Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00
coronadip.jpg
16/dec/2020

Met deze nieuwe lockdown slaat de uitzichtloosheid toe. Wat duurt het lang, iedereen begint een beetje op te raken, wat kunnen we nog doen om het draaglijk te houden? Deze blog helpt je op weg.

Algemene adviezen

Goed voor jezelf zorgen is belangrijker dan ooit. Deze website staat vol met tips. Je vindt een overzicht HIER. Bottom line: eet en drink goed. Kleed je aan, draag iets anders dan je pyjama. Hou een dag- en nachtritme vast. Zorg dat je beweging krijgt: ga naar buiten voor een wandeling of een rondje hardlopen, of dans in je woonkamer. Maak contact, zeg iets aardigs tegen iemand. Het mag ook online. Knuffel iemand als je dat kan. Kijk of je kleine doelen kunt stellen per dag. Beantwoord een e-mail, ruim de vaatwasser in, werk aan het boek/schilderij/schaakspel waar je mee bezig was. Maak in ieder geval een plan voor de dag, voorkom dat je passief wordt. Rust wel uit als het je teveel wordt en doe voldoende dingen die je ontspannen. Wacht even en verdraag het. Als dat allemaal niet werkt, praat er dan met een therapeut over. Er zijn ook veel telefonische en online hulpdiensten waar je contact mee kunt opnemen, met heel capabele vrijwilligers die je graag te woord staan.

Radicale acceptatie

Bovenstaande adviezen zijn altijd goed, ook in een normale situatie. Alleen zitten we niet in een normale situatie. We leven onder vreemde, beangstigende en voor veel mensen ook eenzame omstandigheden, waarvan het einde nog niet in zicht is. Het is niet zo gek dat dit intense negatieve emoties op kan roepen.

Ik wil graag een techniek uitlichten die uit de Dialectische Gedragstherapie (DGT) komt, ontwikkeld door Marsha Linehan. DGT leert mensen allerlei manieren om met intense emoties om te gaan, ook wel crisisvaardigheden genoemd. Een ervan is radicale acceptatie, en ik denk dat we juist deze op dit moment goed kunnen gebruiken.

Radicale acceptatie betekent dat je de realiteit volledig accepteert zoals hij is en je verbittering erover loslaat. Vechten tegen de realiteit leidt alleen maar tot meer pijn. Zelfs als je hem in de toekomst wil veranderen, zul je hem eerst moeten accepteren. Dat is geen gemakkelijke vaardigheid – DGT is niet voor niets een volledige therapie. Maar misschien kunnen onderstaande oefeningen je op weg helpen. De pandemie is eigenlijk de ultieme oefensituatie, want we hebben het er voorlopig mee te doen. Als we hem niet accepteren, maken we het onszelf oneindig veel moeilijker dan het is. Ben je al bekend met mindfulness of meditatie? Dan zal onderstaande je niet vreemd voorkomen. Toch heeft DGT net andere accenten, dus het is een leuke aanvulling.

Succes met de oefeningen. Kijk ook eens op DEZE website voor meer uitleg en DGT-tools.

Oefening 1: accepteren wat er gebeurt

Het is aan te raden om onderstaande stappen uit te schrijven. Kies een rustig moment uit waarop je niet gestoord wordt.

Stap 1: denk aan de gebeurtenis die je moeilijk kunt accepteren. Beschrijf de situatie en leg uit wat het voor jou moeilijk maakt. In dit geval: is het het vele thuiszitten? Heb je je studie moeten onderbreken en heb je daar moeite mee? Ben je bang voor besmetting? Vind je de mondkapjes ingewikkeld? Mis je je naasten?

Stap 2: beschrijf wat er is gebeurd. Schrijf alleen de feiten op, niet jouw oordeel daarover. Hoe is deze situatie voor jou ontstaan? Wat is je overkomen en in welke volgorde? Hoewel we allemaal met dezelfde pandemie te maken hebben, kan het toch zijn dat elementen hiervan voor mensen verschillend zijn.

