Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
woman.jpg
18/jan/2019

Als je bij een psycholoog komt, kan het zijn dat deze psychologisch onderzoek voorstelt, ook wel (psycho)diagnostiek genoemd. Waar is het voor en wat kun je verwachten?

Wat is psychodiagnostiek?

Net zoals een arts, wil een psycholoog graag goed begrijpen wat er aan de hand is met zijn cliënt. Ter laak en De Goede (2003) geven in hun handboek als definitie: “Uiteindelijk wil een diagnosticus geldige uitspraken doen over gedragingen van personen. Dat zijn uitspraken over cognitie [denken], emotie, motivatie en gedrag van personen. Die uitspraak kan een beschrijvend karakter hebben, een voorspelling van toekomstig gedrag zijn of een verklaring bieden voor een gedragsprobleem. Voor elk van deze uitspraken geldt dat ze betrouwbaar en valide moeten zijn.” In het onderzoek wordt vaak een oriëntatie gekozen of er worden twee oriëntaties met elkaar gecombineerd, bijvoorbeeld:

  • individuele verschillen of persoonlijkheid
  • ontwikkeling
  • context, oftewel de interactie tussen een persoon en zijn (sociale) omgeving

Niet bij elke behandeling wordt psychologisch onderzoek gedaan. Zeker in de eerste lijn (de basis GGZ) is dit niet altijd nodig. Soms kan iemand immers goed uitleggen wat er aan de hand is en is snel duidelijk hoe psycholoog en cliënt hieraan kunnen werken. Ook kan het zijn dat er alleen kort, beeldvormend onderzoek wordt ingezet.

Wat gebeurt er tijdens psychologisch onderzoek?

Hoe het onderzoek eruit ziet, hangt af van der onderzoeksvraag. Het beste is om van tevoren goed aan je therapeut te vragen wat precies de bedoeling is. Als je dat prettig vindt, kun je gerust om een extra gesprek vragen om alles goed door te bespreken. Grofweg kun je psychologisch onderzoek op de volgende manieren indelen:

  • intelligentie-onderzoek. Het doel is erachter te komen op welk niveau iemand cognitief functioneert. Intelligentie-onderzoek bestaat uit verschillende subtests en duurt ongeveer twee uur. Het is een interactief testonderzoek: de onderzoeker legt uit wat de bedoeling is, stelt vragen en of begeleidt de opdrachten. Je zit dus niet in je eentje in een kamer. De uitkomst bestaat vaak uit een totaalscore en een intelligentieprofiel: een analyse van de sterke en zwakke punten in iemands denkvermogen.
  • functie-onderzoek of neuropsychologisch onderzoek. Net als het intelligentie-onderzoek is dit een testonderzoek. Vaak worden er verschillende onderdelen doorlopen waardoor een uitspraak kan worden gedaan over hersenfuncties zoals het (werk)geheugen, de concentratie, het executief functioneren, de waarneming enzovoort. Er kan bijvoorbeeld gevraagd worden om figuren na te tekenen, zo snel mogelijk een taak te maken met pen en papier, woorden te herhalen, een toren te bouwen, kaarten te sorteren en nog veel meer. Hoe lang het onderzoek duurt is afhankelijk van wat er precies getoetst wordt.
  • vragenlijstonderzoek. Je beantwoordt een aantal vragen of jezelf of geeft aan of stellingen op jou van toepassing zijn. Meestal brengen dit soort onderzoeken in kaart wat iemands klachten zijn, hoe zijn persoonlijkheid of zelfbeeld in elkaar zit en hoe hij met problemen omgaat. Vaak zijn het veel vragen. Dat komt doordat psychologen liever geen conclusies trekken op basis van één of een paar vragen. De vragenlijsten die je krijgt zijn al heel vaak door veel verschillende mensen ingevuld. Daardoor is bekend hoe mensen er “gemiddeld” op antwoorden en kun je dus ook zien wanneer een antwoord “afwijkt”. Dat is niet per se erg, maar kan bijdragen aan de beeldvorming. Een psycholoog legt meestal de uitkomsten van meerdere vragenlijsten naar elkaar en interpreteert het met behulp van wat iemand vertelt heeft tijdens het gesprek.
  • projectief materiaal. Dit is een minder directe onderzoeksmethode. Tijdens projectief onderzoek wordt iemand gevraagd iets te tekenen, een verhaal te vertellen bij een plaat, zinnen af te maken enzovoort. Het idee erachter is dat de manier waarop iemand dat aanpakt, iets zegt over wat er in hem leeft. Vaak wordt projectief materiaal gebruikt om wat meer de diepte in te kunnen, en zo ook thema’s aan te roeren die niet zo gemakkelijk in een concrete vragenlijstvorm zijn te gieten.
  • gezinsonderzoek of systeemonderzoek. Hierbij wordt het hele gezin uitgenodigd. Je voert een of meerdere gezamenlijke gesprekken of je krijgt een opdracht die je samen uitvoert. Op deze manier krijgt de psycholoog inzicht in hoe de gezinsleden met elkaar omgaan en welke rol iedereen inneemt.
  • observatie. Hierbij komt er een psycholoog of onderzoeker naar school, werk of de behandelgroep om te kijken hoe de cliënt zich gedraagt en hoe de interacties met anderen zijn. Hij maakt van tevoren een plan waar hij op gaat letten en beschrijft dit zo objectief mogelijk.
  • dossieronderzoek. Dit gebeurt wanneer er al eerder onderzoek is gedaan of als er al veel informatie bekend is. De psycholoog zal jou vragen om de verslagen aan te leveren, óf hij vraagt toestemming om de documenten op te vragen. Er is geen gekoppeld systeem waarin een psycholoog automatisch gegevens van andere organisaties kan inzien.

