Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
alleen-naar-psycholoog-1024x683.jpg
01/sep/2018

Het kan zijn dat je als jongere graag eens met een psycholoog wilt praten, maar liever niet hebt dat je ouders daarvan op de hoogte zijn. Bijvoorbeeld omdat je niet wil dat ze weten waar je mee zit, of omdat ze er zelf een rol in spelen. Door de Nederlandse wet- en regelgeving is dat lastig, maar er zijn gelukkig toch mogelijkheden. Bijvoorbeeld online of via de huisarts.

Wat zegt de wet?

De regels waar psychologen zich aan moeten houden, liggen vast in de WGBO. Dat is de Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Daarin staat dat ouders van kinderen tot 16 jaar (dus t/m 15 jaar) toestemming moeten geven voor behandeling. Dat komt doordat zij verantwoordelijk zijn voor hun kinderen. Om die toestemming te kunnen geven, moeten ze ervan op de hoogte zijn dat hun kind in behandeling wil en ook waarvoor. Ze mogen zelfs je dossier opvragen. Dit geldt voor alle vormen van psychologische behandeling. Beide gezagdragende ouders moeten toestemming geven, ook als je ouders gescheiden zijn.

Vanaf zestien jaar ben je voor de WGBO meerderjarig. Je mag dan zelfstandig, dus zonder dat je ouders erbij betrokken zijn, in behandeling gaan. Ze kunnen ook geen informatie meer opvragen over je behandeling. Wil je dat ze er helemaal niets vanaf weten? Dat kan praktisch gezien lastig zijn. De psycholoog zal je bijvoorbeeld af en toe post willen sturen en de gemeente moet betrokken zijn voor de indicatie en de financiële afhandeling. Leg deze vraag voor aan de praktijk of instelling waar je in behandeling wil, of bij de gemeente.

Vanaf achttien jaar ben je daarvan af. De zorg valt dan niet meer onder de gemeente maar onder de zorgverzekeringswet en je kunt jezelf gewoon aanmelden. Hou er echter rekening mee dat de zorgverzekeraar het eigen risico in rekening zal brengen en dat deze rekening bij je ouders belandt. Als je nog met hen mee verzekerd bent en bij hen woont, in ieder geval.

Dit artikel legt het nog wat uitgebreider uit.

Wat kan er wél?

Jongeren kunnen voor sommige problemen anoniem een online behandeling volgen, chatten of bellen. Omdat je gegevens niet worden gevraagd, zijn je ouders ook niet betrokken. Je kunt bijvoorbeeld terecht:

  • Bij de Kindertelefoon (ook chat) voor allerlei verschillende problemen.
  • Bij Accare voor problemen met zelfbeeld, eten, gewicht en uiterlijk
  • Bij Brijder voor problemen met alcohol en gokken
  • Bij Fier als je te maken hebt (gehad) met geweld, bijvoorbeeld als er iets gebeurd is tegen je wil, als er veel ruzie is thuis of als je word bedreigd.
  • Bij Grip op je Dip voor somberheidsklachten en niet goed in je vel zitten (vanaf 16 jaar)
  • Bij Kenter (Praten Online) voor niet goed in je vel zitten
  • Bij Proud2bme voor eetstoornissen
  • Bij Ter Wille (Doe Relegs) bij verslavingsproblemen
  • Bij Psychosenet voor psychosegevoeligheid
  • Bij Trimbos Instituut (Kopstoring) als je ouders hebt met psychische of verslavingsproblemen
  • Bij Sense voor problemen met seksualiteit
  • Bij 113 als je denkt aan zelfmoord

Is er een tussenoplossing?

Ligt online hulpverlening jou niet zo en wil je toch graag gesprekken met iemand? Misschien kan de huisarts je verder helpen via de praktijkondersteuner (POH-GGZ). De praktijkondersteuner is een zorgprofessional, vaak met een opleiding in de psychologie of daarop lijkend, die de huisarts ondersteunt bij het helpen van mensen met psychische klachten. Soms is er een speciale POH-GGZ-jeugd. Als de klachten niet te zwaar zijn, kan de praktijkondersteuner een aantal gesprekken met je hebben, deze vallen dan onder huisartsenzorg. De kosten gaan niet af van het eigen risico van de zorgverzekering en je ouders krijgen er daarom geen rekening voor. Op het overzicht van de verzekering kunnen ze overigens wel zien dat je bij de huisarts bent geweest, als ze dat opvragen, maar niet waarvóór.

