Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
adhd-voeding.jpg
17/jan/2020

Er is veel discussie of voeding een effect heeft op ADHD-symptomen. Het ene onderzoek zegt van wel, het andere vindt geen effect. In dit artikel vat ik de wetenschappelijke stand van zaken voor je samen en zien we dat er – alles studies elkaar – wel degelijk bewijs is dat voeding effect heeft op ADHD-symptomen. Het hoort dan ook bij de behandeladviezen van het Nederlands Jeugd Instituut en ook in de Amerikaanse richtlijnen is het aanpassen van het dieet opgenomen. Je krijgt tips wat voor voedingspatroon je kind zou kunnen helpen en hoe je het aanpakt. Deze manier is mogelijk een alternatief voor ouders die niet voor medicatie kiezen, of voor kinderen die daar niet goed op reageren.  Het aanpassen van een eetpatroon is een langere route die meer van je vraagt als ouder. Aan de andere kant: je hoeft er niet voor naar een dokter en hij heeft geen bijwerkingen. En je zult zien dat het voedingspatroon waar we op uitkomen, sowieso goed is voor de gezondheid van je gezin.

Let op: de bewering “je kunt ADHD genezen door de voeding aan te passen” is te kort door de  bocht. ADHD heeft namelijk meerdere oorzaken en zoals ik eerder beschreef is de behandeling daarom ook op meerdere factoren gericht. De meeste kinderen houden de diagnose tot in de volwassenheid. Het onderzoek wijst er alleen op dat er een effect is op de symptomen en dat maakt het in mijn ogen een optie die de moeite van het verkennen waard is. Raadpleeg bij twijfel altijd een psychiater of psycholoog.

Wat zegt de wetenschap?

Juist omdat studies elkaar soms tegenspreken, is het zinvoller om naar meta-analyses en systematische reviews te kijken. Die vatten de bevindingen van meerdere studies samen. Als het kan laten ze er een statistische analyse op los. Wat betreft voeding kon ik bijvoorbeeld de volgende drie studies vinden:

  • Een gezond voedingspatroon (veel fruit, groente en volkorenproducten) verkleint de kans op ADHD. Ongezonde voedingspatronen (veel verzadigde vetten en suiker) vergroten de kans op ADHD. De onderzoekers benoemen wel dat de onderzoeksopzet niet bij alle onderzoeken even goed in elkaar zat. Er was bijvoorbeeld weinig longitudinaal onderzoek, en randomized controlled trials ontbraken. (Del-Ponte et. al, 2019).
  • Er is aanzienlijk bewijs voor een relatie tussen ADHD en voeding (Woo et. al, 2015). Met name suiker, kunstmatige kleurstoffen en conserveermiddelen vergroten de kans op ADHD. Ook is de onderzoekers opgevallen dat kinderen met ADHD vaak tekorten hebben aan de volgende stoffen: koper, ijzer, zink, magnesium en omega 3 vetten. Hierover in een ander artikel meer.
  • Uit de review van Millichap en Yee (2012) komt naar voren dat een dieet met veel suikers en vetten ADHD verergert, en dat een ADHD-vriendelijk eetpatroon de symptomen kan verlichten. De auteurs adviseren het schrappen van suikers, toegevoegde stoffen, conserveringsmiddelen en allergenen. Omega 3 kan juist toegevoegd worden. Deze auteurs hebben vooral recente, gecontroleerde studies bekeken. Het valt hen verder op dat kinderen met ADHD vaak zink en ijzer wordt gegeven.

Wat betekent dat nu? Het is positief dat alle bovengenoemde studies ongeveer op dezelfde adviezen uitkomen. Dat betekent dat het wetenschappelijk bewijs in dezelfde richting wijst. En dat het dus zinvol is om naar de voeding van een kind met ADHD te kijken. Het is daarbij wel belangrijk om te kijken hoe jouw individuele kind reageert (Schnoll, Burshteyn en Cea-Aravena, 2003). Advies vragen van een diëtist is altijd een goed idee. Maar alles wijst erop dat het zonde is om het voedingspatroon te laten liggen in de behandeling. Het speelt blijkbaar een grote rol!

