Anders opvoeden stap 1: kiezen waar je aan gaat werken

13 oktober 2018 by Linda Mulders
cps-stap-1-kiezen-1024x683.jpg

Bij sommige ouders en kinderen werken de standaard opvoedmethoden goed, maar in andere gezinnen niet. Bijvoorbeeld omdat het “straffen en belonen” waar deze methoden meestal op gebaseerd zijn, niet past bij ouders en kind. Vorige week besprak ik een alternatief: de methode Collaborative Problem Solving, oftewel gezamenlijk probleemoplossen, van psychiater Ross W. Greene. Deze week doorloop ik stap 1: kiezen waar je aan gaat werken. Veel Engelstalige informatie en filmpjes over de methode zijn overigens ook te vinden op zijn website.

Maak het specifiek

Je kunt niet aan alles tegelijk werken. Begin ermee de problemen specifiek te maken. “Specifiek” betekent afgebakend. Bijvoorbeeld:

  • het moment van ’s ochtends de deur uitgaan is lastig voor Simon; hij zet dan zijn hakken in het zand en we komen zeker eens per week te laat op school.
  • achterin de auto zitten Jeanne en Rosalie tijdens langere ritten te kibbelen en daar worden we gek van.
  • het is de bedoeling dat Jayden zijn scherm uitzet voordat we gaan eten, maar dat doet hij niet. Het loopt er meestal op uit dat wij het apparaat uit zijn handen trekken en dat hij aan tafel alleen maar zit te mokken.
  • Fatma wil ’s avonds niet naar bed. Het is een hele strijd om haar erin te krijgen en vervolgens komt ze nog een keer of vijf naar beneden.

De volgende probleemomschrijvingen zijn niet specifiek genoeg:

  • Emma is altijd druk.
  • Rachid luistert nooit.
  • Diederik is verschrikkelijk brutaal.
  • Kyle en Sharon maken voortdurend ruzie.

Tips om het specifieker te maken

Kijk of je het probleem kunt toespitsen op een bepaalde situatie, of een moment op de dag waarop de moeilijkheden ontstaan. Schrijf het op. Zijn er factoren die een rol spelen in het gedrag, noteer die dan ook. Bijvoorbeeld als het zich alleen voordoet als je buiten de deur bent of alleen als je kind vermoeid is. Vermijd woorden zoals “altijd”, “nooit”, “steeds”, “vaak” en probeer je kind geen eigenschappen of motieven in de schoenen te schuiven, zoals “wil niet luisteren”, “is koppig” of “is overgevoelig”.

Vind je het lastig om het probleem af te bakenen? Vergelijk het eens met feedback op je werk. Misschien heb je wel eens heel algemene kritiek gekregen waar je niets mee kon. Je herkent je er dan niet in, of ziet het probleem niet. Ook weet je niet wat je precies zou moeten veranderen om het kritiekpunt op te lossen. Maar wellicht heeft een leidinggevende of collega ook wel eens specifiekere feedback gegeven. Of je het er nou mee eens was of niet, je begreep in ieder geval wat hij precies als een probleem ervoer en hoe je ermee aan de slag kon. Dat is hier ook de bedoeling.

Overleg met je partner

Overleg samen of je partner dezelfde knelpunten ervaart en zorg dat je tot een gezamenlijke formulering komt. Misschien was je partner het kibbelen in de auto niet eens zo opgevallen en vindt hij dat de heftigste ruzies zich voordoen in de badkamer. Stem met elkaar af of maak er zo nodig twee aparte problemen van.

Stel prioriteiten

Nu je een lijst hebt van problemen, kun je prioriteiten gaan stellen. Belangrijke dingen eerst. Kies om te beginnen niet meer dan 1 tot 3 situaties waar je aan wil werken met je kind. Meer heeft geen zin. De overige situaties kun je bewaren voor later. Stem ook in dit geval af met je partner. Jullie moeten er samen aan gaan werken, dus het is belangrijk dat jullie het erover eens zijn waar je gaat beginnen.

Prioriteiten stellen betekent ook dat je sommige problemen nog even laat liggen. Is schermtijd echt een punt voor jou, dan moet je dat zeker aanpakken. Maar vind je het minder belangrijk dan andere problemen op de lijst, dan accepteer je voor nu dat je kind wat vaker achter een apparaat zit dan je graag zou willen.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.