die in een eigen praktijk of in een gezondheidscentrum werkt. Je kunt er terecht met matige tot ernstige, niet-complexe (DSM-)klachten. Complex betekent dat er veel tegelijk speelt. Een traject in de GB-GGZ duurt meestal enkele weken tot maanden.
  • De gespecialiseerde GGZ (vroeger de tweede lijn). Dit zijn meestal grotere GGZ-instellingen, maar soms vind je specialistische zorg ook in kleinere praktijken. Je kunt hier terecht met ernstige, complexe klachten. De behandeling duurt vaak wat langer en kan multidisciplinair van opzet zijn.

Let op dat als je je eigen risico nog niet hebt betaald, de zorgverzekeraar dit bij je in rekening zal brengen.

Lichtere klachten

Lichtere klachten en toch hulp? Dan kun je:

  • Kiezen voor een aanvullende verzekering die ook psychologische zorg biedt bij lichtere diagnoses. Bijvoorbeeld van ONVZ, PNO-zorg, VvAA of Zorg en Zekerheid. HIER vind je een overzicht. ONVZ en VvAA bieden bovendien vrije  artskeuze. Dat betekent dat je er niet op of hoeft te letten of de psycholoog van jouw keuze een contract heeft of niet.
  • Kiezen voor een aanvullende verzekering die psychosociale therapie vergoedt. Psychosociale therapie wordt geboden door therapeuten die soms psycholoog zijn, maar ook HBO-geschoold kunnen zijn. Meestal moeten ze zijn aangesloten bij een beroepsvereniging zoals de NVPA of NFG; je vindt de precieze voorwaarden in de polis. Zie ook DIT overzicht. De vergoeding is niet eindeloos, maar als je behoefte hebt aan een aantal gesprekken om je weer op weg te helpen, kan het een goede oplossing zijn.
  • Een aantal gesprekken vragen bij de praktijkondersteuner GGZ. Dat valt onder huisartsenzorg en wordt dus altijd vergoed. Soms is de praktijkondersteuner een psycholoog, maar het kan ook een HBO-opgeleide begeleider of behandelaar zijn. Vraag er eens naar bij je huisarts. Een POH-GGZ kent trouwens ook de GGZ-zorg in jouw omgeving goed en kan je gericht doorverwijzen.
  • In het geval van overspannenheid bij je manager of bedrijfsarts informeren of de werkgever een traject kan bekostigen. Sommige doen dit.
  • Nagaan of er in jouw specifieke situatie extra mogelijkheden zijn voor hulp. Veel universiteiten en hogescholen hebben bijvoorbeeld een studentenpsycholoog. Heb je een medisch probleem waardoor je psychische klachten ontwikkelt? Dan kun je soms in het ziekenhuis terecht bij een medisch psycholoog. En bij bepaalde chronische problemen is het mogelijk om psychologische hulp vanuit de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) te krijgen.

Succes!


shared-decision-making-1024x683.jpg
27/jun/2018

Samen beslissen, oftewel shared decision making, is een actueel thema in de geestelijke gezondheidszorg. Samen beslissen betekent dat de hulpverlening gebaseerd is op drie pijlers: 1) wetenschappelijk bewijs, 2) de klinische expertise van de hulpverlener en 3) de expertise, waarden en voorkeuren van de individuele cliënt (Wester, Kreuger en Van Gool, 2015). Door die drie zaken samen met je psycholoog bij elkaar te brengen, zorg je ervoor dat je een behandeling volgt die je goed begrijpt, die bij je past en waar je achter staat. Dat zorgt meestal voor betere uitkomsten. Klinkt gemakkelijk, is nog niet zo eenvoudig. Hier lees je wat je zelf kunt doen om samen tot goede beslissingen te komen.

Wat houdt Samen beslissen in de praktijk precies in?

Deze video van patiëntenorganisatie MIND legt vereenvoudigd uit wat Samen beslissen inhoudt in de praktijk.

De basis van Samen beslissen

De wettelijke basis voor Samen beslissen ligt in de WGBO: de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Hierin staat dat hulpverleners, dus ook psychologen, goed moeten bespreken welke behandeling ze voorstellen en waarom. De verwachte gevolgen en risico’s moeten worden besproken. Tot slot moeten eventuele alternatieven aan de orde komen. Soms zijn er bijvoorbeeld andere behandelmethoden die in aanmerking komen (artikel 448 WGBO).

In de formulering van de WGBO is de hulpverlener echter nog steeds de leidende persoon: hij doet voorstellen en geeft informatie. Echt Samen beslissen gaat nog een stap verder (Charles, Gafni en Whelan, 1999) en gaat uit van meer gelijkwaardige verhouding:

  • er zijn minstens twee partijen bij betrokken: de behandelaar en de cliënt;
  • beide partijen zetten stappen in het besluitvormingsproces;
  • informatie-uitwisseling is een noodzakelijke voorwaarde;
  • er wordt een behandelbesluit genomen waarmee beide partijen instemmen.