In de specialistische GGZ kan het zijn dat de onderdelen door verschillende mensen worden uitgevoerd. Dat kan een beetje raar aanvoelen maar heeft één groot voordeel: de uiteindelijke beeldvorming hangt niet af van de visie van een enkel persoon. Ook al worden er immers gestandaardiseerde tests gebruikt, de interpretatie blijft mensenwerk. En een groep mensen weet nu eenmaal meer dan één.

En dan?

De psycholoog beschrijft zijn bevindingen in een verslag. Meestal is een verslag ongeveer als volgt opgebouwd:

  1. Reden van aanmelding
  2. Klachten
  3. Relevante voorgeschiedenis
  4. Onderzoeksvragen (of onderzoeksopzet)
  5. Resultaten (per onderdeel)
  6. Beantwoording van de onderzoeksvragen
  7. Integratief beeld
  8. Advies

In het integratief beeld worden alle deeluitkomsten bij elkaar gebracht. Dat is belangrijk voor de interpretatie. De betekenis van bepaalde klachten en problemen is bijvoorbeeld anders wanneer iemand een laag IQ heeft en moeite heeft om de wereld te begrijpen, dan wanneer de intelligentie juist heel hoog is. Het integratief beeld is gelijk aan de beschrijvende diagnose. Daarnaast kan er een DSM-classificatie worden gegeven. Meer over het verschil hiertussen lees je hier. Het integratief beeld vormt vervolgens de basis voor het behandelplan.

Wat gebeurt er tijdens psychologisch onderzoek met kinderen?

Veel van de hierboven beschreven onderzoeken kunnen ook met kinderen. Intelligentie kan al gemeten worden vanaf 2,5 jaar, hoewel het dan nog niet zo betrouwbaar is. Vanaf 6 jaar zijn de tests beter en zijn kinderen beter toetsbaar. Neuropsychologische tests kunnen meestal vanaf 6 of 8 jaar. De meeste vragenlijsten zijn ook geschikt voor kinderen vanaf 8 jaar. Adolescenten (vanaf 12 jaar) hebben meestal weer andere vragenlijsten. Ouders kunnen ook vragenlijsten invullen over het gedrag van hun kind. De meeste kinderen vinden projectieve opdrachten leuk, omdat ze er plezier in hebben om te tekenen, verhalen te vertellen of samen te spelen. Bij kinderen worden vaker observaties ingezet dan bij volwassenen, bijvoorbeeld op school. Ook vindt er bij kinderen vaak een anamnesegesprek plaats met de ouders. Dit is een uitgebreid gesprek over de ontwikkeling van het kind tot nu toe. Bij volwassenen kan dit overigens ook worden gedaan.