Nog los van ADHD, is een voedingspatroon volgens deze basisprincipes veel gezonder. Je verkleint er bijvoorbeeld de kans op diabetes, overgewicht en hart- en vaatziekten mee. Ook wordt de bloedsuikerspiegel er stabieler van. Win-win dus!

Wat voor voeding is dan goed?

Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor een mediterraan dieet of paleo-dieet. Beide diëten hebben als basis plantaardig voedsel, zoals fruit en groenten, volle granen, bonen, noten en plantaardige oliën. Eet kleine porties, verspreid over de dag. Stukjes fruit of groente mag je altijd als tussendoortje eten. Stap af van die twee stuks fruit per dag die vroeger werden aangeraden: zeven keer fruit of groente op een dag is prima. Rood vlees? Niet meer dan een keer in de week, liever minder. Wel twee keer per week gevogelte en zeker twee keer in de week vis. Voor volwassenen af en toe een glaasje een wijn, verder veel water. Kies waar mogelijk voor biologische opties. Als je ze op een biologische markt koopt of bij de boer, hoeft dat niet duur te zijn. Bovendien verzadigt goed eten meer, dus je hebt er minder van nodig.

Let wel op: het mediterrane voedingspatroon is heel anders dan zoals wij hier ‘Italiaans’ eten met grote pizza’s en borden vol met pasta. Neem daar het liefst niet al te veel van.

Dit voedingspatroon betekent dat je fast food, snoepjes, koekjes, chips en andere zoetigheid van het menu schrapt. Zeker voor kinderen met ADHD-klachten is dit belangrijk. Deze voedingsmiddelen bevatten veel “lege” calorieën, maken de bloedsuikerspiegel wiebelig en zijn trouwens ook duur.

Iets anders wat je kunt proberen is een eliminatiedieet. Hierbij onderzoek je of het drukke gedrag van je kind wordt veroorzaakt door eten waar het overgevoelig voor is. Googel maar eens op Restricted Elimination Diet of Few Foods Diet, of kijk op deze Belgische website voor de toepassing bij ADHD. Het idee is dat je eerst een week of vijf alleen maar voedsel geeft waar (bijna) niemand allergisch voor is. Bijvoorbeeld lam, broccoli, bloemkool, spruiten, wortels, erwten, olijfolie, witte aardappelen, rijst, appels, peren of bananen. Daarna kun je langzaamaan voedingsmiddelen erbij geven totdat je een effect ziet. Dit is best moeilijk om in je eentje te doen, maar een diëtist kan je ook hierbij helpen.

Let vooral op de reactie van je kind op voedingsmiddelen waar veel mensen allergisch of overgevoelig voor zijn: koemelk, soja, tarwe, eieren, pinda’s, zeevruchten en chocolade.

Tips

  • Suiker schrappen uit een kinderdieet is niet altijd gemakkelijk, want ze vinden dingen met suiker meestal juist lekker. Een rondje googelen levert je veel informatie op over lekkere alternatieven. De meeste mensen wennen binnen een paar weken aan een suikervrij (of suikerarm) voedingspatroon.
  • Gedrag goed monitoren is best lastig. Probeer het eens met behulp van een schema. Daarin kun je per dag bijhouden wat je kind precies heeft gegeten en hoe zijn gedrag was.
  • Geef het goede voorbeeld. Eet samen. Laat zelf ook de “foute” voedingsmiddelen staan.
  • Beweeg veel. Dat past bij het mediterrane dieet en is sowieso een goed idee voor kinderen met ADHD.

Bronnen:

Del-Ponte, B., Callo Quinte, G., Cruz, S., Grellert, M. en Santos, I.S. (2019). Dietary patterns and attention deficit/hyperactivity disorder (ADHD): A systematic review and meta-analysis. Journal of Affective Disorders, 252, 160-173.

Millichap, J.G. en Yee, M.M. (2012). The diet factor in attention-deficit/hyperactivity disorder. Pediatrics. Vol.129(2), 2012, pp. 330-337.