Samen beslissen vraagt dus ook een actieve houding van de cliënt: die kan niet achterover leunen en afwachten waar de psycholoog mee komt. Ook moet hij zorgen dat de psycholoog alle informatie heeft die nodig is om een goed advies te geven.

Aansturen op Samen beslissen

Als je het idee hebt dat het advies van je psycholoog niet goed bij je past, zijn er een hoop dingen die je als cliënt kunt doen om aan te sturen op Samen beslissen. Bijvoorbeeld:

  • leg op een rustige manier uit waarom je de voorgestelde behandeling niet ziet zitten;
  • zijn er aspecten van jouw situatie waar je behandelaar naar jouw idee onvoldoende rekening mee heeft gehouden? Geef er meer informatie over;
  • bespreek je gevoel. Wat is er aan de hand? Ben je bijvoorbeeld ergens bang voor in deze behandeling?
  • vraag naar alternatieven binnen én buiten de GGZ;
  • vraag of er alternatieven zijn buiten deze praktijk of instelling;
  • vraag je huisarts of POH-GGZ (praktijkondersteuner) mee te denken als onafhankelijke derde;
  • heb je informatie niet goed begrepen? Vraag je psycholoog het nog een keer uit te leggen;
  • zoek gerust op internet naar meer informatie en neem mee wat je gevonden hebt;
  • neem een naaste mee naar het gesprek, bijvoorbeeld je partner, een familielid of een goede vriend.

Wat betekent Samen beslissen nog meer?

Bij Samen beslissen ben je dus gelijkwaardig, maar ook weer niet gelijk. Hoogleraar Evelien Tonkens verwoordt het in haar boek (2008) heel mooi: ‘Dat wil zeggen dat de cliënt de expertise van de professional erkent, die door zijn opleiding, kennis, ervaring en voortdurende verdieping daarvan een oordeel kan maken over klachten en bijbehorende therapieën dat per definitie superieur is aan dat van de leek, bijvoorbeeld de cliënt. Daar tegenover staat dat de cliënt op een ander punt superieur is aan de professional: hij weet hoe het voelt en professionals kunnen niet anders dan daar heel goed naar luisteren, en gebruiken wat ze horen.’

De expertise van de professional erkennen en respecteren betekent bijvoorbeeld dat je geen behandeling kunt afdwingen die jouw psycholoog niet kan of wil leveren. Bijvoorbeeld omdat hij die behandelmethode niet beheerst of omdat hij die in jouw situatie niet passend of zelfs gevaarlijk vindt. Je psycholoog heeft zijn eigen professionele grenzen en verantwoordelijkheid – dat is ook een kant van “samen”. Luister dus goed naar de antwoorden die je psycholoog geeft en stel je niet eisend of dwingend op. Soms is informatie die je zelf op internet vindt niet betrouwbaar; je psycholoog kan je daarop wijzen. Zorg dat er een dialoog op gang blijft. Kom je er echt niet uit? Je bent niet verplicht om een behandeling te volgen die je niet ziet zitten. Je kunt altijd respectvol besluiten niet met deze psycholoog of instelling verder te gaan.

Meer weten?

Het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) maakte onlangs een interessante film waarin een aantal professionals aan het woord is over hoe ze tegen Samen beslissen aan kijken en hoe ze omgaan met dilemma’s.

 

Bronnen:

Wester, A.; Kreuger, T., Gool, R. van (2015). Beslissen doe je samen! Gedeelde besluitvorming: theorie en praktijk. Nurse Academy GGZ, nummer 4.

Charles, C.; Gafni, A., Whelan, T. (1997). Shared decision-making in the medical encounter: what does it mean? (or it takes at least two to tango). Social Science & Medicine. Mar;44(5):681-92.

Tonkens, E. (2008). Mondige burgers, getemde professionals. Van Gennep, Amsterdam.


neil-thomas-329602-1024x683.jpg
31/okt/2017

Onder psychische klachten verstaan we in de gezondheidszorg dat het niet goed met iemand gaat. Dat noem je ook wel “onwelbevinden” en meestal horen daar symptomen bij, zoals piekeren, slapeloosheid, somberheid of concentratieproblemen.

Dit is een nogal brede definitie – logisch, want psychische klachten zijn ook heel breed. Gelukkig wordt er al vijftig jaar uitvoerig onderzoek gedaan naar psychische klachten en daarom kunnen we er inmiddels nog veel meer over zeggen. Onderstaand overzicht is gebaseerd op dat in het boek van van Delespaul e.a. (2016; box 3.1).

