Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
adhd-e1601899787188.jpeg
03/jan/2020

Iedereen kent tegenwoordig het woord ADHD. De media staan er vol mee en soms lijkt er wel sprake van een ware ADHD-plaag. Maar wat is het nou precies? In januari bespreken we alles wat je erover moet weten: wat houdt het in? Is het niet gewoon een hype of modeverschijnsel? Welke behandelopties heb je, ook als je niet zo’n fan bent van medicatie? Wat is het verschil met andere diagnoses? Vandaag beginnen we bij het begin: waar hebben we het eigenlijk over?

Wat is ADHD?

ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. De diagnose wordt gebruikt voor kinderen en volwassenen die extreem actief en impulsief zijn en moeite hebben om hun aandacht lang vast te houden. De DSM, het diagnostisch handboek, geeft de criteria die psychiaters en psychologen gebruiken voor ADHD. Op de website van Balans Digitaal vind je een samenvatting van wat ADHD inhoudt. Hyperactiviteit wil zeggen dat iemand extreem druk is. Deze mensen zitten continu te friemelen, praten de hele dag en staan altijd “aan”. Impulsiviteit betekent dat je dingen doet zonder erbij na te denken. Je praat bijvoorbeeld door anderen heen, hebt moeite om op je beurt te wachten en neemt onhandige beslissingen. Aandachtstekort betekent niet dat iemand te weinig aandacht krijgt, maar te weinig aandacht heeft. Iemand met aandachtstekort is dromerig, krijgt vaak niet mee wat er om hem heen gebeurt en heeft moeite met taken waarvoor concentratie nodig is. Behalve deze kenmerken, let een diagnosticus op de volgende punten:

  • Is er sprake van extreem gedrag? Iedereen is weleens druk, impulsief of dromerig. ADHD komt maar voor bij ongeveer 4 tot 5% van de kinderen, en bij volwassenen ligt dit percentage nog lager. De diagnose kan dus alleen gesteld worden voor de “drukste” paar procent.
  • Heeft de persoon er last van? Oftewel: heeft hij door de klachten meer moeite met leren of werken, gaat de omgang met anderen lastig of komt hij op een andere manier in de problemen? Dan denk je eerder aan ADHD. Sommige mensen zijn druk en ongeconcentreerd, maar het brengt ze niet in de problemen. Misschien vinden ze het juist fijn, omdat ze daardoor extra snel kunnen denken en schakelen. Let op: bij jonge kinderen kan het zo zijn dat hun omgeving er meer last van heeft dan zij zelf. Dat telt dan ook.
  • Is het gedrag er in alle situaties? Sommige kinderen zijn alleen op school druk, maar thuis niet. Of andersom. Dan denk je minder snel aan ADHD, maar ga je op zoek naar wat er aan de hand is. Blijkbaar is de ene omgeving lastiger voor het kind dan de andere. Dit is voor volwassenen ook zo. Je kunt niet op de ene plek wel ADHD hebben en op de andere niet. Bij ADHD gaan de symptomen met de persoon mee, dus het is er altijd.
  • Is het gedrag er al van kinds af aan? Je kunt niet opeens als volwassene ADHD krijgen. Er is dan waarschijnlijk iets anders aan de hand waardoor je je onrustig voelt. Vroeger “moest” het begin van de symptomen voor het zevende jaar liggen. Tegenwoordig is dat twaalf jaar.

Oorzaken

Het is onbekend waar ADHD precies door komt. Er bestaan theorieën in drie richtingen:

  1. Bijvoorbeeld genetische factoren, een afwijkende neurologische aanleg, afwijkingen in hoe neurotransmitters werken (stofjes in de hersenen), ondergevoeligheid voor prikkels of overgevoeligheid voor allergieën.
  2. Persoonlijke kenmerken. Bijvoorbeeld moeite om de aandacht vast te houden, motorische drukte, een impulsieve aanleg of tekorten in het executief functioneren.
  3. Denk aan ruzies tussen ouder en kind, conflicten tussen ouders onderling, psychische problemen van de ouders en sociale achterstand. ADHD komt bijvoorbeeld meer voor in gezinnen waar de ouders autoritair opvoeden of te intrusief zijn.

Bij de meeste kinderen zal het een combinatie zijn van deze factoren.

Let op: het internet staat vol met mensen die beweren dat je ADHD kunt zien op een hersenscan en dat het alleen biologisch is. Soms maken ze aantrekkelijke filmpjes met mooie plaatjes van hersenen. Wetenschappelijk is hier onvoldoende bewijs voor.

Hoe krijg je de diagnose?

ADHD kan alleen worden vastgesteld door middel van diagnostisch onderzoek. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door iemand die daar bevoegd voor is. Bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater. Meestal bestaat het onderzoek uit een combinatie van vragenlijsten, observaties (bij kinderen), een diagnostisch interview (bij volwassenen) en een ontwikkelingsanamnese. Dit is een gesprek met de ouders over de ontwikkeling van degene waar het over gaat. Dat komt omdat het voor de diagnose belangrijk is of de symptomen altijd al aanwezig waren en hoe ze zich ontwikkeld hebben. Bij kinderen wordt vaak informatie van school gevraagd. Op deze manier kan worden vastgesteld of het gedrag zich in meerdere contexten voordoet. Soms wordt er intelligentie-onderzoek gedaan, maar niet altijd. Een enkele keer is er neuropsychologisch onderzoek nodig of wordt er sociaal-emotioneel onderzoek voorgesteld. Dit is meestal om het beeld beter te begrijpen, of om andere oorzaken uit te sluiten. De diagnosticus legt alle uitslagen naast elkaar voor een totaalbeeld en bespreekt dat met kind en ouders. Je krijgt ook altijd een onderzoeksverslag.

Behandeling

Omdat ADHD meerdere oorzaken heeft, moet de behandeling ook op verschillende domeinen gericht zijn. De Nederlandse behandelrichtlijn vind je hier. Meestal bestaat een behandeling uit een of meer van de volgende onderdelen:

  1. Dat wil zeggen: uitleg over wat het is. Het is belangrijk dat ouders en kinderen goed begrijpen waar ze mee te maken hebben.
  2. Vaak wordt gekozen voor methylfenidaat (bijvoorbeeld Ritalin) of dexamfetamine.
  3. gezinsinterventies zodat ouders leren hun kind beter te begrenzen.
  4. schoolinterventies zodat het voor een kind gemakkelijker wordt om zich te concentreren. Ook kunnen op deze manier gedragsproblemen worden aangepakt.
  5. gedragstherapie voor kinderen zodat ze zichzelf wat beter leren aansturen. Een leuke methode is stop-denk-doe. Let op: kindtherapie heeft pas zin vanaf op zijn vroegst acht jaar.
  6. aanpassen van de voeding.

Let op: leren leven met ADHD, of een kind opvoeden met ADHD, is een hele klus. Er is geen snelle route die het hele probleem oplost, ook medicatie niet. Het proces vraagt veel aandacht en is soms enorm frustrerend. Maar als het lukt is het wel degelijk mogelijk om minder last te hebben van de symptomen. Mensen komen er vaak sterker uit. In die zin kun je het zien als een investering in jezelf en in je kind.

Bron:

Carr, A. (2006). The handbook of child and adolescent clinical psychology. Routledge, Londen en New York.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.