Anders opvoeden

8 oktober 2018 by Linda Mulders
anders-opvoeden-1024x683.jpg

Soms gaat opvoeden vanzelf. Ouder en kind zitten op dezelfde golflengte, het kind doet min of meer wat de bedoeling is, en de ouders kunnen genieten van zijn eigen unieke manier waarop hij dat aanpakt. Er zijn echter gezinnen waarbij dit niet zo gaat, hoe graag iedereen het ook wil en hoezeer je als ouder ook je best doet. Of momenten of fases dat het niet lukt. Dit artikel gaat over een moderne, vriendelijke en bovendien leuke manier om weer met je kind samen te gaan werken, in plaats van elkaar tegen te werken.

Conventionele opvoedadviezen

Als je je gaat verdiepen in opvoeden, kom je al snel uit bij technieken rondom straffen en belonen: kaarten met stickers, strafstoeltjes, time-outs, wegnemen van dingen die het kind graag wil, enzovoort. Dat heet “gedragsmodificatie via operant conditioneren”: je probeert door positieve en negatieve consequenties het gedrag van je kind te beïnvloeden of om te vormen. De meeste opvoedboeken zijn op dit principe gebaseerd, Super Nanny Jo Frost werkt zo en veel jeugdhulpverleners ook, bijvoorbeeld via de methode Triple P. Dat is niet zo gek, want met dit soort technieken kom je bij veel kinderen een heel eind. Hersenen zijn immers gevoelig voor positieve en negatieve gevolgen en zijn in dat opzicht “leerbaar”- dat is zowel voor volwassenen zo als voor kinderen. Werkt deze manier goed voor jou en je kind, dan kun je het natuurlijk gewoon zo blijven doen.

Er is echter een groep kinderen die niet goed reageert op deze traditionele manier van straffen en belonen. Ze willen hun gedrag meestal wel aanpassen, maar het lukt ze niet. Zo’n systeem frustreert ze dan alleen maar: ze kunnen niks met die stickerkaart, halen de in het vooruitzicht gestelde beloningen niet en worden steeds op een strafstoeltje neergezet terwijl ze eigenlijk niet goed begrijpen waarom.

En, even belangrijk: er zijn ouders die bij zichzelf aanvoelen dat ze hun kind niet op deze autoritaire manier willen opvoeden of die ervaren dat ze hierdoor de relatie met hun kind schade toebrengen. Ook voor hen is het frustrerend om steeds “politie-agentje” te moeten spelen.

Wat dan?

De leukste methodes in de psychologie vind ik altijd de manieren die aan drie voorwaarden voldoen:

  1. er is een wetenschappelijke basis voor
  2. ze zijn kind- en mensvriendelijk, oftewel ze sluiten ook intuïtief aan bij ons eigen begrip van emoties, gedachten, gedrag en met elkaar omgaan
  3. ze zijn gemakkelijk te leren

Als het gaat over “anders opvoeden”, vind ik de theorie van de Amerikaanse psychiater Dr. Greene in alle drie deze opzichten een uitblinker. Hij heeft als arts een stevige basis in de neurowetenschap en zijn uitgangspunt is dit:

Kinderen willen het graag goed doen, maar kunnen dat niet altijd. Problematisch gedrag doet zich voor wanneer de eisen en verwachtingen die aan een kind worden gesteld, zijn vaardigheden te boven gaan.

De basis van dat niet-kunnen ligt vaak in het cognitief of executief functioneren, zoals flexibiliteit/aanpassingsvermogen, frustratietolerantie en probleemoplossingsvaardigheden. Deze hebben hun basis in hoe het brein van dit kind in elkaar zit, gecombineerd met wat hij geleerd heeft.

Een voorbeeld

De meeste volwassenen kunnen zelfstandig met de bus reizen. Daarvoor moet je echter stiekem best wel wat verschillende vaardigheden inzetten. Bijvoorbeeld:

  • weten of je genoeg geld hebt om het ritje te maken;
  • een OV-chipkaart bezitten en/of opladen;
  • erachter komen welke bus je moet hebben;
  • erachter komen wanneer deze bus rijdt;
  • op een kaart opzoeken waar de bushalte is;
  • het juiste tijdstip berekenen om van huis te gaan;
  • je jas pakken en eventueel spullen die je onderweg nodig hebt;
  • via de eerder vastgestelde route naar de bushalte toe lopen of fietsen;
  • beleefd reageren op de andere mensen in de bus;
  • ermee omgaan als de bus heel vol zit en er veel lawaai is;
  • omgaan met andere tegenslagen, zoals vertraging of regen;
  • in de gaten houden wanneer je er weer uit moeten;
  • op het knopje drukken en uitstappen;
  • het laatste stuk lopen naar je bestemming.