Bronnen:

Ter Laak, J.J.F. en De Goede, M.P.M. (2003). Psychologische Diagnostiek. Inhoudelijke en methodologische grondslagen. Swets & Zeitlinger, Lisse.


psycholoog-zoeken-1024x821.jpg
17/nov/2018

Als je voor jezelf hebt besloten dat je graag hulp wil, is het fijn om snel terecht te kunnen bij een psycholoog die bij je aansluit. Maar hoe pak je dat aan? Er zijn een aantal methoden. Je kunt deze gebruiken om een soort “short list” te maken van praktijken of instellingen die je aanspreken. Bekijk hun websites eens rustig, ga de registraties van de psycholoog goed na, kijk of de werkwijze bij je past, controleer de wachttijd en, het allerbelangrijkste: bepaal of je gevoel bij deze zorgverlener in eerste instantie goed is. Het kan altijd zijn dat de eerste persoon waar je belandt voor jou niet de juiste is. Dat komt doordat klik zo belangrijk is, en die weet je niet van tevoren. Maar met een beetje voorbereiding kom je een heel eind.

Via de huisarts

Vraag je huisarts of hij ervaringen heeft met psychologen of instellingen in de omgeving, en of hij iemand kan aanbevelen. Wil je wat meer tijd om binnen de huisartsenzorg uit te zoeken wat je precies nodig hebt van een psycholoog, vraag dan om een aantal gesprekken met de praktijkondersteuner (POH-GGZ). Hij kan je helpen kiezen. Je kunt uiteraard ook zelf op zoek gaan. Het is wel verstandig om ook in dat geval je keuze aan de huisarts voor te leggen en hem te vragen om een verwijsbrief. Op die manier kun je in aanmerking komen voor vergoede zorg (zie hieronder. Mocht je je nader willen verdiepen in regels over vergoede zorg, lees dan deze informatie over vergoedingen, DSM-classificaties en registraties).

Via de beroepsverenigingen

Als een psycholoog is aangesloten bij een beroepsvereniging, betekent dat dat hij handelt volgens hun beroepscode en kwaliteitseisen. Het betekent ook dat deze persoon de juiste opleidingen heeft gevolgd. Dit is dan ook een betere route dan “in het wilde weg” googelen. Veel psychologen in Nederland zijn aangesloten bij het Nederlandse Instituut van Psychologen, het NIP. Hun website heeft een handige zoekfunctie. Je kunt ook meteen de registratie van de psycholoog zien. Heeft de psycholoog een BIG-registratie (als GZ-psycholoog, klinisch psycholoog of psychotherapeut), dan wordt de zorg in principe vergoed vanuit de basisverzekering. Let op: niet alle NIP-psychologen hebben deze registratie. Als dit belangrijk voor je is, kun je bijvoorbeeld zoeken via de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten, de LVVP. Hier vind je alleen maar BIG-geregistreerde psychologen met een eigen (groeps)praktijk. Je kunt ook selecteren op soort zorg (basis GGZ of gespecialiseerde GGZ), problematiek of therapievorm.

Via Kiezen in de GGZ

Deze maand is de website Kiezen in de GGZ gelanceerd. Dit is een website van patiëntenfederatie MIND in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland. Ook verschillende zorgpartijen zijn geconsulteerd in het opzetten ervan. Het voordeel is dat er veel informatie bij elkaar staat over een groot aantal verschillende zorgaanbieders, zowel vrijgevestigden als instellingen. Ook is er uitleg te vinden over hoe de GGZ in het algemeen werkt. De informatie is ook redelijk up to date, omdat hij is gekoppeld aan andere bron- en registratiesystemen. Omdat het zo veel is, is echter niet altijd even gemakkelijk te doorzien wat de resultaten van de zoekopdracht nou concreet betekenen. Ook zitten er nog wat “kinderziektes” in de website. Als je deze website wil gebruiken, is het een goed idee om samen te kijken met de POH-GGZ of iemand uit je omgeving die er verstand van heeft.

