Wat te doen als je therapie niet helpt?

25 januari 2018 by Linda Mulders
therapiewerktniet-1024x683.jpeg

 

Het kan voorkomen dat een therapie je niet helpt. Of niet snel genoeg, of niet op de manier die je had verwacht. Dat is vervelend, want je wilde graag van je problemen af komen. Dit artikel legt je een aantal dingen uit over het therapeutisch proces waar je misschien nog niet aan had gedacht en die je kunnen helpen. Ten slotte komen er oplossingen aan bod zodat je meer uit je therapie kan gaan halen.

Waarom zou therapie kunnen helpen?

Er is heel veel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van therapie. Bijvoorbeeld welke soort therapie helpt bij welke problematiek. Er zijn binnen de psychologie veel stromingen en bij elke stroming horen andere interventies (behandelmethodes). Je psycholoog kan je er meer over vertellen, maar je kunt natuurlijk ook altijd zelf dingen opzoeken op internet. Op dit moment bevat www.thuisarts.nl de meest up to date adviezen per klachtbeeld en informatie over behandelmethodes waarover veel bekend is. Maar staar je niet al te veel blind op het soort behandeling. Dat klinkt misschien raar, maar er is veel onderzoek (o.a. dat van Lambert, 1992) waaruit blijkt dat andere dingen minstens even belangrijk zijn als de precieze soort therapie: de band met de therapeut, verwachtingen van therapeut en cliënt, warmte, betrokkenheid, inzet van de cliënt en het emotionele leerproces. Deze componenten komen in alle therapieën terug en op een groot deel ervan heb je als cliënt zelf invloed. De les daaruit is: therapie is niet iets wat de therapeut bij jou “doet”, het is geen boekje met uitleg over hoe je in elkaar zit of een set oefeningen en tips die je uitvoert, waarna je van je problemen af bent. Het is een proces waar je samen met je therapeut in zit en waarin je zelf verantwoordelijk bent om aan jezelf te werken – dat kan iemand anders niet voor je doen. Natuurlijk heeft je therapeut wel bepaalde therapeutische kennis en technieken die hij zal inzetten. Maar hij heeft jou daar heel hard bij nodig. Dit is anders dan bij een arts, die zo snel mogelijk de symptomen te lijf zal gaan. Wat dat betreft werkt de psyche anders dan het lichaam.

Het hoort erbij dat het moeilijk is

Voor veel psychische klachten is geen snelle en pijnloze behandeling. Een paar jaar geleden schreef Jan Derksen, klinisch psycholoog en hoogleraar, er een mooi boek over. ‘Psychische problemen zijn frustrerend en de psychotherapeutische behandeling kan dit ook zijn, in elk geval gedurende bepaalde fasen of op sommige momenten. (…) Er komt druk aan te pas, pijn, onmacht, klem zitten, hinderlijke symptomen, geen kant op kunnen.’ Van jouw kant als cliënt is dan ook aardig wat doorzettingsvermogen nodig op momenten dat het moeilijk loopt: ‘Het is erg verleidelijk internet op te gaan, rond te surfen en een andersoortige therapeut te vinden, er zijn er talloze, met foto en aantrekkelijke uitstraling, die gouden bergen beloven.’ Ook kan je ervoor kiezen het moeilijke gesprek niet aan te gaan, maar je symptomen te bestrijden met psychofarmaca (pillen). Dat mag. De vraag is waar je meer mee bent geholpen op de lange termijn, en die vraag in je eentje beantwoorden is best moeilijk.

Hou er rekening mee dat het veranderen van je manier van denken, je gevoelsleven en je gewoontes niet alleen moeilijk is maar ook tijd kost. Het zou heel gek zijn als dat niet zo was, je kunt jezelf niet in een dag opnieuw uitvinden. Gun jezelf die tijd. Als er een snelle oplossing was, had je hem allang gevonden. En, ook niet onbelangrijk: je therapeut kan niet in je hoofd kijken en heeft ook tijd nodig om jou te leren kennen.

Maar wat als ik er echt niet mee opschiet?