Of de huisarts het goed vindt dat je een aantal gesprekken hebt met de POH-GGZ zonder dat je ouders daarvan op de hoogte zijn, hangt af van je probleem en de reden waarom je geheimhouding wil. Wees van tevoren duidelijk dat je graag in je eentje op consult wil komen bij de huisarts en vraag na of het geheim kan blijven.

Je kunt ook bellen naar het Centrum voor Jeugd en Gezin in jouw regio (CJG) om te vragen of er mogelijkheden zijn voor anonieme hulp, of hulp waarvan je ouders niet op de hoogte zijn. Je hoeft daarbij nog niet je naam te zeggen.

Soms zijn er tot slot mogelijkheden buiten de geestelijke gezondheidszorg om met iemand over je problemen te praten, bijvoorbeeld bij een kerk of moskee.

Toch naar een psycholoog?

Wil je toch naar een psycholoog of een andere behandelaar? Dan zul je een beetje moeten schipperen: je ouders zullen op zijn minst moeten weten dat je in behandeling bent en waarvoor. Vanaf 12 jaar kun je wel afspraken maken met je psycholoog over wat je ouders wel en niet mogen weten. Leg gewoon uit waar je je zorgen over maakt of waar je bang voor bent en vraag de psycholoog en je ouders om mee te denken. Het is helemaal niet zo gek dat je een beetje privacy wil in je behandeling. Let er wel op dat als er een gevaarlijke situatie ontstaat, de psycholoog je ouders altijd zal moeten inlichten. Bijvoorbeeld als je serieuze zelfmoordplannen hebt.

Tot slot

Vraag jezelf af of het echt zo erg zou zijn als je ouders weten dat je een psycholoog wil bezoeken. Misschien hebben ze allang in de gaten dat je niet zo goed in je vel zit en vinden ze het juist een heel goed idee. En misschien kan je psycholoog ook hen helpen om dingen anders te doen zodat het beter gaat met jou. Sommige ouders hebben bijvoorbeeld niet in de gaten dat hun kind er last van heeft als ze steeds over hun scheiding praten. Of dat het niet helpt dat ze steeds zeggen dat je je “niet zo aan moet stellen”. Of dat jij vindt dat ze te veel kritiek op je hebben.

Wat dan ook de reden is waarom je je ouders buiten de behandeling wil houden, misschien valt het wel mee.


email-1024x702.jpg
20/jun/2018

E-mail is een simpel, alledaags communicatiemiddel geworden. Veel mensen vinden het dan ook prettig om via dit kanaal met hun zorgverlener te communiceren. Bijvoorbeeld om afspraken te maken, te laten weten hoe het met hen gaat, huiswerkopdrachten vast in te sturen of hun behandelplan direct digitaal te ontvangen. Maar is het eigenlijk wel veilig om op die manier gegevens uit te wisselen die te maken met hebben met je psychische gezondheid? En zijn er veiligere alternatieven?

Bijzondere persoonsgegevens

Persoonsgegevens zijn alle gegevens die herleidbaar zijn tot een persoon, of die over een persoon gaan. Bijvoorbeeld iemands naam, adres en geboortedatum. Naast deze “gewone” persoonsgegevens onderscheidt de wet bijzondere persoonsgegevens. Dit zijn gegevens die zo gevoelig zijn dat de verwerking ervan iemand privacy ernstig kan beïnvloeden. Natuurlijk vallen alle medische gegevens daar ook onder, inclusief gegevens over iemands psychische gezondheid. Het is belangrijk dat deze gegevens niet kunnen worden onderschept en niet openbaar kunnen worden.

