ADHD behandelingen voor kinderen en volwassenen

25 januari 2020 by Linda Mulders
adhd-behandelen-e1601890175798.jpg

ADHD wordt gezien als een stoornis die in aanleg aanwezig is. Dat betekent dat het niet te genezen is, zoals je bijvoorbeeld hoofdpijn geneest. Behandeling richt zich meestal op het beter leren begrijpen van de ADHD en er anders mee leren omgaan. Op die manier hebben kinderen en volwassenen vaak minder last van de symptomen. Medicatie kan onderdeel uitmaken van de behandeling, maar dat hoeft niet.

Voor het samenstellen van deze informatie heb ik de websites van het Nederlands Jeugd Instituut, en het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie gebruikt. Zij hebben de meest up to date wetenschappelijke informatie en hun richtlijnen zijn multidisciplinair. Dat betekent dat er niet alleen is gekeken wat één discipline (bijvoorbeeld een psycholoog of psychiater) kan doen, maar juist wat verschillende disciplines kunnen bijdragen aan de behandeling. En hoe ze kunnen samenwerken.

Ik heb ook gekeken bij de multidisciplinaire GGZ richtlijnen voor volwassenen, maar die blijken niet te bestaan! Wel is er een richtlijn van de NVVP, de beroepsvereniging voor psychiaters, maar die gaat vooral over medicatie.

In zo’n geval kun je het beste “analoog redeneren”. Dus de meest uitgebreide richtlijn bestuderen (voor kinderen), en dan kijken wat je daaruit kunt gebruiken voor andere doelgroepen (volwassenen).

Behandeling

Een ADHD-behandeling kan het best bestaan uit verschillende onderdelen. In de richtlijnen worden de volgende onderdelen genoemd:

  1. Psychoeducatie. Dat wil zeggen: uitleg over de stoornis. Hoe beter je immers begrijpt waar je precies mee te maken hebt, hoe sterker je basis. ADHD is een complexe stoornis en je hebt veel meer informatie nodig dan een paar websites met lijstjes met criteria. Goede psychoeducatie houdt in dat je een paar gesprekken de tijd neemt om de ins & outs te leren. Ook bespreek je welke kenmerken je wel en niet herkent. De ene persoon met ADHD is immers de andere niet. Psychoeducatie wordt soms in groepen of cursussen gegeven. Dat kan enorm goed helpen om snel veel informatie en ervaringen te verzamelen. Sommige hulpverleners bieden psychoeducatie online aan. Je kunt de informatie dan rustig in je eigen tijd doornemen en spart op afstand met een behandelaar over wat van toepassing is op jou of je kind.
  2. Ouder- of leerkrachttraining. Dit wordt vooral aangeraden bij kinderen jonger dan 6 of 8 jaar. Waarom moeten de ouders aan de bak en niet het kind? Heel simpel: kinderen zijn impulsief en overzien hun gedrag nog helemaal niet zo goed. Dit geldt zeker voor kinderen met ADHD. Het is niet realistisch om van hen te verwachten dat ze zelf hun gedrag kunnen aanpassen. Kinderen zijn op deze leeftijd wel gevoelig voor wat hun omgeving doet. Hoe meer rust, structuur en duidelijkheid je geeft, hoe gemakkelijker het voor je kind is om dit over te nemen. De ADHD is dan niet weg, maar blijft beperkt tot het “gestructureerde kader”. Deze interventies zijn niet gemakkelijk om te leren. Zeker niet als je zelf misschien ook wat ADHD-trekken bij jezelf herkent en structuur niet je sterke kant is. Neem hier de tijd voor. Het zijn niet zomaar een aantal tips die je inzet, het vraagt echt inoefenen en aanpassen aan wat voor jullie als gezin werkt. Dit prroces is soms frustrerend, maar als je doorzet zul je zien dat het jullie veel oplevert. En als het goed is versterkt het je band.
  3. Kindtherapie. Dit kan dus ongeveer vanaf 8 jaar. Je kunt bijvoorbeeld denken aan:
    1. cognitieve gedragstherapie. Vaak leren kinderen hun impulsen beter onder controle te houden. Meestal wordt er een stop-denk-doe methode gebruikt. Kinderen leren nieuwe strategieën aan om met moeilijkheden om te gaan. Bijvoorbeeld sociale vaardigheden of het plannen van schoolwerk. Het advies is bij deze therapieën om parallel een goede ouderbegeleiding te volgen, zodat je je kind kunt ondersteunen bij het aanleren van nieuwe vaardigheden.
    2. sociale vaardigheidstraining. Dit heeft een beperkt effect bij kinderen met ADHD. Als je toch aan de slag wil met sociale vaardigheden, kun je dat het beste in de natuurlijke omgeving doen (thuis of op school). De ouders moeten intensief betrokken zijn. Kinderen met ADHD leren meestal weinig door ergens eens in de week een uur naartoe te gaan.
    3. Planning- en organisatievaardigheden. Dit is vooral onderzocht voor tieners met ADHD vanaf 12 jaar. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar de eerste resultaten zijn positief. Als problemen met plannen en organiseren op de voorgrond staan in het ADHD-beeld, kan een jongere daar een training in volgen. Het is ook hier belangrijk dat er een gemotiveerde ouder betrokken is.
    4. (Neuro)cognitieve interventies. Bijvoorbeeld neurofeedback en cognitieve trainingen zoals Cogmed of Braingame Brian, om het werkgeheugen te vergroten. De effectiviteit van neurofeedback is nog onduidelijk omdat studies geen eenduidig beeld laten zien. De therapie wordt daarom niet vergoed. Kinderen die wel resultaten behalen, hebben meestal veel sessies nodig (tussen de 25 en de 50). Cognitieve trainingen richten zich bijvoorbeeld op het vergroten van het werkgeheugen en het leren niet op alle impulsen te reageren. Kinderen en jongeren gaan vaak wel wat vooruit op deze gebieden, maar de vooruitgang is niet goed zichtbaar in hun dagelijks leven. Het is daarom niet opgenomen in het standaardaanbod in de jeugdhulp.
    5. Mindfulnesstraining. Er is wat bewijs dat mindfulnesstraining kan helpen bij ADHD-symptomen, maar er is nog te weinig onderzoek om goede uitspraken te kunnen doen.
    6. Psychomotorische therapie, speltherapie, beweeginterventies. Hier is geen systematisch effectonderzoek naar gedaan. Soms wordt het ingezet bij kinderen waar cognitieve gedragstherapie minder goed bij past. Bijvoorbeeld omdat ze het niet leuk vinden, omdat ze te jong zijn of omdat ze een verstandelijke beperking hebben. Als ik uit eigen ervaring spreek vanuit de instellingen waar ik heb gewerkt, zie ik dat een deel van de kinderen er baat bij heeft. Een voordeel is dat het heel ervaringsgericht is (veel doen en voelen) en dat de meeste kinderen het leuk vinden.
  4. Voedingspatroon. Hier schreef ik een apart artikel over. De bottom line: er zijn aanwijzingen dat het werkt. Het voedingspatroon dat in deze onderzoeken geadviseerd wordt, is sowieso goed voor de gezondheid van jou en je kind. Dus in die zin is het win-win.
  5. Medicatie. Meestal wordt er een vorm van methylfenidaat gebruikt, zoals Ritalin of Concerta. Medicatie heeft een groot effect op kernsymptomen zoals hyperactiviteit, impulsiviteit een aandachtsproblemen. Er zitten natuurlijk ook nadelen aan medicijngebruik, die ik apart zal bespreken. Om die reden wordt bij milde tot matige ADHD aangeraden eerst te kiezen voor een van de interventies hierboven. Misschien merk je daar al voldoende effect van. Bij ernstige ADHD is het andersom: eerst medicatie, daarna inzetten op gedrag en omgeving. Dat komt doordat deze kinderen vaak zoveel last hebben van hun ADHD, dat ze niet genoeg oppikken van een therapie.