Schnoll, R. Burshteyn, D., Cea-Aravena, J. (2003). Nutrition in the treatment of attention-deficit hyperactivity disorder: A neglected but important aspect. Applied Psychophysiology and Biofeedback. Vol.28(1), 2003, pp. 63-75

Woo, H.D, Kim, D.W., Hong, Y-S, Kim, Y-M, Seo, J-H, Choe, B.M., Park, J.H., Kang, J-W, Yoo, J.H., Chueh, H.W., Lee, J.H., Kwak, M.J. en Kim, J. (2015). Dietary patterns in children with attention deficit/hyperactivity disorder. In: Croft, C. (ed). Prenatal and childhood nutrition: Evaluating the neurocognitive connections. (pp. 213-230). xxx, 418 pp. Waretown, NJ, US: Apple Academic Press; US.


adhd2.jpg
12/jan/2020

Soms vragen mensen me of ADHD niet gewoon een “hype” is, of een modeverschijnsel. Geen gekke vraag, want het is veel bekender dan vroeger. In sommige schoolklassen lijkt het wel ADHD-diagnoses te regenen. Het antwoord vraagt wat nuance: nee en ja. Achter het hype-achtige uiterlijk van ADHD schuilt een structureel, blijvend fenomeen. Hoewel het belangrijk is om kritisch te blijven kijken naar de manier waarop we kinderen met ADHD-gedrag typeren, gaat het wel degelijk om kinderen in nood. En dat betekent dat we ze moeten helpen.

Nee, geen modeverschijnsel

Aan de ene kant is het verschijnsel ADHD niet nieuw. Dat wil zeggen: kinderen met dit gedrag zijn al heel lang in beeld. Ongeveer sinds 1890. Historicus Timo Bolt schreef er een boeiend boekje over: Van Zenuwachtig tot Hyperactief. Hij beschrijft daarin dat de kijk op deze kinderen met de tijdsgeest meeveranderde.

Van 1890 tot 1930 werd gesproken van zenuwachtigheid (in Duitsland), instabiliteit (in Frankrijk) of van een moreel-ethisch defect (in Engeland). Vooral bij deze laatste groep werden ‘lastige’ kinderen nog niet met medische termen aangeduid. De problemen die ze hadden, werden gezien als opvoedkundig of zedelijk. Ze zouden dus door de ouders, andere opvoeders en eventueel een priester moeten worden opgelost. Niet door een arts. Deze kinderen moest geleerd worden om (verkeerde) driften, impulsen en neigingen te beheersen. Het ging daarbij vooral om maatschappelijke invloeden. Dit begon te veranderen in de periode daarna.

In de periode van 1930 tot 1960 had men het niet langer over een morele achterstand, of ‘achterlijkheid’ maar over een functionele. Er werd uitgegaan van een stoornis in de aandachtsbepaling, waardoor kinderen ongeremd en impulsief waren. De ongedurigheid zou dus aangeboren zijn, maar de invloed van omgevingsfactoren werd al heel belangrijk gevonden. Het ging niet meer om maatschappelijke invloeden, maar om de gezinssituatie. Dit onder andere onder invloed uit de psychoanalyse. Deze kinderen hadden leiding nodig. Ook psychiaters, onderwijzers en psychologen kregen meer bemoeienis met deze kinderen. Dat komt doordat in deze tijd onderwijs en geestelijke gezondheidszorg dichter bij elkaar kwamen te staan.

In de periode van 1960 tot 1985 kwam vanuit Amerika een nieuwe term overgewaaid: MBD, oftewel Minimal Brain Damage of (ook wel Minimal Brain Dysfunction). Het ging nog steeds over ongeveer dezelfde groep kinderen, maar de gedragsproblemen werden nu nu niet meer psychoanalytisch geduid, maar organisch. Dus lichamelijk, of neurologisch. Het concept was omstreden. Bij de oorspronkelijke MBD-kinderen was vastgesteld dat ze een hersenbeschadiging hadden die leidde tot probleemgedrag, maar dat betekent niet dat je omgekeerd hetzelfde kunt zeggen. Niet alle kinderen met probleemgedrag hebben immers een hersenbeschadiging. Om het begrip zo breed te gaan toepassen, leek dus wat voorbarig. In Europa bestond echter al snel een medisch verklaringsmodel, náást het vertrouwde psychoanalytische kader. Oftewel: er moest vroeg onderkend worden wat er met het kind aan de hand was, zodat er geen ongunstige wisselwerking tussen kind en omgeving kon ontstaan.  Zeker vanaf 1975 leek het aantal MBD-kinderen snel toe te nemen. Ook dat kun je verklaren uit maatschappelijke ontwikkelingen. Het is de moeite waard om het boek van Bolt te lezen om dit beter te begrijpen.