De onveiligheid van e-mail

Voor een communicatiemiddel dat zoveel wordt gebruikt, is e-mail verrassend onveilig. Compumatica, een bedrijf met expertise op het gebied van de beveiliging van technologie, legt het op zijn website uit op een manier die ook begrijpelijk is voor mensen zonder technische achtergrond. Ius Mentis, de website van een ICT-jurist, geeft een meer technische uitleg. Samengevat:

  • Op e-mail zit geen briefgeheim. Het is niet expliciet verboden om mails die onderweg zijn te openen en te lezen.
  • E-mails zijn gewoon “leesbaar” als ze worden onderschept, net zoals een postkaart. Door verzending worden ze semi-openbaar. Als een kwaadwillend of nieuwsgierig persoon de mail onderschept, kan hij de inhoud inzien. De kans daarop is ook weer niet zo groot, maar als gevoelige informatie wordt gebruikt voor identiteitsfraude of (economische) spionage, ben je erg ver van huis.
  • Internet kent geen landgrenzen en je kunt niet zien hoe je e-mail reist. Wanneer je e-mail bijvoorbeeld door Amerikaanse kabels gaat, heeft de Amerikaanse overheid het recht om het bericht te openen. Je mail kan op zijn weg 1, 10 of wel 100 landsgrenzen passeren; dat weet je niet.
  • Een e-mail kan gemanipuleerd worden: de inhoud en de afzender kunnen veranderd worden. De ontvanger kan niet weten of de inhoud van de e-mail onderweg is veranderd (of nooit verstuurd).
  • Online e-mail providers (Hotmail, Yahoo, Gmail enzovoort) scannen de e-mails van de gebruikers. Google (eigenaar van Gmail) is hierin het slimst. De mails worden niet handmatig door een persoon gescand maar door een computer. Door te analyseren waar iemand over mailt, kunnen geschiktere reclames worden aangeboden.

Conclusie

E-mail is zo onveilig, dat je het beter niet kunt gebruiken om bijzondere persoonsgegevens mee uit te wisselen. Communiceren over je psychologische behandeling kun je dus beter doen via een ander kanaal. Je kunt daarbij denken aan post of telefoon, maar als je graag digitaal wil communiceren kun je het beste gebruik maken van een beveiligd platform. Gelukkig hebben steeds meer praktijk en instellingen dit; vraag je psycholoog er eens naar. Zo’n platform maakt een beveiligde verbinding met zowel jouw computer als die van je behandelaar en versleutelt automatisch de boodschap. Aan de kant van de ontvanger wordt hij weer automatisch leesbaar gemaakt. Een ander kan het bericht dan nog steeds wel onderscheppen, maar niet meer lezen. Iemand die kwaad wil of nieuwsgierig is, heeft er dus niets aan. Vergelijk het met een postkaart met een geheimtaal erop: alleen jij en je psycholoog hebben de sleutel en dus de toegang tot de informatie.

Toch mailen?

Zorg dat je gegevens iets veiliger zijn en gebruik deze tips:

  • Als je een beetje technisch bent aangelegd, verdiep je er dan in of je je mails zelf kunt versleutelen. Je kunt zelf gemakkelijk uitzoeken hoe je dat doet, maar Ius Mentis beschrijft de basis ook in zijn stuk.
  • Gebruik geen webgebaseerde e-mail provider zoals Hotmail, Yahoo of Gmail (met een website waarop je kunt inloggen), maar een e-mail programma dat je op je computer installeert, zoals Outlook.
  • Stuur geen mails vanaf een openbare locatie, zoals een bibliotheek of een internetcafé. Ook niet als het netwerk beveiligd is met een wachtwoord.
  • Zet gevoelige informatie alleen in een bijgevoegd bestand, niet in de tekst van de e-mail, en beveilig dat met een wachtwoord. In de helpfunctie van je tekstverwerkingsprogramma (bijvoorbeeld Word) kun je vinden hoe je dat doet. Spreek een vast wachtwoord af met je psycholoog of communiceer het op een andere manier, maar niet in dezelfde mail. Let op: hackers kunnen een bestand met een wachtwoord wel degelijk “kraken”. Deze methode is dus niet waterdicht.
  • Installeer een goede virusscanner.