Wat betreft de kindtherapieën zou ik zeggen: aangezien er geen therapie is die werkt voor alle kinderen, moet je goed kijken naar hoe jouw kind in elkaar zit. En welke benadering bij jullie als ouders past. Je kind heeft je namelijk heel hard nodig in de therapie, want hij leert allemaal nieuwe dingen. Voor kinderen is het moeilijk om dat wat ze leren in een therapie, toe te passen in het dagelijks leven. Doe je zelf al aan meditatie, begrijp je de oefeningen goed en is het voor jou geen probleem om elke dag rustig met je kind te gaan zitten? Dan zou een mindfulnesstraining misschien een goede optie voor jullie zijn. Ben je gestructureerd, word je blij van planningen en to do lijstjes en vind je het leuk om daarin nieuwe strategieën te leren? Dan ligt zo’n training jullie wellicht beter. Alle therapieën worden effectiever naarmate je er zelf actiever mee aan de slag gaat.

Voor volwassenen geldt hetzelfde. Kijk wat bij je past en doe je voordeel met wat je kunt leren uit de verschillende benaderingswijzen. Betrek zo mogelijk je omgeving: een partner, je ouders, een goede vriend of vriendin, een broer of zus… Als er niemand is, is een groepstraining of een maatje misschien iets voor je. Leren leven met ADHD is niet eenvoudig. Kijk ook goed naar hoe je je leven inricht. Een baan waarmee je lekker veel buiten bent, ligt mensen met ADHD bijvoorbeeld vaak beter dan een kantoorbaan. Sommige ADHD’ers vinden het fijn als hun planning voor ze wordt gemaakt en als hun taken overzichtelijk zijn. Binnen dat kader hebben ze minder last van hun ADHD. Hoe beter je jezelf kent, hoe gemakkelijker je als volwassene keuzes kunt maken die bij je passen.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.