Orde in de chaos van de jeugdzorg – hoe krijg ik hulp voor mijn kind?

15 februari 2018 by Linda Mulders
jeugdzorg-1024x730.jpg

Laten we er geen doekjes om winden: de afgelopen jaren is de jeugdzorg een oerwoud geweest. Er zijn grote beleidswijzigingen geweest die er onbedoeld voor zorgden dat kinderen, jongeren en hun ouders niet (tijdig) de hulp kregen die ze nodig hadden. Veel professionals raakten gefrustreerd, sommige haakten zelfs af omdat ze vonden dat ze hun werk niet meer goed konden doen. Gelukkig lijkt het erop dat er orde komt in de chaos: zowel op beleidsniveau als op inhoudsniveau zijn er goede ontwikkelingen gaande. Dit artikel legt uit waar het mis ging, wat nu de stand van zaken is, wat er de komende tijd gaat veranderen en wat je zelf kunt doen om te zorgen dat je kind zo snel mogelijk hulp krijgt. Of jijzelf natuurlijk als je een kind of jongere bent.

Decentralisatie 2015

In 2015 werd de nieuwe Jeugdwet ingevoerd. Die bepaalde dat de jeugdzorg werd gedecentraliseerd naar de gemeenten – inclusief de jeugd-GGZ (transitie of overgang van het zorgstelsel). Dat betekent dat de gemeenten moeten zorgen dat er genoeg jeugdhulpvoorzieningen zijn, ze bepalen wie er toegang heeft tot die voorzieningen en ze worden verantwoordelijk voor de financiering ervan. Het idee was dat gemeenten beter kunnen inschatten wat er nodig is voor hun bewoners en meer zorg op maat, dicht bij huis kunnen leveren (transformatie of verandering van het zorgstelsel). Op zich niet eens een slecht idee. Het zorgstelsel zoals het vroeger was, was immers duur en ingewikkeld. En dan liet de kwaliteit van de zorg ook nog vaak te wensen over. Nederland was niet het enige land met dit probleem, en ook niet het enige land dat voor decentralisatie heeft gekozen. Denemarken heeft bijvoorbeeld hetzelfde gedaan. De Denen hebben echter zes jaar de tijd genomen voor de transitie en hebben in die tijd veel kinderziekten uit het systeem kunnen halen. Maar in Nederland ging het vier keer zo snel: in anderhalf jaar tijd.

Analyses voorafgaand aan de transitie lieten zien dat er nog veel te veel onduidelijkheid was over het soort activiteiten, bevoegdheden, privacy, doelgroep, aansturing en werkwijze van de gemeenten (Oude Vrielink, Van der Kolk en Klok, 2014). Van Arum en Lub (2014) bestudeerden een groot aantal gemeentelijke beleidsnota’s en stelden vast dat er over de inzet, het functioneren en de effectiviteit van sociale wijkteams nog veel onbepaald blijft. De beleidsnota’s waren daarvoor veelal nog te vaag. De teams zaten eigenlijk nog in de fase van pilots en experimenten. Een grote groep kinder- en jeugdpsychiaters (96.209 ondertekeningen) heeft dan ook tegen de transitie geprotesteerd. Ze gaven aan achter de doelstellingen van de Jeugdwet te staan, maar niet achter de weg waarlangs de Jeugdwet dit wil bereiken.  Er zijn daarnaast verschillende brieven gestuurd aan de Eerste Kamer. Ook de Transitiemonitor Jeugd (2014), Algemene Rekenkamer (2014) en de VNG (2014) spraken in de aanloop naar de decentralisaties bedenkingen uit, niet eens zozeer tegen de plannen zelf maar wel tegen het tempo waarin en de voorwaarden waaronder de veranderingen doorgevoerd werden. Toch werd de transitie niet uitgesteld en helaas is een deel van de zorgen werkelijkheid geworden.