Voor veel mensen is dit vanzelfsprekend: ze hoeven er nauwelijks over na te denken. Maar stel dat iemand een slecht geheugen heeft, over weinig ruimtelijk inzicht beschikt, sociaal angstig is, niet goed kan plannen, snel overprikkeld raakt, inflexibel is of een lichamelijke beperking heeft. Of allemaal. Dan is dat busritje al een stuk lastiger. Grote kans dat iemand hulp nodig heeft voor (een deel van) zijn reis. Misschien kan hij het leren of zijn er hulpmiddelen te bedenken die het gemakkelijker maken. Misschien blijft het iets wat hij altijd samen met iemand anders zal moeten blijven doen. Of misschien kan hij beter een ander vervoersmiddel kiezen waarbij hij minder last heeft van zijn specifieke probleem.

Heeft het zin om boos te worden of een straf uit te delen omdat iemand moeite heeft met het openbaar vervoer? Nee. Heeft het zin om een beloning in het vooruitzicht te stellen als hij morgen wel plotseling uit zichzelf probleemloos met de bus gaat? Ook niet. Zo werkt het ook met kinderen.

Collaborative Problem Sovling

Bestraffen en belonen van gedrag dat iemand niet kan uitvoeren is ineffectief. Greene pleit ervoor om met het kind samen te zoeken naar gezamenlijke en proactieve oplossingen. Hij noemt dat collaborative problem solving (CPS). Het kind krijgt daardoor meer zeggenschap en verantwoordelijkheid. Hij is geen passieve ontvanger meer van de straffen en beloningen die zijn ouders uitdelen, hij doet actief mee. Binnen zijn kunnen. Voor taken die hij wel kan overzien en uitvoeren. Hij krijgt meer begrip voor anderen en leert op een goede manier onderhandelen. Dit zijn vaardigheden waar hij zijn hele leven wat aan heeft en die hij ook buiten het gezin kan gebruiken.

CPS vraagt dus om een stevig staaltje omdenken. De komende weken behandel ik de vijf stappen van CPS en hoe je ze toepast op je kind. Lees gerust vast vooruit: dit is de Engelse samenvatting van de benadering. En op deze (Engelse) website vind je nuttige filmpjes om op een andere manier naar het gedrag van je kind te leren kijken en er stappen mee te maken.

Stap 1: kiezen waar je aan wil werken

In het ouderschap geldt, net als in de rest van het leven: pick your battles. Oftewel: kies waar je je energie in wil steken. Misschien vind je de ruzies tussen broer en zus belangrijk maar kun je ermee leven dat de schoenen niet altijd netjes onder de kapstok staan. Stel prioriteiten. Bepaal ook wat de dingen zijn waar geen onderhandeling over mogelijk is en waarin het nodig is dat je je autoritair opstelt. Bijvoorbeeld onderwerpen die met veiligheid te maken hebben.

Stap 2: tekortschietende vaardigheden opspeuren

In het voorbeeld van de bus: welke vaardigheid ontbreekt waardoor iemand problemen heeft met het reizen? Hierboven stonden al veel voorbeelden. Het is altijd specifieker dan “kan niet met de bus” of “durft niet met de bus” of “vertikt het met de bus te gaan”.

Stap 3: aan je kind vragen wat er aan de hand is

Kinderen weten vaak precies wat hen dwars zit en hebben meestal zelf een reële zorg over de situatie. Wat lukt er niet en waar maakt je kind zich zorgen over? In deze stap leer je hoe je erachter komt op een manier waarmee je verder kunt.

Stap 4: onderhandelen

In de ouder-kind relatie gaat het vaak om het vinden van een compromis. Een compromis betekent dat je dingen van twee kanten bekijkt. Dat houdt in dat je naar elkaar luistert en dat het standpunt of het probleem van het kind even veel waarde heeft als dat van de volwassene. Het betekent niet dat hij altijd gelijk moet krijgen of dat je geen grenzen stelt. Stel dat je het als ouder toch belangrijk vindt dat je tiener met de bus leert gaan, omdat dat zijn zelfstandigheid vergroot (jouw zorg als ouder). De meeste kinderen vinden zelfstandigheid overigens ook leuk en belangrijk. Je kind is echter, om een van de hierboven geïdentificeerde redenen, bang om in de verkeerde bus te stappen en dan te verdwalen (de zorg van het kind). Dan kun je samen gaan puzzelen hoe je dat oplost. Misschien kun je wel meelopen naar de halte en samen wachten totdat hij in de juiste bus zit. Of samen het halteschema printen. Ik noem maar wat. Alles kan zolang het werkt voor beide partijen.

Stap 5: evalueren

Lukt het nu wel? Is iedereen tevreden? Wat lukt er nog niet en hoe ga je daar samen mee verder?

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.