kinderpsycholoog-1024x813.jpg
05/apr/2018

Elke psycholoog heeft geheimhoudingsplicht. De regels daarvoor zijn vastgelegd in dezelfde wet die voor artsen geldt, namelijk de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). In grote lijnen werkt de geheimhoudingsplicht hetzelfde voor kinderen en jongeren als voor volwassenen. Iedereen moet zich immers voldoende veilig kunnen voelen in de therapeutische relatie om vrijuit te praten – kinderen ook. Er zijn echter wel een paar dingen anders. De leeftijd van het kind speelt bijvoorbeeld een rol, er zijn ouders in het spel en soms nog andere gezagsdragers of meerdere professionals. Dit artikel geeft een overzicht van hoe het zit en sluit af met adviezen aan ouders en kinderen.

Ouders

Kinderen hebben ouders (of een andere wettelijke vertegenwoordiger zoals een voogd). Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen en daarom hebben ze recht op informatie over de medische en psychologische behandeling daarvan. Ze moeten er ook gericht toestemming voor geven en zonder duidelijke informatie kan dat niet. Ook dat vind je terug in de WGBO, namelijk in artikel 450 en 457. “Gerichte toestemming” betekent dat iemand begrijpt welk probleem er precies is vastgesteld (vaak een beschrijvende diagnose en een DSM-classificatie), welke behandelmethode er wordt voorgesteld en waarom. Ook is het belangrijk dat de ouders goed begrijpen wat er precies van hen wordt verwacht. In de kind- en jeugdpsychologie hebben de ouders namelijk vaak een actieve rol in de behandeling van hun kind, bijvoorbeeld omdat het belangrijk is dat ze hem helpen met huiswerkopdrachten of dat ze zelf ook leren anders te reageren op zijn gedrag. Vaak staat dit alles beschreven in een behandelplan. Verandert het behandelplan, bijvoorbeeld omdat de behandeling vordert en de doelen worden bijgesteld, of omdat er een andere diagnose wordt gesteld, dan moeten de ouders opnieuw geïnformeerd worden en opnieuw toestemming geven.

De psycholoog kan het verstrekken van informatie geheel of gedeeltelijk weigeren in twee situaties. De eerste is als de belangen van het kind daardoor in het geding komen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een vechtscheiding of mishandeling. De tweede is als het kind nadrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen informatieverstrekking.

Leeftijd

Ook de leeftijd van het kind speelt een rol. De WGBO onderscheidt drie leeftijdsgroepen:

  • 0 t/m 11 jaar: de ouders moeten toestemming geven voor de behandeling en hebben een volledig informatierecht. Het kind krijgt de informatie over zijn behandeling uitgelegd op een niveau dat het kan begrijpen.
  • 12 t/m 15 jaar: ouders en kind beslissen samen en hebben allebei een zelfstandig informatierecht. Vaak stemt de psycholoog samen met het kind af wat er met de ouders gedeeld wordt. Op deze leeftijd wordt privacy immers belangrijker. Het kan zijn dat het kind dingen wil bespreken die zijn ouders (nog) niet mogen weten; dat recht heeft hij.
  • Vanaf 16 jaar: voor de WGBO is het kind meerderjarig. Een jongere mag zichzelf vanaf deze leeftijd aanmelden voor behandeling en heeft een zelfstandig informatierecht. De ouders krijgen alleen informatie als de jongere daarmee instemt.

Gezag

Bovenstaande geldt voor gezagdragende ouders. Dat zijn ouders die wettelijk gezien het gezag hebben over het kind. Het maakt niet uit of de ouders bij elkaar zijn of gescheiden zijn. Als een ouder geen gezag draagt, heeft hij nog steeds een informatierecht: hij moet in grote lijnen op de hoogte kunnen zijn van de gezondheid van zijn kind. Dit informatierecht is wel beperkter dan van een ouder met gezag.

Is er een voogd met gezag, al dan niet samen met de ouders, dan heeft ook deze een zelfstandig informatierecht. Dat wil zeggen dat hij recht heeft op dezelfde informatie als een (gezagdragende) ouder zou hebben.