Stap 3: ga na welke gevoelens er in je leven. Ga rustig zitten, haal een paar keer kalm adem en observeer wat er gebeurt als je aan de situatie denkt. Let op je lichaam: krijg je er hoofdpijn van, wordt je hartslag sneller? Of is het alleen een emotionele reactie? Welke precies? Probeer het verschil te voelen tussen bijvoorbeeld frustratie, angst, verdriet of teleurstelling. Blijf er even bij, laat het er zijn. Je hoeft het niet te veranderen. Omarm het, als het ware. Gebruik ook hier je ademhaling om bij het gevoel te blijven.

Stap 4: maak een plan. Denk na over hoe je de situatie voor jezelf kunt veranderen. Wat kun je wel doen? In de eerste lockdown zag je iedereen meteen creatief te werk gaan. Huizen en tuinen werden aangepakt en er sprongen allerlei online initiatieven uit de grond. Bedenk wat jou zou kunnen helpen. Is er een hobby die je altijd al wilde oppakken? Hoe kun je veilig met mensen afspreken, en wie wil je het liefst zien? Zijn er online cursussen waardoor je je kunt ontwikkelen? Je hebt vast al veel uit de kast getrokken het afgelopen jaar, maar sta er nog eens bij stil en maak een plan, al is het maar voor de komende paar weken.

Let op: je hoeft het niet eens te zijn met de situatie. Het gaat erom dat je steeds het huidige moment accepteert zoals het komt, omdat het nu eenmaal zo is. Dat is alles.

Oefening 2: jezelf toespreken

Soms hebben we een hoop emoties en moeten we onszelf even bij de hand nemen. Dat kun je doen door jezelf in gedachten toe te spreken. In DGT heten dat “coping statements”. Coping is zoiets als ergens mee omgaan. Het brein is krachtig en je kunt jezelf met je denken een heel eind op weg helpen. Schrijf een aantal gedachten op die waar zijn en die jou helpen, zodat je ze kunt gebruiken wanneer je het even moeilijk hebt. Hang ze op post-its door je huis, zet ze in je telefoon of plak ze op je koelkast. Bijvoorbeeld:

  • Ik heb enkel controle over het hier en nu.
  • Knokken tegen mijn gevoelens maakt ze alleen maar sterker.
  • Dit moment is zoals het is, ook als ik het even niet leuk vind.
  • Mijn emoties zitten hoog, maar ik red het wel.

En een van mijn persoonlijke favorieten, recht uit de koker van Linehan zelf:

  • Hetgeen wat ik het liefste wil, heb ik nu even niet, maar dat is geen wereldramp.

Mocht je Linehan eens willen horen over hoe zij het heeft geleerd, dan is deze (Engelse) video misschien iets voor je. Altijd inspirerend om de meesters aan het woord te horen!

 


assertiviteit.jpg
07/dec/2020

Je hebt ze vast wel eens voorbij zien komen: inspirerende quotes over voor jezelf opkomen. Deze bijvoorbeeld:

Of deze:

Of deze:

Deze adviezen klinken mooi, en heerlijk simpel bovendien. Maar wie ze weleens in de praktijk heeft gebracht, heeft vast gemerkt dat ze niet werken. Hoe komt dat? Wat is dan wel een goede manier om je grenzen aan te geven? En zijn er ook uitzonderingen?

De roots van het begrip assertiviteit

Voor een ander artikel dat ik moest schrijven, dook ik onlangs in de onderzoeksliteratuur over assertiviteit. Nu is die literatuur allemaal vrij oud: de hoogtijdagen van het assertiviteitsonderzoek lagen in de jaren ’70 en ’80 – de tijd van emancipatie, protesten en zelfexpressie. Sindsdien is er eigenlijk maar weinig onderzoek bij gekomen; blijkbaar was men er in wetenschappelijke kringen daarna een beetje over uitgepraat. Het onderzoek van toen is de basis geweest voor de assertiviteitstrainingen en zelfhulpboeken die je nu nog steeds ziet. Belangrijk om in gedachten te houden is dat gedragstherapie in die tijd heel populair was. Daarom zie je dat assertiviteitstraining (nog steeds!) vaak gaat over het aanleren van vaardigheden, en minder over naar binnen kijken. Je kunt assertiviteitstrainingen dus zien als een product van die tijd.