Psychisch welbevinden

In perioden van psychisch welbevinden gaat het mentaal goed met mensen. Dat betekent dat ze het idee hebben het leven goed aan te kunnen en geen of weinig klachten hebben. Ze voeren zelf de regie, zijn bezig met zinvolle levensdoelen en ervaren “ruimte” voor anderen. Hoe groter de kracht van de persoon is, des te groter is de kans dat deze perioden van psychisch welbevinden lang aanhouden. Oftewel: een krachtig persoon voelt zich vaker goed dan slecht, en kan meestal weer zelf overeind krabbelen als het even niet zo lekker gaat. De omstandigheden spelen daarbij natuurlijk ook een belangrijke rol.

Psychisch onwelbevinden

In perioden van psychisch onwelbevinden gaat het niet zo goed met mensen. Ze hebben symptomen zoals angst, piekeren, paniek, slapeloosheid, somberheid of aandachtsproblemen. Psychologen hebben deze symptomen onderverdeeld in syndromen: groepjes symptomen die bij elkaar horen, bijvoorbeeld angstsyndroom of depressief syndroom. Symptomen zorgen voor lijden en beperken iemand in zijn functioneren: de persoon voelt zich vervelend en kan niet de dingen doen hij normaal gesproken doet.

Bij ongeveer 15% van de bevolking is er vroeg of laat een vom van (zelf)hulp wenselijk. De overige mensen kunnen op eigen kracht uit een periode van psychisch onwelbevinden komen.

Perioden van onwelbevinden worden vaak afgewisseld met perioden dat het goed gaat. Dat noem je een episodisch-residueel beloop. Als iemand toch opnieuw klachten ontwikkelt, kunnen dat dezelfde klachten zijn maar ook andere.

Verschillen tussen mensen

Waarom hebben sommige mensen nu meer last van psychische klachten dan anderen? Daarbij spelen veel verschillende factoren een rol, maar drie ervan zijn het belangrijkst:

  • Onderliggende kracht
  • Onderliggende kwetsbaarheid
  • Omstandigheden

Deze drie factoren hangen ook met elkaar samen. Als de omstandigheden tegenzitten (je hebt bijvoorbeeld te maken met een ontslag of gaat scheiden), ben je immers kwetsbaarder en wordt er een groter beroep gedaan op je kracht. Dat is voor iedereen zo.

Sommige mensen zijn echter eigenlijk altijd kwetsbaarder dan anderen. Ze zijn zogezegd snel van slag. Dat komt bijvoorbeeld door hun persoonlijkheid, genen of door gebeurtenissen uit hun vroege jeugd. Deze mensen hebben een grotere kans om psychische klachten te ontwikkelen. Het is voor hen extra belangrijk om goed te weten hoe ze zichzelf kunnen beschermen.

Indelingen van klachten

Als een psycholoog of psychiater symptomen indeelt in een syndroom, doet hij dat vaak aan de hand van bepaalde criteria. Die criteria zijn vastgelegd in classificatiesystemen zoals de DSM of de ICD-10. Per jaar heeft ongeveer één op de vier mensen dusdanige klachten dat ze voldoen aan de criteria van een stoornis zoals omschreven in de DSM of de ICD. ADHD is bijvoorbeeld een classificatie: je kunt extreem druk, onoplettend en impulsief gedrag indelen (classificeren) als ADHD wanneer het aan de criteria voldoet.

Over het gebruik van dat soort classificatiesystemen valt een hoop te zeggen en er zitten zeker voor- en nadelen aan. Voor nu is het goed om te weten dat het hoofddoel ervan is betere zorg te leveren. Door het bijvoorbeeld samen eens te zijn over wat we onder “depressie” of “ADHD” verstaan, is het gemakkelijker om aan de cliënt en aan andere professionals uit te leggen wat er precies met iemand aan de hand is. Ook kunnen we dan gebruikmaken van de enorme hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek die er al is gedaan naar depressie. We weten van veel klachtbeelden namelijk al ontzettend veel over de oorzaken en mogelijke behandelmethoden. Dat helpt om een beter behandelplan op te stellen.

Wat kan ik zelf doen aan mijn psychische klachten?

Hoewel het soms kan voelen alsof psychische klachten een eigen leven gaan leiden (en dat van jou in één moeite door overnemen), zijn er zeker dingen die je zelf kunt doen. Veel is natuurlijk afhankelijk van jouw situatie: er is helaas niet één superoplossing die voor iedereen werkt. Toch zijn er wel een aantal goede uitgangspunten waar je mee kunt beginnen. Er staan er veel op deze site, kijk maar eens in dit overzicht, in de losse pagina’s onder de categorie “zelf doen” en in het overzicht van links.

Bronnen:

Delespaul, P., Milo, M., Os, J. van, Boevink, W., Schalken, F. (2016). Goede GGZ! Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie. Diagnosis Uitgevers.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.