Waarschuwing

Het is in de GGZ niet mogelijk om jezelf op meerdere plekken tegelijk aan te melden, een aantal intakegesprekken te voeren en dan te besluiten waar je door wil. Dat komt omdat de verzekering maar één GGZ-zorgverlener tegelijk vergoedt. Het kan dus zijn dat de kosten voor een tweede of derde intakegesprek bij jou in rekening worden gebracht. Ben je ergens in zorg en wil je wisselen? Controleer dan eerst of je ook daadwerkelijk bent uitgeschreven.


afspraak-1024x683.jpg
03/nov/2018

Online behandelmethoden hebben de afgelopen jaren een enorme opmars gemaakt. Ook Psychologie Vandaag biedt sinds enige tijd online therapie aan. Maar kan zoiets complex als een therapeutische behandeling wel via internet? En zo ja, waar moet je rekening mee houden?

Terugblik

Net als alles wat met het internet te maken heeft, zijn ook online behandelingen (e-health) de afgelopen jaren erg veranderd. Vroeger was ehealth niet veel meer dan het doorlopen van vaststaande modules, waar je vervolgens al dan niet feedback op kreeg van een behandelaar via berichten of beeldbellen. Soms heel helpend, maar inhoudelijk niet heel veel verder gevorderd dan de ouderwetse zelfhulpboeken. Wel vaak leuker overigens, omdat in die modules bijvoorbeeld ook vaak filmpjes en animaties zitten. Ook is het duidelijker wanneer je een onderdeel hebt afgerond en krijg je reminders wanneer je het te lang laat liggen. Dat zijn allemaal dingen die de motivatie vergroten.

Effectiviteit

Uit onderzoek blijkt dat ook deze “ouderwetse” e-health interventies effectief zijn. De meeste onderzoeken zijn gedaan bij mensen met angst- en stemmingsklachten. Zelfhulpmodules zijn beter dan niks doen, en het is nog weer een stapje beter als de module begeleid wordt door een therapeut. De effectiviteit van de behandeling is dan in sommige behandelingen gelijk aan die van een face to face behandeling. Maar: de meeste onderzoeken zijn gedaan met mensen met zogeheten “enkelvoudige” problematiek en de behandelingen waren kortdurend. In Nederland is dat de populatie van de eerste lijn, ofwel de generalistische basis GGZ. Er zijn geen goede onderzoeken naar de effectiviteit van e-health in de tweede lijn (gespecialiseerde GGZ), dus voor mensen met meer complexe problemen.

Ontwikkeling

De behandelplatforms die e-health aanbieden zijn snel doorontwikkeld en tegenwoordig is het veel beter mogelijk om een behandeling op maat te maken. Therapeut en cliënt beslissen samen wat er nodig is, werken daar aan en passen de richting van de behandeling zo nodig aan. Je bent dus niet meer gebonden aan starre behandelmodules; er kan vraaggericht en flexibel gewerkt worden. Ook kun je vaak mensen uit je omgeving bij je behandeling betrekken. Zij krijgen dan aparte inloggegevens en kunnen meepraten.

Voordelen

Veel cliënten vinden het een voordeel dat ze in hun eigen omgeving aan hun herstel kunnen werken. Online behandeling bespaart hen (reis)tijd en zorgt ervoor dat ze met hun behandeling bezig kunnen zijn op een moment dat hun uitkomt. Ze zijn dus niet meer afhankelijk van de werktijden van de psycholoog. Daarnaast kunnen er andere redenen zijn waarom mensen niet snel naar een psychologenpraktijk of instelling gaan, zoals schaamte. Bij een online behandeling speelt dit niet.

Voorwaarden, succes- en faalfactoren

Er zijn wel een aantal factoren waar je rekening mee moet houden. Iemand die een online behandeling volgt, moet voldoende handig zijn met apparaten (computer/smartphone/tablet) en mag niet in een crisis verkeren. Net als in een face to face behandeling, moet de therapeut inschatten of de behandelmethoden die hij tot zijn beschikking heeft, passen bij de klachten en doelen van de cliënt. Verder helpt het als je je gevoelens gemakkelijk schriftelijk uit kunt drukken, je het meestal gemakkelijk vindt om online open te zijn, vertrouwen hebt in een online behandeling en daartoe gemotiveerd bent. Problemen rondom concentratie, planning en vergeetachtigheid kunnen verstorend werken, maar dat hoeft niet per se. Bespreek het met je behandelaar. Denk er ook eens over na of er mensen in je omgeving zijn die je kunnen steunen bij deze behandeling. Tot slot is het belangrijk dat behandelaar en cliënt allebei inschatten dat er een goede werkrelatie kan ontstaan en dat je verwachtingen met elkaar bespreekt.

