Laden. Even geduld aub.

Telefoon0683775936EMAIL: linda [@] psychologievandaag.nlOPENINGSTIJDEN:Maandag-vrijdag 09:00-17:00

Assertiviteit: feiten en fabels

7 december 2020 by Linda Mulders
assertiviteit.jpg

Je hebt ze vast wel eens voorbij zien komen: inspirerende quotes over voor jezelf opkomen. Deze bijvoorbeeld:

Of deze:

Of deze:

Deze adviezen klinken mooi, en heerlijk simpel bovendien. Maar wie ze weleens in de praktijk heeft gebracht, heeft vast gemerkt dat ze niet werken. Hoe komt dat? Wat is dan wel een goede manier om je grenzen aan te geven? En zijn er ook uitzonderingen?

De roots van het begrip assertiviteit

Voor een ander artikel dat ik moest schrijven, dook ik onlangs in de onderzoeksliteratuur over assertiviteit. Nu is die literatuur allemaal vrij oud: de hoogtijdagen van het assertiviteitsonderzoek lagen in de jaren ’70 en ’80 – de tijd van emancipatie, protesten en zelfexpressie. Sindsdien is er eigenlijk maar weinig onderzoek bij gekomen; blijkbaar was men er in wetenschappelijke kringen daarna een beetje over uitgepraat. Het onderzoek van toen is de basis geweest voor de assertiviteitstrainingen en zelfhulpboeken die je nu nog steeds ziet. Belangrijk om in gedachten te houden is dat gedragstherapie in die tijd heel populair was. Daarom zie je dat assertiviteitstraining (nog steeds!) vaak gaat over het aanleren van vaardigheden, en minder over naar binnen kijken. Je kunt assertiviteitstrainingen dus zien als een product van die tijd.

Maar wat zegt al dat onderzoek nou?

Allemaal mooi en aardig, maar waar kun je nou beginnen als je wat assertiever uit de hoek wil leren komen? Het eerste dat je moet weten is dat assertiviteit als doel heeft voor jezelf opkomen en de relatie goed houden. En het tweede is dat assertiviteit twee aspecten heeft: wat je doet enerzijds, en wat je erbij denkt en voelt anderzijds. Laten we daarmee beginnen

Wat je doet

Assertiviteit heeft een zichtbare kant. In vaktaal heet dat overt. Een assertieve reactie houdt in:

  1. Je geeft een expression of rights: je komt voor jezelf op. Bijvoorbeeld:
    1. iets weigeren: ‘Nee, dankjewel, ik wil op dit moment niet meedoen.’
    2. iemand verzoeken om zijn gedrag te veranderen: ‘Ik heb het idee dat ik veel meer doe in huis dan jij. Ik zou graag willen dat je wat meer taken oppakt.’
    3. een afwijkende mening geven: ‘Dat ben ik niet met je eens. Ik vind dat ik de afspraak goed ben nagekomen.’

En je doet dat door iets te zeggen over jezelf (ik-boodschap), in plaats van de ander te beschuldigen (jij-boodschap). Een assertieve reactie is voldoende direct, specifiek en respectvol. Je houdt dus de focus op wat je wil zeggen, bent duidelijk over wat je precies bedoelt en bent beleefd. Dat betekent ook dat je goed op je taalgebruik let en ervoor zorgt dat je niet aanvallend bent. Aanval leidt tot verdediging en daar ben je niet naar op zoek: je wil een gesprek. Je kunt dus ook rustig vragen hoe de ander er tegenaan kijkt.

  1. Je kleedt je boodschap goed in en doet moeite om de relatie goed te houden. In de literatuur noem je dat “elaborations”. Bijvoorbeeld:
    1. laten merken dat je begrijpt wat het effect is op de ander.
    2. iets positiefs zeggen tegen of over de ander.
    3. je verontschuldigen voor het ongemak (niet voor het opkomen voor jezelf).
    4. een oplossing zoeken.

Let ook op je toon, volume, oogcontact, gezichtsuitdrukking en lichaamstaal. En probeer een goed moment te zoeken en een geschikte omgeving.

Zo’n eerste assertieve reactie hoeft nog niet heel uitgebreid te zijn. Je hoeft jezelf niet te verdedigen of uitgebreid uit te leggen waar om je iets (niet) wil. Kijk wat je minimaal nodig hebt om je boodschap over te brengen en probeer dat als eerste. Je kunt altijd nog meer in detail treden.

Wat je erbij denkt en voelt

Ten tweede is er een onzichtbare kant van assertiviteit (covert). Dat is wat iemand allemaal doet voor- en nadat hij voor zichzelf opkomt, maar wat je niet aan de buitenkant kunt zien. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. kennis, bijvoorbeeld je herinneringen over het onderwerp.
  2. zelfspraak, oftewel de manier waarop je jezelf toespreekt. Dit heeft een effect op hoe je je voelt en vaak ook op wat je vervolgens doet. Vergelijk bijvoorbeeld: ‘Hij zal wel verschrikkelijk boos worden omdat ik weiger het te doen.’ Of: ‘Het kan zijn dat hij boos wordt, maar ik heb nog steeds het recht om te weigeren.’
  3. verwachtingen die je hebt over het resultaat van een assertieve reactie.
  4. levensovertuigingen die je bewust of onbewust hebt. Bijvoorbeeld dat iedereen je altijd leuk moet vinden, of juist dat je nou eenmaal niet perfect kunt zijn.
  5. sociale waarneming, waarmee je de situatie overziet en begrijpt.
  6. sociale vaardigheden, zoals het herkennen en definiëren van problemen, nadenken over verschillende manieren om te reageren, keuzes maken, beslissingen uitvoeren en daarop terugkijken.
  7. zelfregulering, bijvoorbeeld omgaan met angst of spanning.

De reden waarom dat er allemaal ook bij komt kijken, is dat assertiviteit gaat over rekening houden met jezelf en met de ander.

Iemand die alleen maar “nee” zegt of de ander meteen vraagt zijn gedrag aan te passen, is dus niet zozeer assertief maar eerder agressief.

De uitzondering

Een goede assertieve reactie werkt bijna altijd. Je hebt immers goed stilgestaan bij de situatie, je eigen gevoelens daarover en ieders belangen. Vervolgens heb je aandacht besteed aan hoe je je boodschap brengt, een goed moment uitgekozen voor een gesprek, begrip getoond voor de ander en gezocht naar een compromis.

De enige situatie waarin het niet of nauwelijks werkt, is als je te maken hebt met mensen die niet geïnteresseerd zijn in jouw grenzen. Bijvoorbeeld omdat hun eigen problematiek daarbij in de weg zit. Dan kun je vriendelijk, begripvol en beleefd je grenzen aangeven totdat je een ons weegt, maar de ander zal niet luisteren en je compromis zal niet goed genoeg zijn.

In dat geval kun je je assertieve reactie opschalen en steviger maken, maar mag je ook voor jezelf kiezen. En het er eventueel bij laten zitten en je eigen weg gaan.

Bron:

Rakos, R.F. (1991). Assertive behavior. Theory, Research and Training. Routledge, Londen & New York.

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.