Maar wat zegt al dat onderzoek nou?

Allemaal mooi en aardig, maar waar kun je nou beginnen als je wat assertiever uit de hoek wil leren komen? Het eerste dat je moet weten is dat assertiviteit als doel heeft voor jezelf opkomen en de relatie goed houden. En het tweede is dat assertiviteit twee aspecten heeft: wat je doet enerzijds, en wat je erbij denkt en voelt anderzijds. Laten we daarmee beginnen

Wat je doet

Assertiviteit heeft een zichtbare kant. In vaktaal heet dat overt. Een assertieve reactie houdt in:

  1. Je geeft een expression of rights: je komt voor jezelf op. Bijvoorbeeld:
    1. iets weigeren: ‘Nee, dankjewel, ik wil op dit moment niet meedoen.’
    2. iemand verzoeken om zijn gedrag te veranderen: ‘Ik heb het idee dat ik veel meer doe in huis dan jij. Ik zou graag willen dat je wat meer taken oppakt.’
    3. een afwijkende mening geven: ‘Dat ben ik niet met je eens. Ik vind dat ik de afspraak goed ben nagekomen.’

En je doet dat door iets te zeggen over jezelf (ik-boodschap), in plaats van de ander te beschuldigen (jij-boodschap). Een assertieve reactie is voldoende direct, specifiek en respectvol. Je houdt dus de focus op wat je wil zeggen, bent duidelijk over wat je precies bedoelt en bent beleefd. Dat betekent ook dat je goed op je taalgebruik let en ervoor zorgt dat je niet aanvallend bent. Aanval leidt tot verdediging en daar ben je niet naar op zoek: je wil een gesprek. Je kunt dus ook rustig vragen hoe de ander er tegenaan kijkt.

  1. Je kleedt je boodschap goed in en doet moeite om de relatie goed te houden. In de literatuur noem je dat “elaborations”. Bijvoorbeeld:
    1. laten merken dat je begrijpt wat het effect is op de ander.
    2. iets positiefs zeggen tegen of over de ander.
    3. je verontschuldigen voor het ongemak (niet voor het opkomen voor jezelf).
    4. een oplossing zoeken.

Let ook op je toon, volume, oogcontact, gezichtsuitdrukking en lichaamstaal. En probeer een goed moment te zoeken en een geschikte omgeving.

Zo’n eerste assertieve reactie hoeft nog niet heel uitgebreid te zijn. Je hoeft jezelf niet te verdedigen of uitgebreid uit te leggen waar om je iets (niet) wil. Kijk wat je minimaal nodig hebt om je boodschap over te brengen en probeer dat als eerste. Je kunt altijd nog meer in detail treden.

Wat je erbij denkt en voelt

Ten tweede is er een onzichtbare kant van assertiviteit (covert). Dat is wat iemand allemaal doet voor- en nadat hij voor zichzelf opkomt, maar wat je niet aan de buitenkant kunt zien. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. kennis, bijvoorbeeld je herinneringen over het onderwerp.
  2. zelfspraak, oftewel de manier waarop je jezelf toespreekt. Dit heeft een effect op hoe je je voelt en vaak ook op wat je vervolgens doet. Vergelijk bijvoorbeeld: ‘Hij zal wel verschrikkelijk boos worden omdat ik weiger het te doen.’ Of: ‘Het kan zijn dat hij boos wordt, maar ik heb nog steeds het recht om te weigeren.’
  3. verwachtingen die je hebt over het resultaat van een assertieve reactie.
  4. levensovertuigingen die je bewust of onbewust hebt. Bijvoorbeeld dat iedereen je altijd leuk moet vinden, of juist dat je nou eenmaal niet perfect kunt zijn.
  5. sociale waarneming, waarmee je de situatie overziet en begrijpt.
  6. sociale vaardigheden, zoals het herkennen en definiëren van problemen, nadenken over verschillende manieren om te reageren, keuzes maken, beslissingen uitvoeren en daarop terugkijken.
  7. zelfregulering, bijvoorbeeld omgaan met angst of spanning.

