Zingeving en spiritualiteit in de geestelijke gezondheidszorg

22 juni 2019 by Linda Mulders
zingeving-1024x683.jpg

Toen ik jaren geleden mijn masterdiploma psychologie in ontvangst nam, hield mijn afstudeerbegeleider een speech. Ik weet het nog heel goed, want het was een belangrijk moment en overigens ook een fijne toespraak. In zijn praatje had hij het onder andere over mijn afstudeeronderzoek, dat over zingeving ging. Hij had de scriptie een 9 gegeven maar liet niet na met een knipoog te vermelden dat het “toch een beetje een vaag jaren zeventig onderwerp” was. Inmiddels werk ik alweer heel wat jaren in de GGZ en ik merk vaak dezelfde ongemakkelijkheid bij collega’s als het over de onderwerpen zingeving en spiritualiteit gaat. Waarom eigenlijk? En wat betekent dat voor de zorg die we leveren?

De plek van zingeving en spiritualiteit in de GGZ

Het beste boek dat ik over dit onderwerp heb gelezen, is de klassieker The Road Less Traveled van de Amerikaanse psychiater M. Scott Peck. Hij zegt daarin: ‘Ik maak geen onderscheid tussen de geest (mind) en de ziel (spirit), en daardoor ook geen onderscheid tussen het proces om tot spirituele dan wel mentale groei te komen. Ze zijn één en hetzelfde.’ Hij ziet depressie als een symptoom van stagnatie in persoonlijke groei, omdat iemand ervaart dat de “plattegrond” die hij van de wereld had, dus zijn begrip van die wereld, niet meer voldoet. Bijvoorbeeld omdat je merkt dat je toch niet gelukkig bent in de baan waar je zo hard voor hebt gewerkt, dat pijn bij het leven hoort of dat mensen anders in elkaar zitten dan je dacht. Je moet je kijk op de realiteit dan bijstellen om verder te komen en dat vraagt discipline, liefde en aandacht. Het proces is niet gemakkelijk en brengt ook risico’s met zich mee van verlies, onafhankelijkheid, toewijding, binding en confrontatie. Er zijn immers geen snelle, eenvoudige antwoorden voor en er bestaat geen “modelplattegrond” die kunt overnemen en die voor iedereen werkt. In het proces komen onvermijdelijk zingevingsvragen aan de orde en er zal een levensbeschouwing in naar voren komen. Bij de een komt daar een god bij kijken en bij de ander niet, maar iedereen heeft een levensbeschouwing. In zijn boek zet Peck schitterend uiteen wat hij met al deze begrippen bedoelt en laat hij heel duidelijk zien waarom je werkelijk herstel niet kunt beperken tot een afname van klachten, maar dat het gaat om de groei van de persoon. Heel logisch eigenlijk.

Het verband tussen zingeving en welbevinden

De uitkomsten van mijn afstudeeronderzoek destijds liggen overigens in dezelfde lijn. Ik onderzocht 800 jongeren en vroeg hen wat hun leven zin gaf, dus wat hetgeen was waarvoor ze ’s ochtends uit bed kwamen. Een deel van de jongeren gaf vooral alledaagse antwoorden, bijvoorbeeld leuke dingen doen of naar school gaan. Een andere groep ging meer de diepte in en had het over iets doen voor een ander of naar een levensdoel toe werken. Bij allebei de groepen was het zo dat ze hun doelen bereikten, het beter met hen ging: hun welbevinden was hoger. Maar bij de tweede groep was het verband een stuk krachtiger. Dus als de jongeren nadachten over hoe ze zich tot zichzelf en anderen verhielden en wat ze daarmee wilden bereiken, en het lukte ze om daarnaar te leven, gaf dat hun welbevinden een enorme boost. Veel meer dan in de groep die zich tot alledaagse doelen beperkte. Daarmee heeft het zin om het hier in een therapie over te hebben.

Waarom hebben we het er dan zo weinig over?

Zo opgevat is het vreemd om zingeving en spiritualiteit los te zien van geestelijke gezondheidszorg. Waar zit dan het ongemak? Waarschijnlijk in het feit dat psychologie een wetenschap is, en in de wetenschap ligt de nadruk op meten. Meten is iets ervaren in een bepaalde dimensie: een dimensie waarin je nauwkeurige observaties kunt doen die anderen op dezelfde manier kunnen herhalen. Als we iemand een lijst met psychische klachten geven en vragen om aan te geven tot in hoeverre ze daar last van hebben, zijn we aan het meten. Je kunt die lijst ook aan een grote groep mensen geven en dan weet je hoe mensen er “gemiddeld” op antwoorden, dus hoeveel problemen ze doorgaans ervaren en wanneer iemand daarvan afwijkt. Tot slot kun je mensen uitnodigen om een behandeling te volgen en meten of het na afloop beter met ze gaat.

Door dingen te meten kun je veel vooruitgang boeken, maar je kunt je er ook op blindstaren. Het is niet zo dat dingen die moeilijk te bestuderen zijn, omdat ze niet zo direct meetbaar zijn, niet de moeite van het bestuderen waard zijn. Of dat wat je moeilijk kunt begrijpen niet bestaat. In die zin is het gek dat de wetenschap in het algemeen, maar zeker een menswetenschap als psychologie, deze onderwerpen mijdt en in de jaren zeventig hoek parkeert. Is een doel van wetenschap niet juist zoveel mogelijk kennis te verzamelen?

Scott Peck is overigens optimistisch en denkt dat er wel degelijk een ontmoeting mogelijk is tussen wetenschap en spiritualiteit. Doordat onderzoeksinstrumenten steeds beter ontwikkeld zijn, kun je ook moeilijkere onderwerpen beter bestuderen. Wetenschap brengt daarbij een gezonde scepsis ter tafel, waarmee je je levensbeschouwing en spiritualiteit meer kunt finetunen en toetsen aan de realiteit. Hij waarschuwt wel voor knip & plak werk: ‘Velen proberen simpele antwoorden te vinden op moeilijke vragen, door populaire wetenschappelijk en religieuze concepten bijeen te brengen met goede bedoelingen maar weinig denkwerk.’ Dan krijg je van die gehypete zelfverwezenlijkingshandboeken vol vaag taalgebruik. En die geven zingeving en spiritualiteit in wetenschappelijke kring nou juist een slechte naam.

En verder?

Ik zou pleiten voor een meer ontspannen omgang met deze onderwerpen binnen de psychologie, want ik denk dat niet alleen cliënten daar iets aan hebben, maar ook de behandelaren zelf. Dat begint met meer onderzoek en eindigt met een andere houding in de behandeling. Zulke enge vragen zijn het nou ook weer niet. “Waarvoor kom je je bed uit?” is een uitstekend begin gebleken.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.