Na pakweg 1985 ging het snel. In 1980 werd MBD in het diagnostisch handboek, de DSM, vervangen door ADD (Attention Deficit Disorder without Hyperactivity) en ADDH (Attention Deficit Disorder with Hyperactivity). In de nieuwe versie van de DSM in 1987 werd ADHD geïntroduceerd en in de jaren negentig werd het bekender in Nederland. Deze kinderen kregen steeds vaker methylfenidaat (zoals Ritalin) voorgeschreven. Je kunt dat zien in het kader van een ‘pendelbeweging’ in de psychiatrie in deze periode. Hierbij werd vaker een medsich-biologisch model gebruikt. Niet voor niets werden de jaren negentig ook ‘het decennium van het brein’ genoemd. Vanaf 1985 kreeg bovendien research een steeds grotere plaats in het vakgebied, met een explosie aan ADHD-onderzoek tot gevolg. Hoewel het bij hersenonderzoek vaak ging om kleine, gemiddelde afwijkingen waarmee je niet goed een onderscheid kon maken tussen mensen met en zonder ADHD, werd het toch als ziekte bestempeld. Let er daarbij op dat de DSM in veel opzichten sterk cultureel en historisch gekleurd is. En dat de term ADHD (als DSM-categorie) alleen iets zegt over gedrag, en niet over de oorzaak. Wat er precies ‘mis’ zou zijn in de hersenen van mensen met ADHD, is nog steeds onopgehelderd.

Je zou dus kennen zeggen dat de groep kinderen met ADHD-achtig gedrag al zo lang bestaat, dat je niet van een “hype” kunt spreken. Maar: sinds de invoering van de DSM wordt het wel vaker gesteld en meer gezien als een diagnose, oftewel een echte ziekte.

Ja, wel een modeverschijnsel

Zoals Bolt in zijn boek erkent, heeft de opkomst van ADHD sinds de jaren negentig wel degelijk mode-achtige trekken. Hij noemt bijvoorbeeld de rol van de media. Door de grote media-aandacht verdwenen de stoornis en het ziektebeeld uit de taboesfeer. ADHD werd in de televisieprogramma’s en artikelen namelijk gespresenteerd als een ‘normale’ behandelbare kinderaandoening. Ouders en leerkrachten konden eerder signaleren dat een kind mogelijk ADHD had en eerder naar een arts gaan. Vervolgens nam het aantal ADHD-diagnoses en behandelingen met methylfenidaat toe. De werkzaamheid van methylfenidaat versterkte vervolgens het idee van ADHD als een diagnostische categorie (spiraaleffect).

Een ander idee is dat ADHD een ziekte is van de ‘moderne samenleving’ met al zijn prikkels en gestresste, werkende ouders. Het is de vraag of dit terecht is. Middeleeuwse steden waren een stuk prikkelrijker (herrie, stank) en er was minder quality time voor kinderen. Bovendien klagen mensen al sinds het begin van de jaartelling over de vorige generatie, oftewel ‘de jeugd van tegenwoordig’. Het enige wat je zou kunnen zeggen, is dat er in de huidige samenleving hogere eisen worden gesteld aan kinderen. Kinderen die wat kwetsbaarder zijn, komen daardoor wellicht sneller in moeilijk vaarwater terecht. Deze kinderen en hun ouders hebben bovendien te maken met hoge idealen van ‘maakbaarheid’.