De reden waarom dat er allemaal ook bij komt kijken, is dat assertiviteit gaat over rekening houden met jezelf en met de ander.

Iemand die alleen maar “nee” zegt of de ander meteen vraagt zijn gedrag aan te passen, is dus niet zozeer assertief maar eerder agressief.

De uitzondering

Een goede assertieve reactie werkt bijna altijd. Je hebt immers goed stilgestaan bij de situatie, je eigen gevoelens daarover en ieders belangen. Vervolgens heb je aandacht besteed aan hoe je je boodschap brengt, een goed moment uitgekozen voor een gesprek, begrip getoond voor de ander en gezocht naar een compromis.

De enige situatie waarin het niet of nauwelijks werkt, is als je te maken hebt met mensen die niet geïnteresseerd zijn in jouw grenzen. Bijvoorbeeld omdat hun eigen problematiek daarbij in de weg zit. Dan kun je vriendelijk, begripvol en beleefd je grenzen aangeven totdat je een ons weegt, maar de ander zal niet luisteren en je compromis zal niet goed genoeg zijn.

In dat geval kun je je assertieve reactie opschalen en steviger maken, maar mag je ook voor jezelf kiezen. En het er eventueel bij laten zitten en je eigen weg gaan.

Bron:

Rakos, R.F. (1991). Assertive behavior. Theory, Research and Training. Routledge, Londen & New York.


overzicht.jpg
04/aug/2019

KOP-model stap 1: overzicht creëren

Het KOP-schema is een eenvoudig hulpmiddel om beter begrijpen wat je allemaal voelt en doet en waar je klachten vandaan komen. Het heeft aandacht voor zowel problemen als wat er goed gaat en het geeft een ingang om je gedrag te veranderen, zodat je je beter kunt gaan voelen. Je kan er prima zelf mee aan de slag. Een overzicht van de stappen vind je hier. Dit artikel gaat nader in op stap 1: overzicht.

Een leeg KOP-schema ziet er zo uit.

Klachten:

Omstandigheden:

Persoonskenmerken:

 

In de eerste stap ga je het KOP-schema nader invullen. Hoe doe je dat?

  1. Je klachten in kaart brengen

Klachten zijn de dingen die je zelf ervaart, waar je last van hebt. Bijvoorbeeld somberheid, slaapproblemen, concentratieproblemen enzovoort. Let op: schrijf hier alleen op wat je zelf voelt, en geen omstandigheden. Van een partner die veel werkt of een autoritaire baas kun je wel last hebben, maar dit zijn geen psychische klachten, omdat ze buiten jou om gebeuren.

Het kan lastig zijn om je klachten goed op een rijtje te zetten. Een goed beginpunt is om te noteren wat je hindert in je functioneren. Slaap je slecht en ben je er daardoor niet goed bij je op werk? Dat kan een klacht zijn. Krijg je steeds ruzie met je vriend of vriendin omdat je prikkelbaar bent? Durf je niet met de bus? Heb je telkens hoofdpijn of moet je er steeds aan denken dat je het allemaal niet meer aankunt? Ook dit kunnen klachten zijn. Schrijf op hoe lang je er al last van hebt en als hoe ernstig je je klachten ervaart, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 10. Het is vaak nuttig om dit een paar dagen achter elkaar te doen, zodat je er ook inzicht in krijgt of het fluctueert (schommelt). Doe dat bijvoorbeeld in de vorm van een schema’tje met datum, klacht, situatie (wat was je aan het doen?), en ernst. Probeer een paar keer per dag te registreren. Klinkt flauw, levert echt veel informatie op. Heb je al eens iets gedaan om je klachten aan te pakken? Schrijf dat ook op. Denk na over de oorzaak en over wat je nodig denkt te hebben om je situatie te verbeteren. Heb je een behandelaar? Schrijf op wat je van hem of haar verwacht. Ben je al eens in behandeling geweest voor deze klachten? Noteer wat je eraan hebt gehad. Het kan zinvol zijn om oude behandelplannen of verslagen te bekijken. Zo nodig kun je je dossier opvragen. De afsluitbrief is vaak het meest interessant, deze bevat een samenvatting van het traject dat je hebt gehad.

