Heeft een kinderpsycholoog geheimhoudingsplicht? – privacy in de jeugdzorg

5 april 2018 by Linda Mulders
kinderpsycholoog-1024x813.jpg

Elke psycholoog heeft geheimhoudingsplicht. De regels daarvoor zijn vastgelegd in dezelfde wet die voor artsen geldt, namelijk de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). In grote lijnen werkt de geheimhoudingsplicht hetzelfde voor kinderen en jongeren als voor volwassenen. Iedereen moet zich immers voldoende veilig kunnen voelen in de therapeutische relatie om vrijuit te praten – kinderen ook. Er zijn echter wel een paar dingen anders. De leeftijd van het kind speelt bijvoorbeeld een rol, er zijn ouders in het spel en soms nog andere gezagsdragers of meerdere professionals. Dit artikel geeft een overzicht van hoe het zit en sluit af met adviezen aan ouders en kinderen.

Ouders

Kinderen hebben ouders (of een andere wettelijke vertegenwoordiger zoals een voogd). Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen en daarom hebben ze recht op informatie over de medische en psychologische behandeling daarvan. Ze moeten er ook gericht toestemming voor geven en zonder duidelijke informatie kan dat niet. Ook dat vind je terug in de WGBO, namelijk in artikel 450 en 457. “Gerichte toestemming” betekent dat iemand begrijpt welk probleem er precies is vastgesteld (vaak een beschrijvende diagnose en een DSM-classificatie), welke behandelmethode er wordt voorgesteld en waarom. Ook is het belangrijk dat de ouders goed begrijpen wat er precies van hen wordt verwacht. In de kind- en jeugdpsychologie hebben de ouders namelijk vaak een actieve rol in de behandeling van hun kind, bijvoorbeeld omdat het belangrijk is dat ze hem helpen met huiswerkopdrachten of dat ze zelf ook leren anders te reageren op zijn gedrag. Vaak staat dit alles beschreven in een behandelplan. Verandert het behandelplan, bijvoorbeeld omdat de behandeling vordert en de doelen worden bijgesteld, of omdat er een andere diagnose wordt gesteld, dan moeten de ouders opnieuw geïnformeerd worden en opnieuw toestemming geven.

De psycholoog kan het verstrekken van informatie geheel of gedeeltelijk weigeren in twee situaties. De eerste is als de belangen van het kind daardoor in het geding komen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een vechtscheiding of mishandeling. De tweede is als het kind nadrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen informatieverstrekking.

Leeftijd

Ook de leeftijd van het kind speelt een rol. De WGBO onderscheidt drie leeftijdsgroepen:

  • 0 t/m 11 jaar: de ouders moeten toestemming geven voor de behandeling en hebben een volledig informatierecht. Het kind krijgt de informatie over zijn behandeling uitgelegd op een niveau dat het kan begrijpen.
  • 12 t/m 15 jaar: ouders en kind beslissen samen en hebben allebei een zelfstandig informatierecht. Vaak stemt de psycholoog samen met het kind af wat er met de ouders gedeeld wordt. Op deze leeftijd wordt privacy immers belangrijker. Het kan zijn dat het kind dingen wil bespreken die zijn ouders (nog) niet mogen weten; dat recht heeft hij.
  • Vanaf 16 jaar: voor de WGBO is het kind meerderjarig. Een jongere mag zichzelf vanaf deze leeftijd aanmelden voor behandeling en heeft een zelfstandig informatierecht. De ouders krijgen alleen informatie als de jongere daarmee instemt.

Gezag

Bovenstaande geldt voor gezagdragende ouders. Dat zijn ouders die wettelijk gezien het gezag hebben over het kind. Het maakt niet uit of de ouders bij elkaar zijn of gescheiden zijn. Als een ouder geen gezag draagt, heeft hij nog steeds een informatierecht: hij moet in grote lijnen op de hoogte kunnen zijn van de gezondheid van zijn kind. Dit informatierecht is wel beperkter dan van een ouder met gezag.