Soms is er een jeugdbeschermer betrokken die geen gezag heeft, bijvoorbeeld in het kader van een onder toezichtstelling (OTS). Dit noem je ook wel een toeziend voogd; vroeger heette het een gezinsvoogd. Sinds de nieuwe jeugdwet uit 2015 mag een psycholoog de toeziend voogd de informatie verstrekken die deze nodig heeft voor het uitoefenen van de OTS – ook als de ouders daar geen toestemming voor geven. De psycholoog dient deze informatie wel zo beknopt mogelijk te houden.

Andere behandelaren en professionals

Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 en de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015, wordt er steeds meer informatie over kinderen en jongeren gedeeld. Dat komt doordat scholen, wijkteams en zorgprofessionals (“ketenpartners”) meer samenwerken. Dat heeft zeker goede kanten, maar privacytechnisch zitten er nogal wat haken en ogen aan. Moet een school bijvoorbeeld altijd op de hoogte zijn van de diagnose van een kind? Zo ja, hoe uitgebreid is de informatie die verstrekt wordt, wie heeft daar inzage in en hoe wordt het bewaard? Heeft de gemeente recht op informatie nu deze de jeugdzorg indiceert en betaalt? Wat gebeurt dan vervolgens met die gegevens en hoe lang blijven ze in een dossier staan? Kan het ook nadelige gevolgen hebben? Dit artikel in de Groene Amsterdammer (mei 2017) zet het misschien wat te dik aan, maar legt ook zeker een vinger op de zere plek. Gemeenten en professionals zijn zich terdege bewust van de problemen en maken ook steeds betere afspraken, bijvoorbeeld binnen de coalitie ‘in goed vertrouwen; de privacy van de jeugd geborgd’.

Adviezen

Voor kinderen, jongeren en ouders is het volgende belangrijk:

  • De psycholoog heeft geheimhoudingsplicht en mag niet zonder toestemming gegevens verstrekken aan derden;
  • Wil je toestemming geven voor gegevensuitwisseling, bijvoorbeeld omdat je het zelf handig vindt dat verschillende ketenpartners met elkaar overleggen, vraag dan om inzage (vooraf!) in wat er wordt verzonden en vraag om een zo minimaal mogelijke uitwisseling. Sta er bijvoorbeeld bij stil of je het goed vindt dat een volledig onderzoeksverslag wordt verstrekt of liever alleen de eindconclusie (zoals hij ook in het behandelplan staat);
  • Vraag na wat precies het doel is van de verstrekking, hoe gegevens verzonden en bewaard worden, waar ze voor gebruikt worden en wie er inzage in heeft;
  • Maak onderscheid tussen hulpverleners en niet-hulpverleners. Hulpverleners zijn bijvoorbeeld psychologen, (ambulant) begeleiders, artsen, vaktherapeuten en fysiotherapeuten. Deze zijn allemaal gebonden aan het medisch beroepsgeheim. Niet-hulpverleners zijn bijvoorbeeld leerkrachten, medewerkers van het kinderdagverblijf en medewerkers van het wijkteam. Zij zullen ook zorgvuldig omgaan met privacygevoelige informatie maar zijn niet gebonden aan dezelfde strikte regels;
  • Er zijn een paar uitzonderingssituatie op de geheimhoudingsplicht, waaronder het melden van huiselijk geweld en kindermishandeling bij Veilig Thuis. Dit mag echter niet zomaar: het is een allerlaatste redmiddel en daarom moeten er verschillende stappen worden doorlopen. Sinds 2017 geldt voor alle hulpverleners het basismodel meldcode;
  • Twijfel je over een situatie waarin het delen van gegevens een rol speelt? Doorloop de privacy-app van Jeugdconnect eens, die geeft op bijna alle vragen een antwoord, gemakkelijk geschreven en passend bij de huidige wet- en regelgeving.