Tot slot wijst Bolt op de opmars van ADHD in een tijd van medische vooruitgang en medicalisering. Ook mondige ouders die actief vragen om een diagnose, spelen een rol. Maar ook de afname van het aantal mannelijke leerkrachten in het onderwijs en de mogelijke benadeling van jongens. Bolt heeft veel van de medicaliseringsliteratuur gelezen en wil daar wel een kanttekening bij maken:  het zijn wel erg schematische en algemene betogen, waarbij allerlei verbanden erg gemakkelijk gelegd en onvoldoende geproblematiseerd worden.

Hoe dan ook

Of ADHD nou een modeverschijnsel is of niet, benadrukt Bolt dat het wel degelijk gaat om kinderen in nood. Je kunt het probleem niet zomaar wegzetten als druk, normaal jongensgedrag waarmee softe juffen en slappe ouders geen raad weten. En het blijft belangrijk om te kijken wat we voor deze kinderen kunnen doen, of dat nou medicatie is of iets anders. En daar kan ik, op basis van mijn ervaring met deze kinderen in de praktijk, alleen maar hartgrondig mee instemmen.


adhd-e1601899787188.jpeg
03/jan/2020

Iedereen kent tegenwoordig het woord ADHD. De media staan er vol mee en soms lijkt er wel sprake van een ware ADHD-plaag. Maar wat is het nou precies? In januari bespreken we alles wat je erover moet weten: wat houdt het in? Is het niet gewoon een hype of modeverschijnsel? Welke behandelopties heb je, ook als je niet zo’n fan bent van medicatie? Wat is het verschil met andere diagnoses? Vandaag beginnen we bij het begin: waar hebben we het eigenlijk over?

Wat is ADHD?

ADHD is de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder. De diagnose wordt gebruikt voor kinderen en volwassenen die extreem actief en impulsief zijn en moeite hebben om hun aandacht lang vast te houden. De DSM, het diagnostisch handboek, geeft de criteria die psychiaters en psychologen gebruiken voor ADHD. Op de website van Balans Digitaal vind je een samenvatting van wat ADHD inhoudt. Hyperactiviteit wil zeggen dat iemand extreem druk is. Deze mensen zitten continu te friemelen, praten de hele dag en staan altijd “aan”. Impulsiviteit betekent dat je dingen doet zonder erbij na te denken. Je praat bijvoorbeeld door anderen heen, hebt moeite om op je beurt te wachten en neemt onhandige beslissingen. Aandachtstekort betekent niet dat iemand te weinig aandacht krijgt, maar te weinig aandacht heeft. Iemand met aandachtstekort is dromerig, krijgt vaak niet mee wat er om hem heen gebeurt en heeft moeite met taken waarvoor concentratie nodig is. Behalve deze kenmerken, let een diagnosticus op de volgende punten:

  • Is er sprake van extreem gedrag? Iedereen is weleens druk, impulsief of dromerig. ADHD komt maar voor bij ongeveer 4 tot 5% van de kinderen, en bij volwassenen ligt dit percentage nog lager. De diagnose kan dus alleen gesteld worden voor de “drukste” paar procent.
  • Heeft de persoon er last van? Oftewel: heeft hij door de klachten meer moeite met leren of werken, gaat de omgang met anderen lastig of komt hij op een andere manier in de problemen? Dan denk je eerder aan ADHD. Sommige mensen zijn druk en ongeconcentreerd, maar het brengt ze niet in de problemen. Misschien vinden ze het juist fijn, omdat ze daardoor extra snel kunnen denken en schakelen. Let op: bij jonge kinderen kan het zo zijn dat hun omgeving er meer last van heeft dan zij zelf. Dat telt dan ook.
  • Is het gedrag er in alle situaties? Sommige kinderen zijn alleen op school druk, maar thuis niet. Of andersom. Dan denk je minder snel aan ADHD, maar ga je op zoek naar wat er aan de hand is. Blijkbaar is de ene omgeving lastiger voor het kind dan de andere. Dit is voor volwassenen ook zo. Je kunt niet op de ene plek wel ADHD hebben en op de andere niet. Bij ADHD gaan de symptomen met de persoon mee, dus het is er altijd.
  • Is het gedrag er al van kinds af aan? Je kunt niet opeens als volwassene ADHD krijgen. Er is dan waarschijnlijk iets anders aan de hand waardoor je je onrustig voelt. Vroeger “moest” het begin van de symptomen voor het zevende jaar liggen. Tegenwoordig is dat twaalf jaar.