Is er een voogd met gezag, al dan niet samen met de ouders, dan heeft ook deze een zelfstandig informatierecht. Dat wil zeggen dat hij recht heeft op dezelfde informatie als een (gezagdragende) ouder zou hebben.

Soms is er een jeugdbeschermer betrokken die geen gezag heeft, bijvoorbeeld in het kader van een onder toezichtstelling (OTS). Dit noem je ook wel een toeziend voogd; vroeger heette het een gezinsvoogd. Sinds de nieuwe jeugdwet uit 2015 mag een psycholoog de toeziend voogd de informatie verstrekken die deze nodig heeft voor het uitoefenen van de OTS – ook als de ouders daar geen toestemming voor geven. De psycholoog dient deze informatie wel zo beknopt mogelijk te houden.

Andere behandelaren en professionals

Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 en de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015, wordt er steeds meer informatie over kinderen en jongeren gedeeld. Dat komt doordat scholen, wijkteams en zorgprofessionals (“ketenpartners”) meer samenwerken. Dat heeft zeker goede kanten, maar privacytechnisch zitten er nogal wat haken en ogen aan. Moet een school bijvoorbeeld altijd op de hoogte zijn van de diagnose van een kind? Zo ja, hoe uitgebreid is de informatie die verstrekt wordt, wie heeft daar inzage in en hoe wordt het bewaard? Heeft de gemeente recht op informatie nu deze de jeugdzorg indiceert en betaalt? Wat gebeurt dan vervolgens met die gegevens en hoe lang blijven ze in een dossier staan? Kan het ook nadelige gevolgen hebben? Dit artikel in de Groene Amsterdammer (mei 2017) zet het misschien wat te dik aan, maar legt ook zeker een vinger op de zere plek. Gemeenten en professionals zijn zich terdege bewust van de problemen en maken ook steeds betere afspraken, bijvoorbeeld binnen de coalitie ‘in goed vertrouwen; de privacy van de jeugd geborgd’.

Adviezen

Voor kinderen, jongeren en ouders is het volgende belangrijk:

  • De psycholoog heeft geheimhoudingsplicht en mag niet zonder toestemming gegevens verstrekken aan derden;
  • Wil je toestemming geven voor gegevensuitwisseling, bijvoorbeeld omdat je het zelf handig vindt dat verschillende ketenpartners met elkaar overleggen, vraag dan om inzage (vooraf!) in wat er wordt verzonden en vraag om een zo minimaal mogelijke uitwisseling. Sta er bijvoorbeeld bij stil of je het goed vindt dat een volledig onderzoeksverslag wordt verstrekt of liever alleen de eindconclusie (zoals hij ook in het behandelplan staat);
  • Vraag na wat precies het doel is van de verstrekking, hoe gegevens verzonden en bewaard worden, waar ze voor gebruikt worden en wie er inzage in heeft;
  • Maak onderscheid tussen hulpverleners en niet-hulpverleners. Hulpverleners zijn bijvoorbeeld psychologen, (ambulant) begeleiders, artsen, vaktherapeuten en fysiotherapeuten. Deze zijn allemaal gebonden aan het medisch beroepsgeheim. Niet-hulpverleners zijn bijvoorbeeld leerkrachten, medewerkers van het kinderdagverblijf en medewerkers van het wijkteam. Zij zullen ook zorgvuldig omgaan met privacygevoelige informatie maar zijn niet gebonden aan dezelfde strikte regels;
  • Er zijn een paar uitzonderingssituatie op de geheimhoudingsplicht, waaronder het melden van huiselijk geweld en kindermishandeling bij Veilig Thuis. Dit mag echter niet zomaar: het is een allerlaatste redmiddel en daarom moeten er verschillende stappen worden doorlopen. Sinds 2017 geldt voor alle hulpverleners het basismodel meldcode;
  • Twijfel je over een situatie waarin het delen van gegevens een rol speelt? Doorloop de privacy-app van Jeugdconnect eens, die geeft op bijna alle vragen een antwoord, gemakkelijk geschreven en passend bij de huidige wet- en regelgeving.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.