Kanttekeningen

Er wordt veel druk op de GGZ uitgeoefend door de overheid en zorgverzekeraars om met ehealth te gaan werken. Een belangrijk argument daarbij is dat het kostenbesparend zou werken, omdat het minder tijd kost. Mijn eigen ervaring is dat als je als behandelaar een goede behandeling op maat op wil zetten en aandacht besteedt aan je feedback, je ongeveer evenveel tijd besteedt aan de behandeling als face to face. Verder denk ik dat online behandeling soms te enthousiast wordt aangeprezen, terwijl het niet voor iedereen werkt. Als deze manier van communiceren de cliënt of de behandelaar niet ligt, geloof ik niet dat e-health effectief is. Daarom heeft het ook geen zin om het van bovenaf “op te leggen” als vast onderdeel van een behandeling in de GGZ. Te meer daar het effectiviteitsonderzoek in met name de gespecialiseerde GGZ eigenlijk nog tekortschiet. Online behandeling is zeker geen “quick fix”; verandering kost nou eenmaal moeite en tijd. Ik hoop dat cliënten en behandelaren daarin hun eigen wijsheid kunnen gebruiken en het alleen aangaan als ze allebei denken dat het iets toevoegt. Dan kan het, vanwege de hierboven genoemde voordelen, echt veel brengen!

Bronnen:

Andersson G, Cuijpers P, Carlbring P, Riper H, Hedman E, 2014. Guided Internet-based vs. face-to-face cognitive behavior therapy for psychiatric and somatic disorders: a systematic review and meta-analysis. World psychiatry : official journal of the World Psychiatric Association 13, 288-95.

Andrews G, Cuijpers P, Craske MG, McEvoy P, Titov N, (2010). Computer therapy for the anxiety and depressive disorders is effective, acceptable and practical health care: a meta-analysis. PloS one 5, e13196.

Spek, V., Cuijpers, P., Nyklicek, I., Riper, H., Keyzer, J., Pop, V., (2007). Internet-based cognitive behaviour therapy for symptoms of depression and anxiety: a meta-analysis. Psychological medicine 37, 319-28.


twee-mannen-1024x742.jpg
20/okt/2018

Alle mensen zijn complex. Wat krijg je dan als twee mensen samen in een relatie stappen? Nog meer complexiteit. Nu zit de ene relatie ingewikkelder in elkaar dan de andere. Het verschilt ook van moment tot moment, van levensfase tot levensfase en van situatie tot situatie. En natuurlijk hoeft “complex” niet per se “slecht” te zijn. Het kan ook “rijk” of “diepgaand” betekenen. Maar dat er momenten komen waarop het lastig gaat en je de verbinding met elkaar verliest, is onvermijdelijk. Sommige mensen vragen zich af of relatietherapie dan zin heeft. Dat is een nuttige vraag met – natuurlijk – niet zo’n simpel antwoord: in principe wel, maar dat hangt van een aantal zaken af. Er zijn verschillende dingen die je zelf kunt doen om de relatietherapie een grotere kans van slagen te geven. Dit artikel helpt je op weg en beschrijft een therapievorm waar wetenschap en praktijk erg enthousiast over zijn: Emotionally Focused Therapy (EFT).

Wat gebeurt er in relatietherapie?

In relatietherapie is de relatie onderwerp van behandeling. De kleur van de relatie wordt bepaald door hoe de partners in elkaar zitten, hoe ze zich voelen, hoe ze tegen de relatie aan kijken en hoe ze zich gedragen. Vaak komen die onderwerpen dan ook aan de orde in relatietherapie.  Je hebt het dus wel degelijk over jezelf, net als in een individuele therapie, maar in relatie tot de ander. Als het goed is, ontwikkel je jezelf beiden binnen de behandeling, zowel als partner als persoonlijk.