Trinity-Kubassek-via-stocksnap-1024x683.jpg
04/mrt/2018

Eerder schreef ik al een artikel over het opvragen van je eigen dossier bij je psycholoog. Daarin beloofde ik een vervolgstuk over de regels voor dossiers van kinderen en jongeren. Om eerlijk te zijn kon ik me er vervolgens moeilijk toe zetten dit artikel ook te schrijven. Dat heeft een reden: het opvragen van (volledige) dossiers van kinderen heeft een ontzettend ingewikkelde kant, zowel voor ouders en kinderen als voor de behandelend psycholoog. Het antwoord is dus ook minder eenduidig dan bij een volwassene die inzage wil in zijn eigen dossier. Althans, wettelijk gezien is het simpel: ja het mag. Maar er zijn belangrijke redenen om toch te adviseren: doe het niet.

Wettelijke rechten

Om maar bij het gemakkelijke deel van de vraag te beginnen: iedere gezagdragende ouder heeft recht op informatie over de behandeling van zijn kind, tot 16 jaar. Dat is vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst. De bepalingen voor psychologen zijn hetzelfde als voor artsen. Dit informatierecht heeft betrekking op uitleg, in begrijpelijke taal, over de problematiek of de diagnose van je kind, de behandeling, de gevolgen en risico’s daarvan en eventuele andere behandelmogelijkheden. Psychologen die in de GGZ werken, stellen in de regel een behandelplan op (dat ze zo nodig ook tussentijds bijstellen), een onderzoeksverslag als er testdiagnostiek is gedaan en een eindverslag. Die hoor je in ieder geval te ontvangen en het is ook nodig dat je instemt met het behandelplan, voordat de therapie van start kan gaan. Daarnaast bevat een dossier aantekeningen van alle gesprekken met ouder en kind en eventuele overleggen.

Als de psycholoog denkt dat informatie die hij heeft slecht kan vallen, is dat geen reden om ouders de informatie niet te geven. De hulpverlener heeft zelfs een actieve informatieplicht, dat wil zeggen dat hij moeite moet doen om beide ouders te informeren en na te gaan of ze de informatie begrijpen. Ook als ouders gescheiden zijn maar wel beiden het wettelijk gezag dragen. In de jeugdzorg is het trouwens meestal ook noodzakelijk om ouders inhoudelijk te betrekken bij de behandeling, dus een psycholoog zal graag het initiatief nemen om ervoor te zorgen dat je goed op de hoogte bent.

Is er een ouder in beeld die geen wettelijk gezag heeft, dan heeft die een beperkter informatierecht. Dat betekent dat ook een ouder zonder wettelijk gezag recht heeft op globale informatie over de gezondheid en opvoeding van zijn kind, maar bijvoorbeeld geen inzagerecht in het dossier. Gezagdragende ouders hebben dat wel. Het antwoord op de vraag is vanuit de wet dus gemakkelijk: ja, je mag het dossier van je kind inzien en opvragen, mits je het gezag draagt.

Uitzonderingen

Er zijn een aantal uitzonderingen op het inzagerecht. Die zijn geregeld in de WGBO, maar ook in de beroepscode van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).

De psycholoog mag bijvoorbeeld afwegen of de belangen van het kind niet te zeer geschaad worden als ouders alle dossieronderdelen kunnen inzien. Dat kan bijvoorbeeld spelen in situaties rondom echtscheiding of huiselijk geweld. De privacy van het kind om vrijuit over deze onderwerpen te praten kan dan belangrijker zijn dan het (onbeperkte) inzagerecht van de ouders.

Ook als het kind bezwaar maakt tegen informatieverstrekking, kan dat een geldige reden zijn om ouders inzage te weigeren. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen tussen de 12 en 16 jaar. Bij deze leeftijdsgroep stelt de psycholoog hen ook meestal op de hoogte als een van de ouders informatie opvraagt, omdat er sprake is van een gedeeld informatierecht van ouders en kind.

Verder kunnen, net als bij volwassenen, de werkaantekeningen van de psycholoog (zijn eigen geheugensteuntjes) niet worden opgevraagd.