Evaluatie

De evaluatietermijn van de nieuwe jeugdwet zou oorspronkelijk 5 jaar zijn maar werd verkort naar 3 jaar. In de tussentijd regende het in de media noodkreten vanuit cliënten en professionals – te veel om hier weer te geven, maar een rondje googelen geeft een goed beeld. Twee weken geleden, op 30 januari, is gelukkig de eerste officiële evaluatie Jeugdwet door ZonMw aangeboden aan de ministers en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De evaluatie is gebaseerd op bestaand onderzoek en enquêtes onder gemeenten, zorgaanbieders en ouders. Er komen belangrijke knelpunten uit naar voren die erop wijzen dat er weliswaar een transitie (overgang) is ingezet, maar dat er nog geen transformatie (verandering) tot stand is gekomen. Knelpunten betreffen vooral:

  • toegankelijkheid van de zorg voor ouders en jeugdigen;
  • leggen van verbinding tussen de jeugdhulp en andere domeinen door gemeenten;
  • diversiteit in handelingsbevoegdheid in de lokale teams en zorgen over de expertise van gemeenteprofessionals;
  • toename van de administratieve lasten en minder ruimte;
  • ontbreken van gedeelde visie op passende zorg;
  • tekortschietende rechtsbescherming, bijvoorbeeld van de privacy.

Er worden in de evaluatie geen aanbevelingen gedaan om de Jeugdwet te veranderen. Wel wordt duidelijk dat er nog inspanningen verricht moeten worden door de gemeenten, jeugdhulpaanbieders en het Rijk om de ambities te realiseren. Hierbij wordt met name gedoeld op afspraken over wat je op welk niveau organiseert. Ordening, uniformering en samenwerkingsbereidheid is nodig in de jeugdsector. Het rapport wordt nu eerst op regionale en landelijke ‘ronde tafels’ besproken met gemeenten, instellingen cliënten, om in april a.s. een afgewogen beleidsreactie te kunnen geven.

Goede zorg

In de tussentijd is er hard gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de inhoud van de GGZ-zorg. Het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie heeft in nauwe samenwerking met professionals, kinderen en ouders goede richtlijnen (generieke modules en zorgstandaarden) ontwikkeld. Ze behoren tot de set kwaliteitsstandaarden voor goede geestelijke gezondheidszorg. Op www.thuisarts.nl zijn de kwaliteitsstandaarden samengevat voor cliënten. Dit is een mooie stap die de zorg hopelijk transparanter maakt. En het gemakkelijker maakt om te vragen om wat je nodig hebt.

Hier wordt goed uitgelegd hoe ouders psychische klachten bij hun kinderen kunnen herkennen, wat ze zelf kunnen doen, wanneer ze hulp kunnen krijgen en van wie, en wat daar de route voor is. Ook wordt er informatie gegeven over de verschillende soorten behandeling en over de regels die er zijn voor verschillende leeftijdsgroepen. Bijvoorbeeld wie er mag beslissen en wie recht heeft op informatie.

En hier wordt hetzelfde uitgelegd aan jongeren. Deze website bevat echt goede adviezen, ook aan jongeren die het thuis niet meer zo fijn vinden.

Je kunt ook eens kijken op de website van de Rijksoverheid.

Tip!

De kortste route naar de kinder- en jeugdpsycholoog loopt nog altijd, net als vroeger, langs de huisarts. Met een duidelijke verwijsbrief kun je jezelf of je kind nog steeds direct aanmelden bij een psycholoog of instelling die je zelf hebt gekozen. De gemeente raakt dan niet betrokken.

Bronnen

Algemene Rekenkamer (2014). Pleidooi voor één beoordelingsmoment decentralisatie en tijdelijke Transitie Autoriteit. http://www.rekenkamer.nl/Nieuws/Persberichten/2014/05/Pleidooi_voor_%C3%A9%C3%A9n_beoordelingsmoment_decentralisatie_en_tijdelijke_Transitie_Autoriteit

Arum, van, S. & Lub, V. (2014). Wat gemeenten van sociale wijkteams verwachten. Beleidsonderzoek, juni 2014.

Oude Vrielink, M.; Kolk, van der, H.; & Klok, P-J. (2014). De vormgeving van sociale (wijk)teams. Platform 31.

Transitiemonitor Jeugd (2014). Rapport meting Transitiemonitor Jeugd. Stand van zaken transitie Jeugdzorg bij gemeenten op peildatum 14 november 2014. [internet] te vinden op www.voordejeugd.nl

VNG (2014). Tijd voor Transitie Jeugdzorg krap, maar haalbaar. VNG Magazine, 04-03-2014. http://www.vngmagazine.nl/nieuws/15801/%E2%80%98tijd-voor-transitie-jeugdzorg-krap-maar-haalbaar%E2%80%99

 

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.