Anders opvoeden stap 4: onderhandelen met je kind

18 januari 2019 by Linda Mulders
onderhandelen.jpg

Bij sommige ouders en kinderen werken de standaard opvoedmethoden goed, maar in andere gezinnen niet. Bijvoorbeeld omdat het “straffen en belonen” waar deze methoden meestal op gebaseerd zijn, niet past bij ouders en kind. Onlangs besprak ik een alternatief: de methode Collaborative and Proactive Solutions, oftewel gezamenlijk proactief probleemoplossen, van psychiater Ross W. Greene. We zijn begonnen bij stap 1: kiezen waar je aan wil werken en verdergegaan met stap 2: tekortschietende vaardigheden opspeuren. Daarna was stap 3 aan de beurt: aan je kind vragen wat er aan de hand is. Vandaar zijn we bij stap 4: onderhandelen. Veel Engelstalige informatie en filmpjes over de methode zijn overigens ook te vinden op de website van Ross Greene.

Onderhandelen

Je hebt inmiddels samen met je partner afgestemd welke situaties op dit moment niet goed gaan, waar je als eerste aan wil werken en wat jouw kind mogelijk belemmert. Je bent met je kind in gesprek gegaan over wat hij denkt dat er aan de hand is. Daarbij heb je nog geen oplossingen aangedragen. Ook nu ga je dat niet doen. Je bent toe aan de leukste stap uit de CPS: onderhandelen.

Goed onderhandelen gebeurt altijd vanuit gelijkwaardigheid. Dat betekent niet dat je geen grenzen mag stellen of dat je je kind alles laat bepalen. Het betekent wel dat je het standpunt van je kind even serieus neemt als je eigen standpunt. Hij is immers ook een mens, met zijn eigen voorkeuren, gevoelens, ideeën en wensen. Loop je daar als ouders steeds overheen omdat je vindt dat jij de touwtjes in handen moet hebben, dan kun je op termijn verwachten dat je kind zich hetzelfde naar jou op gaat stellen. Onderhandelen kan al met heel jonge kinderen; ook zij hebben immers standpunten die belangrijk voor hen zijn. Blijf dicht bij hun taal, gebruik eventueel tekeningen of plaatjes, en hou het simpel.

Hoe begin je?

Je opent de onderhandelingen door samen te vatten wat er tot nu toe gezegd is en te checken of je het goed begrepen hebt. Bijvoorbeeld:

  • Dus je zegt dat je moeite hebt om ’s avonds je bord leeg te eten omdat je nog gespannen bent van school en je verhaal nog niet hebt kunnen doen. Klopt dat?
  • Bedoel je dat je vaak ruzie maakt met je broertje omdat je het idee hebt dat wij hem voortrekken?
  • Als ik je goed begrijp, zeg je dat je je huiswerk niet af krijgt omdat je geen rustige plek hebt om te werken. Is er verder nog iets?

Als je kind instemt met jouw samenvatting, kun je jouw zorg naast de zijne leggen. Bijvoorbeeld:

  • Ik begrijp dat het soms lastig is om je bord leeg te eten, maar ik vind het belangrijk voor je groei dat je genoeg van alles binnenkrijgt.
  • Het is vervelend als je het idee hebt dat we je broertje voortrekken, maar ik vind het ook vervelend als jullie ruzie maken.
  • Wat jammer dat je je huiswerk wel wíl maken, maar dat het niet lukt. Het is voor mij ook belangrijk dat je een beetje bij blijft met school.

Hoe ga je verder?

Vervolgens stel je een open vraag aan je kind. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we dit oplossen? Of: zullen we hier eens samen over nadenken? Wat is jouw idee? Luister opnieuw goed naar wat je kind zegt. Kinderen zijn vaak fantastische probleemoplossers. En als je tot nu toe nog geen oordeel hebt geveld over wat je kind heeft gedeeld en je bent nog niet met jouw oplossing op de proppen gekomen, is voor hem de weg vrij om te zeggen hoe hij het graag zou zien. Bijvoorbeeld:

  • Ik zou graag voordat we aan tafel gaan met jou alleen willen praten zodat ik mijn verhaal over de dag kwijt kan, dan kan ik daarna rustig eten.
  • Ik heb er het meeste last van als mijn broertje iets uit mijn handen trekt of als hij op mijn plek op de bank wil zitten. Kun je me daarmee helpen?
  • Mag ik op het kantoortje van pappa werken totdat hij thuiskomt? Daar is het veel rustiger dan op mijn eigen kamer.

Beschouw het als een brainstorm, dus schiet het idee van je kind niet meteen af. Dus ook niet als het in eerste instantie iets vraagt of voorstelt wat niet kan. Vraag in plaats daarvan door over hoe dat hem zou helpen.

Wat is een goede oplossing?

De onderhandeling is pas afgelopen als je allebei tevreden bent. Bijvoorbeeld:

  • Ik wil ook graag jouw verhaal over de dag horen, maar ’s avonds moeten we ook snel aan tafel als iedereen thuis is. Is het een idee dat je even bij me komt zitten om te kletsen terwijl ik aan het koken ben?
  • Bedoel je dat je een aantal regels af zou willen spreken waar zowel jij als je broertje zich aan moet houden? Dat lijkt me een prima idee, en de regels die je noemt klinken logisch. Zullen we daar eens samen met hem voor gaan zitten?
  • Dat kantoor is inderdaad rustiger, maar er liggen ook dingen van pappa’s werk waar je niet aan mag komen. Wat zullen we daarvoor bedenken?

Het is niet erg als je niet meteen tot de perfecte oplossing komt. Daarom evalueer je samen over een tijdje hoe het gaat. Dat is stap 5. Voor nu is belangrijk dat je samen een plan maakt waarin zowel jouw zorg als die van je kind is verweven, dus dat geen van beiden eenzijdig een oplossing oplegt. Moeilijk? Soms. Leuk? Altijd!

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.