Het heeft dan ook geen zin om je partner over te halen tot relatietherapie, met als doel dat de ander verandert.

Motivatie en vertrouwen

Voor elke therapie is het belangrijk dat je voldoende gemotiveerd bent en dat je er vertrouwen in hebt. Is een van beide partners niet gemotiveerd voor de behandeling of de relatie, dan heeft het weinig zin. Het is niet de taak van de therapeut om jullie “binnenboord te halen”. Ook als je nu al denkt dat het toch niet gaat werken, is de kans van slagen aanzienlijk kleiner. Je doet er dan goed aan je eerst te verdiepen in de verschillende vormen van relatietherapie en samen een keuze te maken waar je achter staat en waar je vertrouwen in hebt. En lees eens de algemene tips om meer uit je therapie te halen.

Therapievorm

Welke soort relatietherapie je kiest, hangt af van je persoonlijke voorkeur. Niet alle therapeuten bieden alle vormen aan; oriënteer je van tevoren dus goed. Er bestaat bijvoorbeeld:

  • EFT, emotionally focused therapy: moderne therapievorm waarover hieronder meer
  • gestalttherapie: omgaan met de betekenis van de relatie(problemen) in je leven
  • haptotherapie: bewustwording, openheid en genegenheid laten groeien
  • systeemtherapie: wisselwerking tussen de verschillende betrokken centraal stellen. Vooral aan te raden als de problemen te maken hebben met (schoon)ouders of kinderen
  • familieopstelling of relatieopstelling: welke plek neem je in, wat zijn patronen en knelpunten, hoe neem je ze weg?
  • oplossingsgerichte therapie: meer doen van wat werkt, zoeken naar de sterke kanten in je relatie
  • psychoanalytische therapie: bewustwording van emotionele conflicten uit je kindertijd en de effecten daarvan op je relatie
  • relatiecounseling: kortdurende begeleiding: resultaatgericht, pragmatisch
  • sekstherapie: seksuele problemen oplossen
  • sekscoaching: je seksleven verrijken

Wat is EFT?

De grondlegger van EFT, Emotionally Focused Therapy, is Dr. Sue Johnson. Er is de afgelopen jaren veel onderzoek naar gedaan. Door al die studies is precies bekend wat de werkzame factoren van de therapie zijn. Ook weten we dat hij bij veel mensen werkt (hij is evidence based).

De reden waarom EFT populair is, is omdat hij gericht is op verbinding. De basis van EFT is een van de kerntheorieën binnen de psychologie: de hechtingstheorie. Deze theorie zegt dat mensen beter functioneren in verbinding met een geliefde die emotioneel open en nabij is. Net als kinderen eigenlijk, die hun ouders als veilige basis nodig hebben om de wereld te verkennen. Met een partner als veilige basis kun je ook als volwassene meer aan! Omdat deze veilige basis zo belangrijk is, zijn we echter ook bang om hem kwijt te raken. Dat roept – tegenstrijdig maar waar – allerlei patronen op die helemaal niet helpen. Bijvoorbeeld claimen, verwijten maken en de ander vermijden of stilzwijgen. EFT gaat over de pijn die onder dit soort boos gedrag zit en de angst om elkaar kwijt te raken. Pas als je je angst en kwetsbaarheid kunt laten zien, kan de ander er voor je gaan zijn op een manier die jou helpt. Je bereikt dat niet vanuit boosheid en verwijten, daarmee drijf je hem of haar juist verder van je af.

Ik ben altijd het meest enthousiast over behandelmethodes als ze voldoen aan drie voorwaarden:

  1. er is een wetenschappelijke basis voor
  2. ze zijn mensvriendelijk, oftewel ze sluiten ook intuïtief aan bij ons eigen begrip van emoties, gedachten, gedrag en met elkaar omgaan
  3. ze zijn gemakkelijk te leren