En tot slot hoeft de psycholoog geen informatie uit het kinddossier te verstrekken die over iemand anders gaat. Denk bijvoorbeeld weer aan echtscheiding. Als ouders apart van elkaar gesprekken hebben met de psycholoog van hun kind, zullen daarin vaak ook hun eigen zorgen en gedachten aan bod komen. Soms ook hun visie op de scheiding. Deze gespreksaantekeningen kunnen nooit inzichtelijk zijn voor de andere ouder.

Waar je verder rekening mee moet houden

Het opvragen van het volledige dossier van de behandeling van iemand anders is nogal wat. Ook als het je eigen kind betreft. In een behandeling stelt iemand zich kwetsbaar op en zegt soms dingen die hij nog nooit aan iemand anders heeft vertelt, ook over zijn gezinsleden. Die vertrouwensrelatie is nodig in de therapie en is heel kostbaar. Als een psycholoog ouders informeert over het verloop, zoals hij verplicht is om te doen en meestal graag zal willen vanuit behandeloogpunt, zal hij zich daarom meestal beperken tot de eerder genoemde hoofdlijnen: het behandelplan, bijstellingen daarvan, onderzoeksresultaten en het eindverslag. Bij tieners (12-16 jaar) bespreekt de behandelaar meestal vóór wat hij met de ouders wil delen. Dit beperken tot hoofdlijnen heeft een reden en die heeft te maken met de privacy van het kind, die ook een mens is en het recht heeft zijn gedachten en gevoelens vrijuit te verkennen. Het verstrekken van details zoals gespreksverslagen aan ouders is daarom heel ongebruikelijk en kan de therapeutische relatie met het kind zonder verder pardon om zeep helpen. Zeker als de aantekeningen vervolgens door ouders gebruikt worden om het kind verder uit te horen of, erger nog, als bewijs in een rechtszaak. Mijn dringende advies is daarom: vraag gerust om informatie over de behandeling van je kind als je die nog niet hebt ontvangen, daar heb je recht op, en vraag vooral door als je de informatie niet begrijpt. Maar: respecteer de privacy van je kind en vraag niet het hele dossier op. Zeker niet als je de gespreksaantekeningen of losse testuitslagen ergens voor wil gebruiken waar ze niet voor bedoeld zijn, zoals voor een rechtszaak. Daarmee zet je je kind in een ongelooflijke lastige en schadelijke positie, en hij zal het eerste kind niet zijn dat daardoor dichtklapt en niet alleen zijn vertrouwen in hulpverleners verliest, maar ook in jou als ouder. En dan ben je veel verder van huis.

Mag iemand anders het dossier van mijn kind opvragen?

Nee, behalve de ouders mag alleen een gezagdragend voogd dat, als die er is. Daarbuiten zijn er slechts een paar situaties waarin een psycholoog gegevens mag of moet verstrekken, want hij heeft geheimhoudingsplicht. Maar ook in die gevallen zal hij alleen de hoogst noodzakelijke gegevens verstrekken en niet het hele dossier, precies om dezelfde reden die ik hierboven beschreef.


nieuwsbrief2-1024x683.jpg
10/feb/2018

Een psycholoog houdt altijd een dossier bij van de diagnostiek en behandeling van zijn cliënten. Het kan zijn dat je dit dossier wil inzien of opvragen. Dat mag. Voor de dossiervoering van de psycholoog gelden dezelfde regels als voor een medisch dossier bij een arts – die zijn wettelijk vastgelegd in de WGBO (Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst). In dit artikel lees je welke onderdelen er in een dossier thuishoren en waar je rekening mee moet houden bij het opvragen.

Wat hoort in het dossier thuis?

In het dossier houdt een psycholoog aantekeningen bij over de psychische gezondheid van de cliënt en de voortgang van de behandeling (WGBO artikel 454). Dit doet hij in het kader van “goed hulpverlenerschap”: hij kan op die manier zelf beter zorg verlenen, maar ook beter aan een collega of de cliënt aantonen hoe de behandeling is verlopen. Dat is bijvoorbeeld belangrijk als de psycholoog in een multidisciplinair team werkt (met andere behandelaren) of als hij de zorg wil of moet overdragen.