Oorzaken

Het is onbekend waar ADHD precies door komt. Er bestaan theorieën in drie richtingen:

  1. Bijvoorbeeld genetische factoren, een afwijkende neurologische aanleg, afwijkingen in hoe neurotransmitters werken (stofjes in de hersenen), ondergevoeligheid voor prikkels of overgevoeligheid voor allergieën.
  2. Persoonlijke kenmerken. Bijvoorbeeld moeite om de aandacht vast te houden, motorische drukte, een impulsieve aanleg of tekorten in het executief functioneren.
  3. Denk aan ruzies tussen ouder en kind, conflicten tussen ouders onderling, psychische problemen van de ouders en sociale achterstand. ADHD komt bijvoorbeeld meer voor in gezinnen waar de ouders autoritair opvoeden of te intrusief zijn.

Bij de meeste kinderen zal het een combinatie zijn van deze factoren.

Let op: het internet staat vol met mensen die beweren dat je ADHD kunt zien op een hersenscan en dat het alleen biologisch is. Soms maken ze aantrekkelijke filmpjes met mooie plaatjes van hersenen. Wetenschappelijk is hier onvoldoende bewijs voor.

Hoe krijg je de diagnose?

ADHD kan alleen worden vastgesteld door middel van diagnostisch onderzoek. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd door iemand die daar bevoegd voor is. Bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater. Meestal bestaat het onderzoek uit een combinatie van vragenlijsten, observaties (bij kinderen), een diagnostisch interview (bij volwassenen) en een ontwikkelingsanamnese. Dit is een gesprek met de ouders over de ontwikkeling van degene waar het over gaat. Dat komt omdat het voor de diagnose belangrijk is of de symptomen altijd al aanwezig waren en hoe ze zich ontwikkeld hebben. Bij kinderen wordt vaak informatie van school gevraagd. Op deze manier kan worden vastgesteld of het gedrag zich in meerdere contexten voordoet. Soms wordt er intelligentie-onderzoek gedaan, maar niet altijd. Een enkele keer is er neuropsychologisch onderzoek nodig of wordt er sociaal-emotioneel onderzoek voorgesteld. Dit is meestal om het beeld beter te begrijpen, of om andere oorzaken uit te sluiten. De diagnosticus legt alle uitslagen naast elkaar voor een totaalbeeld en bespreekt dat met kind en ouders. Je krijgt ook altijd een onderzoeksverslag.

Behandeling

Omdat ADHD meerdere oorzaken heeft, moet de behandeling ook op verschillende domeinen gericht zijn. De Nederlandse behandelrichtlijn vind je hier. Meestal bestaat een behandeling uit een of meer van de volgende onderdelen:

  1. Dat wil zeggen: uitleg over wat het is. Het is belangrijk dat ouders en kinderen goed begrijpen waar ze mee te maken hebben.
  2. Vaak wordt gekozen voor methylfenidaat (bijvoorbeeld Ritalin) of dexamfetamine.
  3. gezinsinterventies zodat ouders leren hun kind beter te begrenzen.
  4. schoolinterventies zodat het voor een kind gemakkelijker wordt om zich te concentreren. Ook kunnen op deze manier gedragsproblemen worden aangepakt.
  5. gedragstherapie voor kinderen zodat ze zichzelf wat beter leren aansturen. Een leuke methode is stop-denk-doe. Let op: kindtherapie heeft pas zin vanaf op zijn vroegst acht jaar.
  6. aanpassen van de voeding.

Let op: leren leven met ADHD, of een kind opvoeden met ADHD, is een hele klus. Er is geen snelle route die het hele probleem oplost, ook medicatie niet. Het proces vraagt veel aandacht en is soms enorm frustrerend. Maar als het lukt is het wel degelijk mogelijk om minder last te hebben van de symptomen. Mensen komen er vaak sterker uit. In die zin kun je het zien als een investering in jezelf en in je kind.

Bron:

Carr, A. (2006). The handbook of child and adolescent clinical psychology. Routledge, Londen en New York.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.