EFT voldoet mijns inziens aan alle drie. Bovendien is er veel informatie over te vinden, zodat je goed weet waar je aan begint als je hiervoor kiest. Kun je in het Engels lezen, dan is de website van Sue Johnson zelf een goede tip. Zij heeft veel artikelen en filmpjes geplaatst over haar methode; op die manier kun je er een goed gevoel voor krijgen of de zienswijze bij je past. Als je alvast aan de slag wilt, is er zelfs een online module die je samen kunt volgen. In het Nederlands is er het boek Houd me vast, ook van Sue Johson, dit is gemakkelijk verkrijgbaar via de boekhandel of bibliotheek. Op www.eft.nl kun je Nederlandse therapeuten vinden die volgens de EFT-methode werken. Als relatietherapie nog een te grote stap voor jullie is, kun je overigens ook de ‘Houd me vast’ cursus volgen: dit is een cursus van 8 x 2 uur, gegeven door een hiervoor getrainde EFT-therapeut. Je gaat actief aan de slag met het gelijknamige boek en gespreksoefeningen.

Let op als je gaat googelen: er bestaat nog een andere therapie met de afkorting EFT, namelijk Emotional Freedom Technique. Dit is iets anders.


einde-behandeling-1024x644.jpg
14/jul/2018

Als je een tijdje in therapie bent geweest, kan het zijn dat je op zeker moment je behandeldoelen hebt behaald. Of misschien merk je juist dat de behandeling je niet zo goed helpt en wil je iets anders gaan proberen. Je wil dan je therapie beëindigen. Kan dat zomaar? En wat als jij wel in behandeling wil blijven, maar je psycholoog kan of wil de behandeling niet voortzetten?

Beëindiging door de cliënt

Voor de cliënt is het heel simpel: je mag op ieder moment stoppen met je therapie. Dat heeft te maken met het toestemmingsvereiste uit de WGBO, de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst. Niemand kan jou verplichten een behandeling af te maken die je niet wil. Slechts in extreme gevallen zijn daar uitzonderingen op, zoals wanneer je een groot risico vormt voor jezelf of voor anderen of wanneer de rechter de behandeling heeft opgelegd. Deze situaties zijn bij wet geregeld in de wet BOPZ (Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen).

Onder alle andere omstandigheden mag je dus op ieder moment stoppen. Je hoeft daar geen reden voor te geven. Het is wel netjes om te laten weten dat je wil stoppen, en ook voor jezelf is het meestal fijner om de behandeling af te ronden met een laatste gesprek.

Als je ergens ontevreden over bent in je behandeling, is het soms beter om niet meteen te stoppen, maar te kijken of je het probleem op kunt lossen. Anders ben je al die moeite kwijt die je tot nu toe in je behandeling hebt gestopt, en bovendien ben je nog steeds niet van je klachten af. Lees bijvoorbeeld eens deze artikelen:

Beëindiging door de therapeut

Voor een therapeut ligt het wat ingewikkelder: die mag de therapie niet zomaar beëindigen. Dat staat in artikel 460 van de WGBO: “De hulpverlener kan, behoudens gewichtige redenen, de behandelingsovereenkomst niet opzeggen.” Dit heeft te maken met de afhankelijkheid in de relatie. Deze wet is van toepassing op artsen, maar ook op psychologen en andere zorgverleners. Het opzeggen mag dus slechts bij hoge uitzondering en kan meestal niet per direct. De hulpverlener moet een redelijke termijn in acht nemen. Ook moet hij de cliënt door middel van waarschuwingen de kans geven om zijn gedrag aan te passen en moet hij meezoeken naar een alternatief. Hier lees je er meer over hoe het precies werkt.

Het kan natuurlijk voorkomen dat een psycholoog merkt dat een bepaalde behandeling toch niet de juiste is voor deze cliënt. Of een cliënt is al heel veel vooruitgegaan en de psycholoog verwacht dat de behandeling nu geen toegevoegde waarde meer heeft. Dan heeft het weinig zin om eindeloos door te behandelen. Daarom wordt het behandelplan af en toe geëvalueerd. Uit zo’n evaluatie kan komen dat je samen naar een afronding toe gaat werken. Het initiatief hiertoe kan zowel van de psycholoog als van de cliënt komen.

Vind je dat je psycholoog te abrupt naar een einde toe wil, of te plotseling aangeeft dat hij denkt dat het goed is om te stoppen? Bespreek het, vraag naar de reden, benoem wat het met je doet (bijvoorbeeld: “Als je dat zegt, heb ik het gevoel dat je er niet meer voor me bent”) en zoek samen naar een oplossing.


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.