  1. Je omstandigheden in kaart brengen

In deze stap ben je op zoek naar wat er de laatste tijd in je leven is gebeurd, wat mogelijk een rol kan spelen bij je klachten. In de psychologie noemen we dat factoren die klachten uitlokken of instandhouden. Let vooral op overgangsmomenten. Mensen die in een andere fase komen te zitten, merken dat vaak in hun gevoelsleven. Denk bijvoorbeeld aan mensen die net zijn gaan samenwonen, emt een nieuwe baan zijn begonnen, een kind hebben gekregen enzovoort. Komt er zo snel niks in je op? Ga dan de volgende domeinen eens af en schrijf in een paar steekwoorden op hoe je ervoor staat:

  • Werk
  • Gezondheid van jezelf en je naasten
  • Financiën
  • Woononmgeving
  • Relatie met partner, kinderen en ouders
  • Vriendenkring
  • Ontspanning

Denk er met name over na of je leven op deze domeinen in balans is. Ga ook na hoe je op dit punt in je leven terecht bent gekomen en hoe je over de toekomst denkt.

  1. Persoonskenmerken

In het overzichtsartikel beschreef ik al dat het bij deze stap gaat om je gebruikelijke reactiepatroon. Het kan moeilijk zijn om dit met de nodige afstand te bekijken. Niet iedereen is zich bewust van zijn reactiepatronen. Het kan daarom zinvol zijn om dit met iemand samen te doen. Je kunt eens kijken naar je eigen gedrag, verwachtingen, valkuilen en temperament op een aantal dimensies:

  • Omgaan met het leven: ben je vooral bezig met het nastreven van maximaal genot en ontspanning, of met het vermijden van risico’s, leed en tegenslag?
  • Ben je eerder optimist of pessimist?
  • Ben je egoïstisch of altruïstisch? Oftewel: wiens belang staat voor jou voorop?
  • Ben je iemand die afwacht of kom je juist impulsief in actie?
  • Zou je jezelf als introvert als juist als extravert omschrijven?
  • Ben je nieuwsgierig en open of meer naar binnen gekeerd?
  • Kun je je aanpassen, of hoe flexibel ben je?
  • Hoe zie je je eigen plaats in de wereld en handel je daarnaar?
  • Zijn anderen jou in principe gunstig of vijandig gezind?
  • Ben je geliefd of word je toch altijd over het hoofd gezien?
  • Ben je kwetsbaar of goed in staat om jezelf te verdedigen?

De factor persoonskenmerken dekt dus een brede lading en kan worden beschouwd als een gelaagd concept. De oorsprong kun je vaak vinden in je levensloop. Kijk naar belangrijke gebeurtenis en vraag jezelf af wat je daaruit geleerd zou kunnen hebben over jezelf, je sterke en zwakke kanten en de wereld om je heen.Het zijn leuke vragen om voor jezelf mee bezig te zijn, mede doordat ze vanzelf de vraag oproepen of het ook anders kan.

In de volgende stap ga je samenhang aanbrengen tussen de drie elementen van het KOP-schema.


kopmodel2.jpg
19/jul/2019

Het KOP-schema is een eenvoudig hulpmiddel om beter begrijpen wat je allemaal voelt en doet en waar je klachten vandaan komen. Het heeft aandacht voor zowel problemen als wat er goed gaat en het geeft een ingang om je gedrag te veranderen, zodat je je beter kunt gaan voelen. Je kan er prima zelf mee aan de slag. De komende weken werk ik alle stappen verder uit om je op weg te helpen. Als je slecht in je vel zit, kan het echter moeilijk zijn om dit in je eentje te doen. In dat geval kun je hulp vragen aan een psycholoog of aan de praktijkondersteuner bij de huisarts. Zij kennen het KOP-model waarschijnlijk ook, en anders kun je bijvoorbeeld dit artikel printen en meenemen.