De volgende onderdelen horen daarom in ieder geval in het dossier thuis:

  • uitkomsten van psychodiagnostisch onderzoek;
  • het behandelplan;
  • ingezette interventies en hun resultaat;
  • tussenmetingen en andere gegevens over de gezondheid;
  • een medicatieoverzicht (als de cliënt medicatie krijgt voorgeschreven door de instelling waar de psycholoog werkt);
  • overleggen of correspondentie met andere behandelaren.

De psycholoog bewaart het dossier maximaal 10 jaar en vernietigt het daarna.

Wat hoort niet in het dossier thuis?

De psycholoog bepaalt zelf welke gegevens relevant en noodzakelijk zijn om in het dossier vast te leggen. Een aantal zaken hoort of hoeft niet in het dossier, of daarvoor gelden bijzondere regels.

  • de persoonlijke werkaantekeningen (zie artikel 1.14 van de beroepscode van het NIP). Dit zijn de persoonlijke geheugensteuntjes van de psycholoog die hem helpen bij de gedachtenvorming. Omdat ze tijdelijk van aard zijn en niet voor andere ogen bedoeld zijn dan die van de psycholoog, vallen ze niet onder de cliëntenrechten met betrekking tot het dossier.
  • de aantekeningen van losse gesprekken horen wel in het dossier, behalve als de psycholoog ze eens in de zoveel tijd samenvat en er daarbij voor zorgt dat de belangrijkste gegevens in de samenvatting staan.
  • als de psycholoog gegevens tot zijn beschikking heeft die betrekking hebben op andere personen dan de cliënt (bijvoorbeeld een partner) en die gegevens zijn niet door de cliënt zelf verstrekt, dan vallen ze niet onder het inzage- en afschriftrecht (zie artikel 78 van de beroepscode).
  • als de psycholoog gegevens heeft die betrekking hebben op meerdere personen in een cliëntsysteem, moet hij extra zorgvuldig zijn. Een cliëntsysteem is bijvoorbeeld een gezin, waarvan de verschillende leden met de psycholoog praten. Sommige gegevens (bijvoorbeeld een gebeurtenis die ze gezamenlijk hebben meegemaakt) hebben op iedereen betrekking, maar de leden van het gezin kunnen daar wel verschillende informatie over geven. Of er een andere kijk op hebben. Dit is bijvoorbeeld al snel het geval bij complexe echtscheidingen. hieruit kan een beperking voortvloeien voor het inzage- en afschriftrecht (zie artikel 80 van de beroepscode).

Hoe werkt het opvragen van een dossier?

Iedereen heeft het recht zijn eigen dossier in te zien en daar een afschrift (kopie) van te krijgen. Ook dat is geregeld in de WGBO, namelijk in artikel 456. Je hebt ook het recht om onjuiste gegevens te corrigeren. Het inzien moet binnen een redelijke termijn gebeuren, de wet zegt “zo snel mogelijk”. Er kunnen kosten aan verbonden zijn. Het NIP stelt hier geen richtlijn voor, maar je zou die van het KNMG (Koninklijk Nederlands Medisch Genootschap) in gedachten kunnen houden:

  • Voor het verstrekken van afschriften van dossiergegevens kan per pagina maximaal € 0,23  in rekening worden gebracht, met een maximum van € 5,00 per bericht.
  • Gaat het om een afschriftverzoek van meer dan 100 pagina’s, dan kan maximaal € 22,50 in rekening worden gebracht.

Kijk op de website van je psycholoog over hoe je het dossier precies opvraagt. Heb je er vragen over, dan kun je altijd contact opnemen met de praktijk of instelling. Je hoeft geen reden te geven waarom je het dossier opvraagt.

Kan iemand anders mijn dossier opvragen?

Nee, niet zonder jouw toestemming. De wet is daar heel duidelijk over: psychologen hebben geheimhoudingsplicht. Er zijn slechts een paar uitzonderingssituaties waarin hij zonder toestemming gegevens mag of moet verstrekken, maar dan nog alleen de meest noodzakelijke gegevens en niet het hele dossier.

Kan ik het dossier van mijn kind opvragen?

In principe wel, maar dat ligt wat ingewikkelder. Hier lees je er meer over.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.