Ga eens na of je erachter kan komen waar het aan ligt dat je er weinig aan hebt. Als je nog niet zoveel weet van therapie, ligt al snel het gevaar op de loer dat je in het begin te hoge of verkeerde verwachtingen hebt. Het kost tijd om die verwachtingen bij te stellen (Greer, 1980). En het is normaal om na een paar sessies, als je gewend bent aan de realiteit van therapie, wat minder vertrouwen in verandering te hebben (Holt en Heimberg, 1990). Uiteindelijk komen de verwachtingen van cliënten en hun therapeuten vaak wel dichter bij elkaar te liggen (Benbenishty & Schul, 1989) en ervaren cliënten een sterkere band met het hun therapeut, en meer steun en nut van de sessies (Joyce en Piper, 1998). Het gevoel dat het niet werkt kan dus een fase zijn waar je even doorheen moet. Drie dingen die daarbij belangrijk zijn en waar je zelf iets in kunt ondernemen (Bordin, 1994):

  • Ga na of je dezelfde therapeutische doelen hebt als je therapeut. Als het goed is, staan je doelen in je behandelplan. Pak dat er af en toe eens bij. Stel zo nodig de doelen bij. Kijk bijvoorbeeld of je ze specifieker kunt maken. “Minder somber worden” is bijvoorbeeld een heel breed doel. Wat betekent het voor jou om minder somber te zijn? Waaraan zou je het merken als je dat was? Wat is ervoor nodig om daar te komen? Bespreek dit met je therapeut.
  • Ga na of je het eens bent over de therapeutische taken en activiteiten. Sommige psychologen geven huiswerkopdrachten, andere niet. Sommige luisteren vooral, andere leggen juist veel dingen uit. Sommige richten zich erg op gedrag (wat kun je doen om je beter te voelen), andere vinden het belangrijk om eerst samen goed te begrijpen hoe je problemen precies tot stand zijn gekomen. Het kan allemaal, maar het is vervelend als je verwachtingen daarover ver uit elkaar liggen, want dan krijg je alleen maar frustratie. Bespreek wat jou het beste helpt. Vraag aan de therapeut of dat wat jij wil, kan. Een psycholoog kan niet altijd zijn hele behandeling omgooien – hij zal immers een reden hebben om te behandelen zoals hij doet – maar soms kan hij je wel tegemoet komen. Of hij beheerst ook een andere behandelmethode die beter bij je aansluit.
  • Ga na of je een band ervaart met deze therapeut. Een goede band betekent niet dat iemand nooit iets verkeerd zegt, of iets wat je lastig vindt om te horen. Het heeft te maken met klik, met het gevoel hebben dat je je verhaal kwijt kunt. Lees bijvoorbeeld ook eens dit artikel voor meer uitleg en voor adviezen over hoe je dingen die niet zo lekker lopen op een goede manier bespreekt. Net zoals elke band (met vrienden, collega’s, je partner en zelfs met je hond), heeft ook de therapeutische relatie tijd nodig om te groeien. Maar soms merk je dat het er gewoon niet in zit met een bepaalde persoon. Juist omdat dit zo belangrijk is voor de therapie, kan dit een reden zijn om niet verder te gaan.

En als ik die dingen al geprobeerd heb?

Als je hebt doorgezet en je merkt dat het echt niet werkt, of dat het hem gewoon niet wordt met deze psycholoog, kun je dat het beste bespreken met je therapeut of met je huisarts. Meestal weten zij de weg naar een andere behandeling, eventueel bij een andere psycholoog. Of misschien besluiten jullie samen wel dat het niet het goede moment is voor een therapie en dat jij op dit moment niet verder kan groeien dan je tot nu toe hebt gedaan. Plan een afsluitend gesprek en ga daarna iets leuks doen. Gewoon als beloning omdat je het zo goed hebt geprobeerd.

Bronnen:

Benbenishty, R. & Schul, Y. (1987). Client-therapist congruence of expectations over the course of therapy. Britisch Journal of Clinical Psychology, 26, part 1, pp. 17-24.

Bordin, E. S. (1994). Theory and research on the therapeutic working alliance: New directions. In A. O. Horvath & L. S. Greenberg (Eds.), The working alliance: Theory, research and practice (pp. 13–37). New York: Wiley.

Derksen, J. (2011). De woorden om het te zeggen. Psychotherapie voor psychotherapeuten. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam.

Greer, F. L. (1980). Prognostic expectations and outcome of brief therapy. Psychological Reports, 46, 973–74.

Holt, C. S., & Heimberg, R. G. (1990). The Reaction to Treatment Questionnaire: Measuring treatment credibility and outcome expectancies. the Behavior Therapist, 13, 213–214, 222.

Joyce, A. S., & Piper, W. E. (1998). Expectancy, the therapeutic alliance, and treatment outcome in short-term individual psychotherapy. Journal of Psychotherapy Practice and Research, 7, 236–48.

Lambert, M. (1992). Implications for outcome research for psychotherapy integration. In: Norcross, J.C. & Goldstein, M.R. Handbook of psychotherapy integration. New York: Basic Books, pp. 94-129.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.