Theorie achter het KOP-model

De afkorting KOP staat voor Klachten, Omstandigheden en Persoonskenmerken. Het model gaat ervan uit  dat klachten worden veroorzaakt door de combinatie van stressvolle omstandigheden en de manier waarop iemand daarmee omgaat. Dus, als je het een in een formule zou zetten:

Klachten = Omstandigheden x Persoonskenmerken

Als je voor jezelf weet hoe dit werkt, kun je er ook achter komen wat je moet veranderen.

Stap 1. Overzicht

Een leeg KOP-schema ziet er zo uit.

Klachten:

Omstandigheden:

Persoonskenmerken:

Klachten zijn de dingen die je zelf ervaart en waar je last van hebt. Bijvoorbeeld somberheid, nachtmerries, prikkelbaarheid, een vol hoofd, stress, concentratieproblemen, weinig eetlust enzovoort. Schrijf ook per klacht op hoe lang je er al last van hebt en als hoe ernstig je ze ervaart, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 10.

Omstandigheden zijn gebeurtenissen in je leven die je als stressvol ervaart. Bijvoorbeeld echtscheiding, een moeilijke baan of studie, wonen in een buurt waar veel criminaliteit is, net vader of moeder zijn geworden of een conflict in de familie.

Persoonskenmerken zijn jouw manier van omgaan met deze omstandigheden. Dit is de belangrijkste factor in het KOP-model. Hier schrijf je je gebruikelijke reactiepatroon op. Bijvoorbeeld: niet praten over gevoelens, het iedereen naar de zin willen maken, hoog verantwoordelijkheidsgevoel, snel confrontaties opzoeken, steun zoeken bij mensen die je goed kent, problemen onder controle krijgen door er lang over na te denken, angst om te falen, veel drinken bij stress, enzovoort. Sommige manieren zijn handig, andere manieren misschien niet zo. Schrijf ze allemaal op.

Stap 2. Samenhang

Onder ‘normale’ omstandigheden valt met de persoonskenmerken die je hierboven hebt opgeschreven, waarschijnlijk best te leven. Iedereen heeft minder sterke kanten, of ‘schoonheidsfoutjes’. In zekere zinnen bieden ze ook voordelen. Iemand met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel, is bijvoorbeeld meestal betrouwbaar en loyaal. Onder andere omstandigheden zorgen deze eigenschappen echter voor problemen. Iemand die zich erg verantwoordelijk voelt en ook nog belast wordt met veel taken, of te maken heeft met collega’s die de kantjes er vanaf lopen, zal kunnen doorschieten. Dit is de samenhang waar je in stap 2 naar op zoek bent: jouw eigen strategieën en kenmerken die normaal gesproken misschien niet zo’n probleem zijn, maar in je huidige omstandigheden wel. Deze stap is moeilijk om in je eentje goed te doen. Vraag je naasten of een hulpverlener om het met je op een rijtje te zetten. Ga ook je persoonlijke levensgeschiedenis na: wat heeft in het verleden gemaakt dat je een bepaald reactiepatroon hebt ontwikkeld?

Stap 3. Doelen formuleren

Omdat de P (van persoonskenmerken) zo belangrijk is in het KOP-model, moeten je doelen hierbij aansluiten. Oftewel: ze moeten betrekking hebben op het doorbreken van je gebruikelijke reactiepatroon, zodat je minder last hebt van je omstandigheden en je klachten afnemen of beheersbaar worden. Doelen zullen vaak te maken hebben met leren om sneller in te zien wanneer je in dit reactiepatroon zit, kijken hoe andere mensen reageren in deze situatie en beslissen wat bij jou past en wat je anders wilt gaan doen. Bijvoorbeeld: beter voor jezelf opkomen, alcohol laten staan, minder verdwaald raken in piekergedrag enzovoort.

