Anders opvoeden stap 3: aan je kind vragen wat er aan de hand is

31 oktober 2018 by Linda Mulders
meisje-1024x683.jpg

Bij sommige ouders en kinderen werken de standaard opvoedmethoden goed, maar in andere gezinnen niet. Bijvoorbeeld omdat het “straffen en belonen” waar deze methoden meestal op gebaseerd zijn, niet past bij ouders en kind. Onlangs besprak ik een alternatief: de methode Collaborative and Proactive Solutions, oftewel gezamenlijk proactief probleemoplossen, van psychiater Ross W. Greene. We zijn begonnen bij stap 1: kiezen waar je aan wil werken en verdergegaan met stap 2: tekortschietende vaardigheden opspeuren. Deze week is stap 3 aan de beurt: aan je kind vragen wat er aan de hand is. Veel Engelstalige informatie en filmpjes over de methode zijn overigens ook te vinden op de website van Ross Greene.

Praten met je kind

Je hebt samen met je partner afgestemd welke situaties op dit moment niet goed gaan, waar je als eerste aan wil werken en wat jouw kind mogelijk belemmert. Nu is het tijd om met je kind in gesprek te gaan.

In eerdere stukken beschreef ik al dat CPS geen autoritaire opvoedmethode is. Het idee is dat je samen gaat werken om het probleem op te lossen. Dat betekent dat je in gesprek met je kind oprechte nieuwsgierigheid in de dag moet leggen om erachter te komen wat er aan de hand is. Op basis van de vorige stap heb je daar je eigen ideeën over, maar die dring je niet op. Je komt ook nog niet met een oplossing aanzetten. Je wil alleen informatie lospeuteren.

Hoe krijg je een antwoord waar je iets aan hebt?

Belangrijk in deze stap is dat je je niet richt op gedrag van het kind en dat je zorgt dat je geen oordeel klaar hebt. Dat doe je door neutraal te formuleren en je te richten op het probleem dat je samen wil oplossen (gedrag is daar een bijverschijnsel van). Formuleer als volgt:

  • gebruik de term “moeite hebben met”, gevolgd door de verwachting die je hebt als ouder
  • noem geen gedrag
  • schuif je kind geen motieven in de schoenen (bijvoorbeeld “hij doet het expres”, “het boeit haar niks”)
  • maak het specifiek
  • vraag wat er aan de hand is

De volgende vragen zijn allemaal goede openingsvragen:

  • ik heb gemerkt dat je er moeite mee hebt om op schooldagen op tijd op te staan. Wat is er aan de hand?
  • ik heb gemerkt dat het je moeite kost om naar feestjes toe te gaan. Wat is er aan de hand?
  • ik heb gemerkt dat je er moeite mee hebt om met andere kinderen samen te spelen op het pleintje. Wat is er aan de hand?
  • ik heb gemerkt dat het je moeite kost om je kamer netjes te houden. Wat is er aan de hand?

Stel de vraag op een rustig moment, nadat je hebt aangekondigd dat je het hier eens over wil hebben. Het heeft geen enkele zin om het er in het heetst van de strijd over te hebben, bijvoorbeeld op het moment dat je kind naar school moet of wanneer hij middenin een ruzie zit met een ander kind.

Let op: draag geen theorieën of oplossingen aan. Veeg het antwoord van je kind niet van tafel. Misschien zegt hij iets anders dan je verwacht had, dat is niet erg. Eigenlijk is het juist goed!

Doorvragen

Je kunt de volgende technieken gebruiken om door te vragen. Benoem dat je graag goed wil begrijpen wat je kind dwars zit. Geef aan dat je niet boos bent en dat je kind niet in de problemen zit.

  • herhalen wat je kind net gezegd heeft en vragen of hij er meer over kan zeggen
  • vragen naar hoe/wat/wanneer/wie, maar niet waarom. Waarom-vragen zijn moeilijk voor kinderen en meestal leveren ze niet veel bruikbare informatie op.
  • vragen naar situaties waarin het wel lukt of niet zoveel moeite kost
  • vragen naar de gedachten van het kind als hij middenin de moeite situatie zit (“dus als je op het pleintje staat, en Sanne en Kim zijn samen aan het spelen en zeggen dat je niet mee mag doen, wat denk je dan?”)
  • proberen de situatie op te delen in stukjes. Wat is moeilijk aan naar een feestje gaan? Is het het binnenkomen in een ruimte waar je kind niet iedereen kent, is het het kiezen van een cadeautje, worden er activiteiten gedaan die je kind niet leuk vindt?
  • vat samen en vraag of jullie nu alle problemen goed hebben beschreven, of dat er nog meer is.

Natuurlijk is het niet altijd zo gemakkelijk. Sommige kinderen weten niet precies hoe ze moeten verwoorden wat hen dwars zit, of ze hebben dat afgeleerd omdat er vaak niet naar hen geluisterd wordt. Heb geduld, zoek eventueel wat op over gespreksvoering met kinderen, of vraag een kindertherapeut je te helpen. Ross Greene heeft ook hier meer over geschreven, in het boek Raising Human Beings (helaas nog niet in het Nederlands vertaald).

Succes!

© Psychologie Vandaag, kenniscentrum en online therapie 2018. Alle rechten voorbehouden.