Stap 4. Gedragsverandering

Een reactiepatroon doorbreken is niet eenvoudig. Iedereen heeft vaste gewoontes en een groot deel van je reacties geef je op de automatische piloot. Verandering kan dan ook alleen maar geleidelijk plaatsvinden en kost bovendien inspanning. Er is geen snelle oplossing en het is niet in een alinea uit te leggen hoe je dat doet. Dingen die je kunt proberen zijn (een rondje googelen leert je er meer over):

  • Leren je eigen gedrag te observeren, bijvoorbeeld door het te registreren
  • Meer lezen over gedragskenmerken die je bij jezelf signaleert, zoals introversie
  • Observeren van het gedrag van anderen en analyseren wat werkt
  • Oefenen met nieuw gedrag en dat een tijdje volhouden
  • Leren reflecteren en afstand nemen
  • Werken met het kernkwaliteitenkwadrant
  • Inzicht krijgen in je eigen gedrag door middel van de Roos van Leary
  • Werken met de Window of Tolerance

Stap 5. Terugvalpreventie

Doordat je nu weet waar je valkuilen zitten, ben je je ook bewuster van factoren die risico met zich meebrengen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Het is goed jezelf voor te houden dat bepaalde eigenschappen bij je horen en niet zomaar zullen verdwijnen: je moet er rekening mee houden. Ook weet je nu meer over welke omstandigheden voor jou stress oproepen. Soms is het mogelijk deze omstandigheden te verbeteren. Bijvoorbeeld door een baan te kiezen die beter bij je past of te verhuizen naar een andere buurt. Terugval voorkom je dus door alerter te zijn op de relatie tussen je eigen kwetsbaarheiden en situaties die moeilijk voor je zijn. Reminders die je zelf instelt kunnen je hierbij helpen, maar ook je naasten of een laagdrempelige hulpverlener zoals de praktijkondersteuner van de huisarts.

Bronnen:

Rijnders, P. & Heene, E. (red.) (2015). Handboek KOP-model. Kortdurende psychologische interventies voor de basis-ggz. Uitgeverij Boom, Amsterdam.


onderhandelen.jpg
18/jan/2019

Bij sommige ouders en kinderen werken de standaard opvoedmethoden goed, maar in andere gezinnen niet. Bijvoorbeeld omdat het “straffen en belonen” waar deze methoden meestal op gebaseerd zijn, niet past bij ouders en kind. Onlangs besprak ik een alternatief: de methode Collaborative and Proactive Solutions, oftewel gezamenlijk proactief probleemoplossen, van psychiater Ross W. Greene. We zijn begonnen bij stap 1: kiezen waar je aan wil werken en verdergegaan met stap 2: tekortschietende vaardigheden opspeuren. Daarna was stap 3 aan de beurt: aan je kind vragen wat er aan de hand is. Vandaar zijn we bij stap 4: onderhandelen. Veel Engelstalige informatie en filmpjes over de methode zijn overigens ook te vinden op de website van Ross Greene.

Onderhandelen

Je hebt inmiddels samen met je partner afgestemd welke situaties op dit moment niet goed gaan, waar je als eerste aan wil werken en wat jouw kind mogelijk belemmert. Je bent met je kind in gesprek gegaan over wat hij denkt dat er aan de hand is. Daarbij heb je nog geen oplossingen aangedragen. Ook nu ga je dat niet doen. Je bent toe aan de leukste stap uit de CPS: onderhandelen.

Goed onderhandelen gebeurt altijd vanuit gelijkwaardigheid. Dat betekent niet dat je geen grenzen mag stellen of dat je je kind alles laat bepalen. Het betekent wel dat je het standpunt van je kind even serieus neemt als je eigen standpunt. Hij is immers ook een mens, met zijn eigen voorkeuren, gevoelens, ideeën en wensen. Loop je daar als ouders steeds overheen omdat je vindt dat jij de touwtjes in handen moet hebben, dan kun je op termijn verwachten dat je kind zich hetzelfde naar jou op gaat stellen. Onderhandelen kan al met heel jonge kinderen; ook zij hebben immers standpunten die belangrijk voor hen zijn. Blijf dicht bij hun taal, gebruik eventueel tekeningen of plaatjes, en hou het simpel.

Hoe begin je?

Je opent de onderhandelingen door samen te vatten wat er tot nu toe gezegd is en te checken of je het goed begrepen hebt. Bijvoorbeeld:

  • Dus je zegt dat je moeite hebt om ’s avonds je bord leeg te eten omdat je nog gespannen bent van school en je verhaal nog niet hebt kunnen doen. Klopt dat?
  • Bedoel je dat je vaak ruzie maakt met je broertje omdat je het idee hebt dat wij hem voortrekken?
  • Als ik je goed begrijp, zeg je dat je je huiswerk niet af krijgt omdat je geen rustige plek hebt om te werken. Is er verder nog iets?

Als je kind instemt met jouw samenvatting, kun je jouw zorg naast de zijne leggen. Bijvoorbeeld:

  • Ik begrijp dat het soms lastig is om je bord leeg te eten, maar ik vind het belangrijk voor je groei dat je genoeg van alles binnenkrijgt.
  • Het is vervelend als je het idee hebt dat we je broertje voortrekken, maar ik vind het ook vervelend als jullie ruzie maken.
  • Wat jammer dat je je huiswerk wel wíl maken, maar dat het niet lukt. Het is voor mij ook belangrijk dat je een beetje bij blijft met school.

Hoe ga je verder?

Vervolgens stel je een open vraag aan je kind. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we dit oplossen? Of: zullen we hier eens samen over nadenken? Wat is jouw idee? Luister opnieuw goed naar wat je kind zegt. Kinderen zijn vaak fantastische probleemoplossers. En als je tot nu toe nog geen oordeel hebt geveld over wat je kind heeft gedeeld en je bent nog niet met jouw oplossing op de proppen gekomen, is voor hem de weg vrij om te zeggen hoe hij het graag zou zien. Bijvoorbeeld:

  • Ik zou graag voordat we aan tafel gaan met jou alleen willen praten zodat ik mijn verhaal over de dag kwijt kan, dan kan ik daarna rustig eten.
  • Ik heb er het meeste last van als mijn broertje iets uit mijn handen trekt of als hij op mijn plek op de bank wil zitten. Kun je me daarmee helpen?
  • Mag ik op het kantoortje van pappa werken totdat hij thuiskomt? Daar is het veel rustiger dan op mijn eigen kamer.

Beschouw het als een brainstorm, dus schiet het idee van je kind niet meteen af. Dus ook niet als het in eerste instantie iets vraagt of voorstelt wat niet kan. Vraag in plaats daarvan door over hoe dat hem zou helpen.

Wat is een goede oplossing?

De onderhandeling is pas afgelopen als je allebei tevreden bent. Bijvoorbeeld:

  • Ik wil ook graag jouw verhaal over de dag horen, maar ’s avonds moeten we ook snel aan tafel als iedereen thuis is. Is het een idee dat je even bij me komt zitten om te kletsen terwijl ik aan het koken ben?
  • Bedoel je dat je een aantal regels af zou willen spreken waar zowel jij als je broertje zich aan moet houden? Dat lijkt me een prima idee, en de regels die je noemt klinken logisch. Zullen we daar eens samen met hem voor gaan zitten?
  • Dat kantoor is inderdaad rustiger, maar er liggen ook dingen van pappa’s werk waar je niet aan mag komen. Wat zullen we daarvoor bedenken?

Het is niet erg als je niet meteen tot de perfecte oplossing komt. Daarom evalueer je samen over een tijdje hoe het gaat. Dat is stap 5. Voor nu is belangrijk dat je samen een plan maakt waarin zowel jouw zorg als die van je kind is verweven, dus dat geen van beiden eenzijdig een oplossing oplegt. Moeilijk? Soms. Leuk? Altijd!


© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.